In het leven heb je weinig aan je IQ

Cognitief hoogbegaafden zijn gemiddeld kwetsbaarder dan anderen, met meer psychische problemen, labiliteit en sociale onhandigheid. Emotionele intelligentie (EQ) is veel moeilijker te meten. Het begrip levert wel goede tips op voor kinderopvoeding.

Iemand kan door zijn omgeving als buitengewoon slim worden beoordeeld en desondanks een lage score behalen op een intelligentietest (het zogenaamde intelligentiequotiënt, IQ). En iemand anders kan hoog scoren op een IQ-test en compleet mislukken in zijn of haar leven. Voorzover de sociale omstandigheden verschillen in succes bepalen, is daar veel aan te verbeteren. Maar intelligentie zelf is in hoge mate erfelijk bepaald, zo blijkt uit studies met eeneiige tweelingen die gezamenlijk of apart werden opgevoed.

In de bepaling van wat intelligentie is, heeft het accent steeds op de cognitieve functie gelegen: op het weten en begrijpen. Al langer geleden werd er kritiek op het intelligentieconcept geleverd vanwege het ontbreken van de sociale aspecten. Recent wordt dit klassieke thema onder vuur genomen vanuit de emotionele hoek: het concept 'emotional intelligence quotient', al wel afgekort tot EQ, zorgt nu voor de nodige deining.

De samenhang tussen succes in het leven en IQ blijkt zwak. Op zijn best draagt IQ voor ongeveer twintig procent bij aan de factoren die succes in het leven bepalen. De andere factoren variëren van 'sociale klasse' tot en met 'geluk'. Onderzoek onder hoog en minder hoog intelligente universiteitsstudenten heeft uitgewezen dat op middelbare leeftijd de slimsten er zeker niet per definitief beter aan toe waren voor wat betreft succes, produktiviteit, status, tevredenheid, geluk en relaties. Veel mensen met een volgens de tests gemeten erg hoog IQ van 160 krijgen in het dagelijkse leven leiding van mensen die gemiddeld (=100) scoren op dit type tests.

Kwetsbaarder

Uit recent in Nijmegen uitgevoerd onderzoek onder leden van Mensa Nederland, de organisatie van hoogbegaafden, bleek dat de verhalen over psychische en psychologische problemen in deze groep waar zijn. Gemiddeld gesproken is de hier onderzochte groep kwetsbaarder dan de rest van de Nederlanders en bij een kwart worden duidelijke psychische problemen, labiliteit en sociale onhandigheid geconstateerd. Bij ruim veertig procent zijn tekort schietende mogelijkheden om met stress om te gaan geconstateerd.

In de loop der jaren hebben verschillende psychologen getracht de cognitieve en emotionele kanten van mensen dichter bijeen te brengen. Het domein van de emoties heeft pas de laatste decennia meer aandacht gekregen in de academische psychologie-beoefening. Daarvoor bestond de verleiding om alleen de cognitieve en rationele kanten van mensen met intelligentie in verband te brengen. Sociale intelligentie als een aspect van emotionele intelligentie werd door de Amerikaanse psycholoog Edward Thorndike (1874-1949) omschreven als het vermogen anderen te begrijpen en verstandig te handelen in menselijke relaties. De Yale-psycholoog Peter Salovey heeft recentelijke een omschrijving van het bredere concept emotionele intelligentie gegeven. De emotioneel intelligente mens bezit volgens hem de volgende vijf eigenschappen.

- Kennis van de eigen emoties, zelfbewustzijn, een gevoel herkennen op het moment dat het een rol speelt. Mensen met een grotere sensitiviteit inzake hun gevoelens zijn betere managers van hun leven dan mensen die het hieraan mankeert. Zij beslissen bijvoorbeeld beter welke baan te kiezen of welke partner ze moeten huwen. Psychoanalytici hebben deze capaciteit het 'observerend ego' genoemd. In psychotherapie wordt vooral deze factor versterkt. - Gevoelens zodanig hanteren dat ze positief bijdragen aan het leven. Mensen die er slecht in slagen gevoelens van overmatige angst, depressie en irritatie af te weren, hebben veel minder energie ter beschikking voor produktieve doelen. We 'managen' onze stemming en gevoelens op diverse manieren: door het lezen van een roman, het kijken naar een televisieprogramma, door sportbeoefening, of bijvoorbeeld door het tot ons nemen van genotsmiddelen.

- Jezelf kunnen motiveren. Emotionele zelfcontrole en uitstel van impulsen maakt mensen produktiever in hetgeen ze ondernemen. In een experiment kregen vierjarige kinderen de volgende keuze: zij konden nu een marshmallow opeten of wachten tot de proefleider een boodschap had gedaan en er dan twee krijgen. Degenen die vijftien tot twintig minuten konden wachten en zichzelf vaak hielpen door hun ogen met hun handen te bedekken om al dit lekkers niet steeds te hoeven zien, bleken na de middelbare school uitblinkers te zijn. In sociaal opzicht waren ze vaardiger, effectiever, assertiever en beter bestand tegen de frustraties van het leven dan een grote groep van de marshmallow-eters die niet kon wachten. Ze waren minder neurotisch, gek op uitdagingen en betrouwbaar. Ze konden nog steeds uitstel van bevrediging met het oog op een bepaald doel verdragen.

- Empathie: het herkennen van emoties in anderen. Mensen die beter in de gaten hebben welke subtiele sociale tekens aangeven wat een ander nodig heeft, maakt hen betere leraren of verkopers. Het ontstaan van een gebrekkige empathie wordt meestal geplaatst in de relatie tussen moeder (verzorger) en kind in de eerste kinderjaren, vanaf acht maanden. Er zijn opvoeders die systematisch bepaalde gevoelens van hun peuters en kleuters negeren en daarmee niet responsief zijn. Ontwikkelingspsychologische experimenten hebben het belang van responsiviteit van de opvoeder aangetoond. In ontdekkende psychotherapie wordt via het proces 'correctieve emotionele ervaring' met name op dit punt vaak verbetering aangebracht in de belevingswereld van de patiënt.

- Het kunnen hanteren van emoties van anderen. Deze vaardigheid maakt mensen tot goede leiders en maakt ze populair. In het om kunnen gaan met gevoelens van anderen toont zich doorgaans het vermogen de eigen gevoelens te herkennen en hieraan vorm te geven.

Emotionele intelligentie wordt in een recent verschenen boek van de psycholoog en New York Times-medewerker Daniel Goleman beschreven als een 'master aptitude', een capaciteit die andere vaardigheden zowel in positieve als negatieve zin diepgaand beïnvloedt.

Zelfbewustzijn

Wetenschappelijk gezien is het probleem dat emotionele intelligentie veel moeilijker te meten is dan het traditionele intelligentie-begrip. Er is geen IQ-test die rekening houdt met deze emotionele aspecten. Wat voor test kun je volwassenen voorleggen om hun mate van zelfbewustzijn te meten? De cognitieve functies laten zich gemakkelijker in relatief betrouwbare metingen vertalen. Hoofdrekenen en het onthouden van de volgorde van zeven cijfers (taken in klassieke intelligentietests) zijn goed te controleren.

De critici van de uitbreiding van het intelligentiebegrip wordt niet veel in de weg gelegd. De kwaliteiten die hier worden gesuggereerd zullen in het dagelijkse leven zeker van invloed zijn, maar wetenschappelijk te slecht gedefinieerd en niet afgebakend. Feitelijk gaat het om eigenschappen van de persoonlijkheid en kunnen deze beter gestalte krijgen in andersoortige persoonlijkheidstests die eigenschappen of trekken meten en minder gericht zijn op vaardigheden. Bijkomend voordeel is dan de afname van erosie van het traditionele intelligentiebegrip.

Met het oog op de opvoeding liggen hier wel praktische wenken. Bijvoorbeeld uitstel van impulsbevrediging en het goed beoordelen van een sociale situatie kunnen worden geleerd. De ontwikkelingspsycholoog Walter Mischel, die de bovengenoemde studie met de marshmallows uitvoerde, stelt dat doelgericht jezelf opgelegde uitstel van bevrediging waarschijnlijk de essentie is van emotionele zelfregulatie. Dit kunnen we onze kinderen proberen bij te brengen.

IQ-testen geijkt op schoolniveaus

Om het verschil in denken, redeneren, probleem oplossen en conceptvorming tussen een twaalfjarige en een zevenjarige te kunnen aangeven hebben we het begrip intelligentie nodig. Maar wat is dat? De meest praktische antwoord op die vraag is: 'Datgene wat de tests meten'. Er bestaan diverse soorten intelligentietests met afzonderlijke accenten. De uitkomsten voor een zelfde persoon komen echter in regel aardig overeen. Deze tests kunnen redelijk goed voorspellen wat het succes van de geteste persoon zal zijn bij het volgen van een bepaalde opleiding. De test meet ten dele de reeds behaalde schoolopleiding zelf, maar geeft vooral het niveau aan dat de persoon heeft ten opzichte van een bepaald opleidingsniveau zoals middelbare opleiding en hogere beroepsopleiding.