De zwijgende poppenkast

Wat ik mij van de poppenspelscène in Don Quichot herinnerde, blijkt achteraf veel meer te zijn bepaald door de sublieme illustraties van Gustave Doré dan door de tekst van Cervantes. In mijn geheugen hadden zich twee beelden vastgezet: het ene (hierbij gereproduceerd) toont vanuit de coulissen de speelruimte van een marionettentheater.

Op het toneel vindt een gevecht plaats tussen een troep getulbande moren en een geharnaste ridder met een dame achterop zijn paard. Het publiek, dat de speelruimte binnenkijkt, staat en zit vlak voor de kast. Op de andere plaat die in mij herinnerde, is te zien hoe Don Quichot met zijn zwaard de poppenkast kort en klein slaat.

Bij herlezing blijkt dat Doré een belangrijk element in Cervantes' tekst niet in beeld heeft gebracht. Het verhaal begint als volgt. Don Quichot en Sancho overnachten in een herberg waar een reizende poppenspeler, meester Pedro, een voorstelling geeft. De poppenkast wordt opgesteld, rondom verlicht met brandende waskaarsjes, en de toeschouwers nemen, staand of zittend al naar gelang van hun status, hun plaatsen in. Meester Pedro verdwijnt in de kast om de poppen te hanteren; zijn knecht posteert zich vóór de kast 'om als tolk en uitlegger der mysteriën van het poppenspel dienst te doen: hij had een stok in de hand, waarmede hij de poppen aanwees als zij ten tonele verschenen'.

De voorstelling begint met het geluid van trommels en trompetten, gevolgd door het gebulder van kanonnen. Daarop kondigt de knecht het onderwerp aan: de bevrijding uit Moorse gevangenschap van Melisendra door Don Gaiferos. De eerste scène toont Gaiferos, die triktrak zit te spelen. Zijn schoonvader, keizer Karel de Grote, komt op om hem te berispen wegens zijn gebrek aan activiteit. Diep gekrenkt werpt Gaiferos het triktrakbord ver van zich, roept om zijn wapenrusting, en vraagt zijn neef Don Roeland hem zijn zwaard Durindana te lenen. Roeland weigert, maar biedt hem in plaats daarvan zijn hulp aan, die Gaiferos trots van de hand wijst. Vervolgens vestigt de verteller de aandacht van het publiek op een toren die het alcazar van Zaragoza voorstelt, waar Melisendra op een balkon droevig in de richting van Frankrijk staart. Een moor komt achter haar aangeslopen en drukt haar een kus op de lippen; vol verachting spuwt zij op de grond en veegt haar mond af met haar hemdsmouw.

Het volgende tafereel laat zien hoe de moorse koning Marsilio de onbeschaamde aanrander van Melisendra bestraft. Als de verteller zich in een juridische uitweiding over de procesgang verliest, begint Don Quichot zich met de vertoning te bemoeien: luidkeels dringt hij er bij de verteller op aan, de hoofdlijn van het verhaal te volgen. Ook de poppenspeler roept zijn knecht vanuit de kast tot de orde: 'houd je aan je gewone koorzang en begeef je niet in contrapunten'. Het hoofdstuk bereikt zijn climax als Don Quichot zich zo laat meeslepen door zijn nobele verontwaardiging dat hij zijn zwaard trekt en op de moorse achtervolgers van Gaiferos en Melisendra inhakt.

Wat Doré - zonder twijfel onder invloed van het negentiende-eeuwse marionettentheater dat hij kende - niet heeft uitgebeeld, is de verteller als tussenpersoon tussen de personages op het toneel en het publiek. Cervantes laat er geen twijfel aan bestaan dat Meester Pedro zich bepaalt tot het bewegen van de poppen. Daarbij zorgt hij weliswaar voor bepaalde geluidseffecten, maar hij laat de poppen niet spreken zoals een poppenspeler in onze tijd Jan Klaasen en Katrijn met elkaar laat kijven. Meester Pedro's poppen zijn stom, en het is de explicateur, buiten de kast, die het publiek vertelt wat de poppen doen en wat ze tegen elkaar zeggen. Het procédé zou eeuwen later, bij de opkomst van de stomme film, opnieuw worden ontdekt.

Cervantes toont ons een middeleeuwse vorm van poppentheater, die als een voorloper van latere vormen kan worden beschouwd. Ik zou er zelfs een hypothese aan willen wagen: het poppentheater zoals wij dat kennen dankt zijn ontstaan vermoedelijk niet, zoals men veelal aanneemt, aan het theater; het is in oorsprong geen toneelspel-in-miniatuur, maar een plastische illustratie bij de voordracht van een verteller. Het spoor leidt terug naar de orale kunst van de middeleeuwse speelman.

Zie hoofdstuk 26 van het tweede boek van Miguel de Cervantes Saavedra, De geestrijke ridder Don Quichot van de Mancha, vertaald, ingeleid en toegelicht door J.W.F. Werumeus Buning en C.F.A. van Dam, verlucht met de prenten van Gustave Doré (Amsterdam: E. Querido, 1992).