Filippijnse 'seksslavinnen' accepteren excuses Japan

TOKIO, 15 AUG. Vier voormalige 'seksslavinnen' op de Filippijnen hebben gisteren excuses van de Japanse premier en smartegeld voor het ondergane leed geaccepteerd. De acceptatie is een doorbraak in een slepend dispuut. Slachtoffers hebben tot dusver het smartegeld geweigerd omdat het niet door de Japanse regering wordt uitgekeerd maar door een particulier instituut. De vrouwen waren gedurende de Tweede Wereldoorlog als prostituee in dwangdienst van het Japanse leger.

Met de acceptatie door de Filippijnse vrouwen is de solidariteit tussen slachtoffers in Zuid- en Noord-Korea, Taiwan, de Filippijnen en Nederland doorbroken. In mei stelden vertegenwoordigers uit die landen in Tokio dat ze geen smartegeld van het particuliere fonds zouden accepteren, omdat men genoegdoening zoekt van de Japanse regering die verantwoordelijkheid draagt voor de gebeurtenissen.

De Japanse regering stelt dat schadeloosstelling na de oorlog met alle betrokken landen op regeringsniveau is geregeld. De regering kan niet opnieuw voor individuele gevallen schadevergoedingen betalen, aldus Tokio. Het fonds dat nu het smartegeld uitkeert, is overigens wel ontstaan op initiatief van de Japanse regering. De sociaal-democratische premier Tomiichi Murayama nam vorig jaar het initiatief voor het fonds om het slepende conflict met de slachtoffers tot een goed einde te brengen. De regering vroeg het bedrijfsleven bij te dragen aan het fonds. Wegens de felle kritiek op het fonds van de zijde van de slachtoffers lopen de bijdragen van het bedrijfsleven achter bij de verwachtingen.

De Filippijnse slachtoffers ontvingen het smartegeld en de begeleidende brief van premier Ryutaro Hashimoto gisteren uit handen van de Japanse ambassadeur tijdens een kleine ceremonie in een hotel in de Filippijnse hoofdstad Manila. Hashimoto schrijft: “Als premier van Japan bied ik opnieuw mijn oprechte excuses en berouw aan aan alle vrouwen die de pijnlijke ervaringen hebben ondergaan en als troostmeisjes onheelbare fysieke en psychologische wonden hebben opgelopen.” De slachtoffers krijgen per persoon twee miljoen yen (dertigduizend gulden) uitgekeerd.

Het Japanse leger is mede verantwoordelijk geweest voor het lijden van de troostmeisjes, aldus Hashimoto in zijn brief. “Bewust van de morele verantwoordelijkheid, moet ons land het verleden recht in de ogen kijken en accuraat doorgeven aan toekomstige generaties.” Dit voorjaar maakte het ministerie van Onderwijs bekend dat geschiedenisboeken voor 'junior high-schools' (12-15 jaar) vanaf het nieuwe schooljaar melding zullen maken van de seksslavinnen. Vrijwel alle tekstboeken voor 'senior high-schools' maken al melding van de kwestie. Eén boek spreekt bijvoorbeeld van “door het leger opgezette locaties van 'troostmeisjes' voor Japanse soldaten”. Een ander boek drukt archiefmateriaal van het leger af waaruit de verantwoordelijkheid blijkt.

In Zuid-Korea betreurden demonstranten voor de Japanse ambassade gisteren de acceptatie van de excuses door de Filippijnse vrouwen. Eind juni bood Hashimoto tijdens een bezoek aan Zuid-Korea ook al zijn excuses aan de vrouwen aan, maar de demonstranten accepteren de excuses niet en blijven zich verzetten tegen de betaling door een particulier fonds.

De ceremonie in Manila had precies een dag voor de herdenking plaats van het einde van de oorlog, vandaag 51 jaar geleden. Tijdens de dodenherdenking vandaag in Tokio zei Hashimoto dat Japan “veel leed en verdriet heeft veroorzaakt bij de Aziatische buurlanden” en sprak hierover zijn “berouw” uit.