Hossende prins (1)

Ik kon mijn ogen niet geloven toen ik vrijdag het redactionele commentaar las op het uitbundige gedrag van de kroonprins op de Olympische Spelen. Eerst dacht ik nog dat het quasi-staatsrechtelijke vertoog over de 'noodzakelijke koninklijke distantie' zou uitmonden in een oproep ervan af te zien de komkommertijd op te vullen met een calvinistische evaluatie van de prinselijke uitbundigheid. Maar nee, het geneuzel ging maar door en er kwam geen eind aan. Een ding moet gezegd: in uitbundigheid deden de op hol geslagen staatsrechtgeleerden niet onder voor de kroonprins. Bravo!