Honingbijen vertonen abstract inzicht in symmetrische patronen

Symmetrische patronen zijn voor waarnemers in het dierenrijk van groot belang. Zo speelt bij mensen de mate van symmetrie van een partner - ofwel de lichamelijke evenwichtigheid - een rol bij diens aantrekkingskracht. Ook dieren als dolfijnen, mensapen en vogels zijn gevoelig voor symmetrische patronen.

Bijen blijken dat nu ook te zijn. En, voor zulke kleine ongewervelden extra bijzonder: ze kunnen het begrip symmetrie abstraheren. Ze doen dat op een manier die op het eerste gezicht sterk lijkt op het toepassen van inzicht.

Duitse onderzoekers lieten vrij rondvliegende honingbijen (Apis mellifica) kennismaken met kunstmatige voederplaatsen die werden aangegeven met asymmetrische of tweezijdig symmetrische patronen (Nature 1 augustus). Afhankelijk van hun beloningsschema toonden de bijen als snel een vaste voorkeur voor een van de twee soorten uithangbordjes. Die voorkeuren toonden ze vervolgens ook tegenover geheel nieuwe patronen. Het is de eerste aanwijzing dat bijen op grond van ervaring symmetrie kunnen leren onderscheiden en behandelen als aparte eigenschap.

Nog niet getrainde bijen toonden geen spontane voorkeur voor symmetrische patronen. Maar bijen die was bijgebracht zich te richten op symmetrische patronen gedroegen zich bij de meerkeuze-opdrachten het succesvolst, een aanwijzing dat bijen van nature geneigd zijn naar symmetrie te zoeken.

Dat insecten die bloemen bezoeken oog voor symmetrie tonen is op zich niet verwonderlijk. Gezonde bloemen zijn evenwichtig opgebouwd. Vooral zich verticaal presenterende bloemen zijn tweezijdig symmetrisch; die met een horizontale houding radiaal symmetrisch. De onderzoekers werpen zich aan de hand hiervan met verve op vragen in de 'kip-of-ei' categorie over bloemen en bijtjes. Ze houden het erop dat planten de cognitieve vermogens van hun bevruchters hebben geëxploiteerd bij de evolutie van hun bloemen.

Maar in hoeverre speelt cognitie werkelijk een rol bij de behandeling van symmetrie als concept door een diertje met een miniem zenuwstelsel? De onderzoekers houden die mogelijkheid van inzicht open. Maar ze noemen ook twee andere, meer mechanische mogelijkheden van aanpak. Betrekkelijk simpele, centrale neuronale onderdelen vergelijken mogelijk beeldje-voor-beeldje de binnenkomende gegevens van linker- en rechteroog en scannen die automatisch op symmetrie. Een ander denkbaar mechanisme zou de lijn van spiegeling van wederhelften binnen symmetrische patronen waarneembaar maken als werkelijke lijn, waarop de dieren zich vervolgens kunnen richten.

    • Frans van der Helm