Euthanasie

In NRC HANDELSBLAD van 7 augustus las ik, niet voor de eerste keer - en dus lijkt het niet waarschijnlijk dat er sprake is van foute formulering door de krant - dat een arts zich inzake euthanasie beroepen kan op noodtoestand, indien er sprake is van twee tegenstrijdige plichten, te weten 'het in leven houden van de patiënt' en 'het verlichten van diens lijden'. De implicatie is kennelijk dat in bepaalde gevallen verlichten van lijden alleen mogelijk is door euthanasie.

Ik zou echter denken dat we in verlichten van lijden en euthanasie te maken hebben met twee geheel verschillende dingen. Dat verlichten van lijden soms, vooral indien overdadig uitgevoerd, het einde kan bespoedigen is bekend, maar men spreekt dan niet van euthanasie. Hoe daarentegen euthanasie lijden zou kunnen verlichten is mij een raadsel. Als men zou zeggen dat men met euthanasie het lijden beëindigt, dan is dat weliswaar een eufemisme voor het beëindigigen van het leven, maar geen regelrechte onzin. Ik vraag mij dan ook af hoe intelligente mensen ertoe komen om het toch bij de eerdergenoemde formulering te houden. Ik vermoed dat de oorzaak daarin ligt dat mens anders bij de definiëring van noodtoestand zou moeten stellen dat de arts enerzijds de plicht heeft om de patiënt in leven te houden en anderzijds diens lijden te beëindigen. Die laatste plicht heeft de arts echter nooit gehad en dat kan ook niet, want men heeft altijd erkend dat beëindiging van lijden (door genezing) niet altijd mogelijk is, maar wel is er voor de arts inderdaad altijd de plicht om het lijden te verlichten. Maar bij verlichten attaqueert men het lijden en niet primair het leven. En dus blijft het logischerwijze onduidelijk hoe de plicht tot verlichten van lijden ooit een rechtvaardiging kan opleveren voor euthanasie.

    • J.A. van der Does de Willebois