Het is een vreemd heimwee naar de Hooglandse Kerk

Zo'n vijftien jaar geleden telde de stad Leiden nog circa twintig kerkgebouwen die op zondag als godshuizen in gebruik waren. Maar ook in Leiden hebben de secularisatie en de ontkerkelijking toegeslagen. Met gevolg dat heel wat kerken, zoals de majestueuze Pieterskerk, hun religieuze karakter zijn kwijtgeraakt.

Er ligt geen bijbel meer op de kansel. Het zijn bedrijfsgebouwen geworden en ze zijn nog slechts als partycentrum of congreshal in gebruik.

Zo niet de Hooglandse Kerk, het gebouw van de binnenstadsgemeente van de Hervormde en de Gereformeerde kerk in Leiden.

Temidden van alle berichten over kerkelijke terugloop is het verhaal van vitaal kerkelijk leven opmerkelijk, liet de hervormde predikant A. Alblas weten. Twee kleinere kerkelijke wijken in de binnenstad, die voor zestig procent door studenten wordt bewoond, vormen sinds twee jaar één springlevende nieuwe binnenstadsgemeente van hervormde en gereformeerde gelovigen samen.

'Een vreemd heimwee drijft ons naar dit huis' stond vorig jaar te lezen op de bushaltes in Leiden. De keuze van deze opwekkende slogan - toch heel wat anders en minder direct dan zoiets als 'God roept u' - was ingegeven door de ervaringen van hen die zoeken naar de zin van het leven, hoogte en diepte, geloof en spiritualiteit. Alsof een vreemd heimwee mensen drijft naar het verkennen van ongekende dimensies in een monumentale kerk.

De 'Hooglandse' zoals de uit het slijtersvak afkomstige koster Arnold Vroomans het kerkgebouw liefkozend noemt, is zo'n monumentale plek om over liefde en dood en over medemensen en over God te spreken, zegt de kerkbeheerder enthousiast. “Maar je moet ook kwaliteit bieden en dat doen we. Zo'n prachtige kerk is daar zeer geschikt voor. Na de dienst een kopje koffie, okay dat doen we, maar zonder voetbad - dat weten de mensen te waarderen.”

Vroomans is zeer verheugd over het succes van zijn kerk en noemt het bijzonder verrassend dat “het nu écht zo goed gaat”. Iedere zondag hebben we drie- à vierhonderd kerkgangers, zegt hij, terwijl er nog niet zo lang geleden maar dertig mensen per dienst kwamen.

Mevrouw A. Wamsteker, landelijk secretaris algemene zaken van de Nederlandse Hervormde kerk en voorzitter van de kerkenraad van de hervormd/gereformeerde binnenstadsgemeente in Leiden, voegt er aan toe dat de huidige predikant werkelijk “een lot uit de loterij” is.

“Hij weet een nieuw licht op oude woorden te werpen”, zegt ze ontroerd. En terwijl ze de vreugdetranen over het succes van haar kerk uit de ogen veegt, zegt ze: “Dominee heeft er weer leven in gekregen. Hij is een goede manager. Door hem zijn we door alle narigheid heen en hebben we weer jeugd in de kerk en jonge gezinnen. Eind juni hebben drieëntwintig mensen bij ons in de kerk geloofsbelijdenis gedaan. Zo'n groot aantal, dat zie je niet vaak. Dat bewijst wel hoe goed het hier gaat.”

Het geheim van het succes van de Hooglandse kerk zit volgens Wamsteker vooral in het zeer gevarieerde religieuze aanbod dat deze kerkelijke gemeente biedt. Naast het blaadje Toeven bij de bron en de uitgave van de preken en gebeden die de predikant heeft gehouden wordt in tal van kringen, leerhuizen, meditatieve vespers en catechese- en themagroepen, vormgegeven aan het christelijke leren.

Erg nieuw is dat allemaal overigens niet. Vrijwel elke predikant houdt zich met zulke activiteiten bezig, maar in Leiden levert het volgens Wamsteker en Vroomans heel wat op. Ook elders is er soms sprake van regelrechte kerkelijke successtory's. Zoals in de Westerkerkgemeente in Amsterdam of in de Lukaskerk in de Haagse Schilderswijk. Terwijl in andere stadskerken het aantal belangstellenden zienderogen daalt, is er in deze kerken sprake van groei.

In het boekje Leven in de gemeente (Zoetermeer, 1996) van oud-kerkredacteur E. Mathies van het dagblad Trouw worden twintig van zulke kerkelijke gemeenten beschreven die de schrijver begin dit jaar heeft bezocht. Mathies heeft niet zozeer gekeken naar wat er in deze kerken niet meer van vroeger is, maar waaruit het elan nu bestaat. De Hooglandse kerk in Leiden komt in zijn boek niet voor, maar wel allerlei andere kerkelijke gemeenten die - zoals hij het noemt - nog uitstraling hebben.