De toenemende trek naar Heilige Plaatsen; Een bedevaart voor iedereen

Het aantal mensen dat ter bedevaart gaat neemt toe. Niet alleen naar Lourdes of Santiago de Compostela, maar ook naar de circa 450 bedevaartplaatsen die Nederland rijk is. 'Pelgrimeren is een vorm van religie zonder verplichtingen, godsdienst zonder preken.' Een religieuze reportage op Maria Hemelvaart.

De Bedevaartskerk in Brielle is in de maanden juli en augstus geopend dag 14-16u (inl 0181-412142). De Bonifatiuskapel in Dokkum is in juni, juli en augustus dag geopend van 14-17u (inl 0519-292476). Het klooster in Wittem is ook dag geopend. Het seizoen loopt daar van mei t/m oktober (inl 043-4501741).

Een klooster met kerk, drie cafés en evenzoveel souvenirwinkels. Dat is Wittem (Zuid-Limburg), de belangrijkste bedevaartsplaats van Nederland. Op een zondag in augustus is de grote parkeerplaats tegenover het klooster goed gevuld. Auto's rijden af en aan. Bij het beeld van Sint Gerardus, in de kerk, is het ook dringen. Een walm, afkomstig van honderden brandende waxinelichtjes, verwarmt de ruimte. De gregoriaanse zang die zachtjes uit luidsprekers aan de muur klinkt, wordt overstemd door het gekletter van de muntjes (vijftig cent per kaars) die de bezoekers in een geldbus gooien.

De kerken lopen overal in het land leeg, de aanhang van het CDA is bijna gehalveerd en aan de woorden van de paus wordt nog maar door weinigen belang gehecht. Maar één onderdeel van het rijke roomse leven zoals dat eens was, lijkt de ontkerkelijking te weerstaan. Bedevaartsplaatsen blijven mensen trekken, sterker nog, de bezoekersaantallen nemen de laatste jaren zelfs toe. Natuurlijk is het gemakkelijker geworden om op bedevaart te gaan. Vroeger moest de pelgrim lopen. Tegenwoordig pakt hij de auto. Na een uurtje mediteren blijft er voldoende tijd over om op familiebezoek te gaan. Maar dat is niet genoeg om bijvoorbeeld te verklaren waarom ook protestanten en onkerkelijken in toenemende mate interesse tonen voor dit katholieke gebruik.

“Op bedevaart gaan is in”, zegt de voorganger in Wittem tegen een groep van driehonderd pelgrims die zich bij een altaar in de tuin van het klooster heeft verzameld. “Men spreekt zelfs van overbelaste pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela. En ook Lourdes staat meer dan ooit in de belangstelling.”

Wittem geniet niet zo'n bekendheid als de buitenlandse loca sancta, maar is jaarlijks toch goed voor 200.000 bezoekers. En dat terwijl de plaats geen bron met geneeskrachtig water of relieken bezit, zoals de meeste belangrijke bedevaartsoorden. Wittem heeft alleen een bescheiden beeld van Sint Gerardus (1726-1755), een Italiaanse heilige die nooit in Limburg is geweest. Hij wordt in Wittem vereerd omdat hij lekenbroeder was bij de redemptoristen. Zij zetten zijn beeld neer toen zij in de vorige eeuw hun intrek namen in het Limburgse klooster.

In een souvenirwinkel naast het klooster stroomt wel water. Het komt uit een schaalmodelletje van de Lourdesbron, dat is uitgerust met een elektrisch pompje. De winkel beschikt verder over een indrukwekkend assortiment kaarsen en beelden van allerhande heiligen. Grote kruizen om aan de muur te hangen. Kleine voor aan de oren. “Die worden vooral door jongeren gekocht”, zegt de verkoopster. Heeft zij misschien een verklaring voor de drukte in haar winkel? “Ze weten het ergens anders ook niet meer te zoeken”, denkt ze.

De bedevaartgangers zelf antwoorden eenstemmig op de vraag waarom zij naar Wittem komen. “Om steun. En om te danken.” Een 72-jarige vrouw uit Reusel vertelt: “Als meisje van zes heb ik een stuip gehad. Mijn vader heeft toen tot de Heilige Gerardus gebeden en die heeft mij gered. Ik kom om te danken, omdat ik er zonder de hulp van Gerardus niet meer was geweest. Maar ik kom ook veel vragen. Ik heb vijftig kinderen en kleinkinderen. Veertien van m'n kleinkinderen hebben al verkering, dus de nood wordt steeds hoger, begrijp je?”

Pater Erinkveld werkt sinds een paar jaar in Wittem. “Ik moet bekennen”, zegt hij, “dat ik me in het begin heb afgevraagd of ik hier nu aan mee moest doen. Ik kan me voorstellen dat het voor buitenstaanders een soort religieus Valkenburg lijkt. Maar als je hier een tijdje rondloopt dan voel je dat het oprecht is. Aan de ene kant heeft iedereen zijn eigen verhaal, aan de andere kant dragen we elkaar. Dat wordt door de mensen echt zo beleefd.”

De georganiseerde bedevaarten per bus nemen de laatste jaren wat af, aldus Erinkveld. Maar de inloop van mensen die op eigen gelegenheid naar Wittem komen maakt dat ruimschoots goed. “Individualisering is de trend”, zegt de pastoor. “Een collega van me heeft het daarom wel eens over 'het McDonaldsgeloof'. Mensen komen op een tijdstip dat ze zelf kiezen, op hun eigen gelegenheid. Men is met velen alleen.”

Wat Erinkveld verder opvalt is de 'grote interesse vanuit de Reformatie' de laatste jaren. “Iedere dinsdag hebben we hier een vakantie-vesper-viering - een dienst van een uurtje met aansluitend een rondleiding. De kerk zit dan propvol. En er zijn ook altijd veel protestanten. Daarom zoeken we dan wat liederen uit die zij ook kennen.”

Dominees die Wittem bezoeken, kijken er wel eens jaloers naar, zegt de pater. “Die hebben meteen zoiets van 'de kerk zit vol, daar moet je iets mee doen'. Maar we willen de mensen alleen iets aanbieden, we willen niet dat ze al te veel moeten. Een bedevaartsplaats is altijd een soort vrijplaats geweest. Er komen hier bijvoorbeeld gescheiden mensen die over een probleem willen praten, maar niet naar hun eigen pater durven gaan omdat ze weten dat die meteen in het kerkelijk wetboek kijkt. In Wittem word je anders benaderd, weten ze.”

Er is nog weinig onderzoek gedaan naar moderne bedevaarten, maar daar komt verandering in. De historicus P.J. Margry, werkzaam bij het P.J. Meertensinstituut in Amsterdam, heeft ruim honderd auteurs verzameld - theologen, letterkundigen, neerlandici en historici - die er de komende jaren drie dikke boeken over gaan schrijven. Alle bedevaartsoorden in Nederland zullen daarin alfabetisch worden beschreven. “We hebben ongeveer 900 plaatsen geselecteerd”, zegt de onderzoeker, “en daarvan is de helft nog min of meer actief.” Margry, zelf niet kerkelijk, vindt het fascinerend dat bedevaarten in Nederland, de secularisatie ten spijt, bezig zijn aan een come-back. “Omdat ik ook fotografie aan de Rietveld-academie heb gedaan, kreeg ik begin jaren '80 de opdracht van de provincie Brabant om de laatste resten van de bedevaartcultuur te fotograferen, voordat die verdwenen zou zijn. Nu blijkt er sprake te zijn van een revitalisering.”

De bedevaartcultuur in Nederland heeft vaker periodes van bloei en neergang gekend. Bloei was er vanaf de 11de eeuw, toen de eerste bedevaartsplaatsen ontstonden, neergang vanaf de 17de eeuw als gevolg van de Reformatie. Vanaf het einde van de vorige eeuw blies het zich emanciperende katholieke volksdeel de bedevaartcultuur nieuw leven in. Neergang kwam er opnieuw vanaf de jaren zestig van deze eeuw.

Ook de populariteit van afzonderlijke heiligen varieert. Mariavereringen zijn van alle tijden, maar de donderheilige Donatus bijvoorbeeld en de veepatroon Cornelius zijn passé. “Tegenwoordig zijn er goede schadeverzekeringen”, zegt Margry. En de vereringen van Blasius als patroon tegen keelpijn en van Apollonia tegen tandpijn hebben hevig te lijden gehad onder de vooruitgang van de medische wetenschap. “Mensen zoeken geen steun meer bij een Romeinse legionair”, denkt Margry. “Ze zoeken iemand die dichter bij hen staat, zoals Titus Brandsma.” Deze pastoor, die in 1942 in Dachau om het leven kwam, werd in 1985 zalig verklaard. Hij wordt samen met Bonifatius vereerd in Dokkum.

Kenmerkend voor de Nederlandse bedevaartcultuur, vroeger en nu, is de verborgenheid waarin het zich afspeelt. “Je moet weten waar het is”, aldus Margry. “Vandaar dat de verrassing altijd zo groot is als je niet-katholieken erover vertelt. De katholiek in Nederland is voorgeprogrammeerd om geen aanstoot te geven met z'n rituelen.” De stille omgang bijvoorbeeld is een typische Nederlandse variant op de processie. Het processieverbod - in 1848 ingevoerd door de protestantse meerderheid die bedevaarten beschouwden als 'paapse superstitie' - heeft tot enkele jaren terug expliciet in de grondwet gestaan. “Er staat nu nog een formulering in die je als zodanig zou kunnen uitleggen”, zegt Margry.

Een voorbeeld van verborgenheid is de bedevaartskerk in Brielle (Zuid-Holland). Deze staat buiten het centrum van het stadje, op de plek waar in 1572 negentien katholieken omwille van hun geloofsovertuiging werden opgehangen. Om onzichtbaar voor de niet-katholieken processies te kunnen houden is er een hoge muur - van buiten hier en daar voorzien van graffiti - rond de tuin bij de kerk gezet. In het gastenboek bij de ingang is te zien dat de bezoekers van de bedevaartskerk (enige tientallen op een gemiddelde dag) vooral uit de regio komen. Een paar meter verderop hangt een prikbord met informatie van Amnesty International. 'Martelaren van nu' staat er boven.

Midden in de tuin is een vijver, waarin nonnen en monniken uit het nabijgelegen klooster in de 16de eeuw plachten te vissen. “Vorige week kwam een man langs die iets aan z'n been had”, vertelt M. Mackenbach, een vrijwilligster die bezoekers rondleidt in de kerk. “Hij vroeg of hij water uit de vijver mocht halen. Sommige mensen geloven namelijk dat dat geneeskrachtig is”, zegt ze, wijzend op het troebele vijvertje. “Maar het is gewoon regenwater.”

Na enkele decennia van teruglopende belangstelling neemt het aantal bezoekers van de bedevaartskerk in Brielle de laatste jaren weer toe. Het zijn deels toeristen die op een idee worden gebracht door de folders die vrijwilligers verspreiden via de VVV en campings in de buurt.

“Er zijn plaatsen waar bedevaarten echt een toeristische attractie zijn geworden”, zegt onderzoeker Margry. “De Sint-Jans-processie in Laren bijvoorbeeld, daar staan de mensen vooral langs de kant te kijken.” Bij gebrek aan voldoende katholieke kinderen worden in Boxtel ook leerlingen van protestantse scholen gevraagd mee te lopen. “Door de ontzuiling zijn weerstanden bij protestanten ten aanzien van bedevaarten weggenomen.” Ook aan de stille omgang in Amsterdam, een jaarlijkse optocht ter herdenking van het mirakel van 1345, doen veel niet-katholieken mee. De thema's van de stille omgang worden steeds algemener, enkele jaren geleden was het motto bijvoorbeeld: “Laten we bidden om vrede, met name om vrede in het Midden-Oosten.” Een ander voorbeeld van toenadering tussen protestanten en katholieken zijn de bedevaarten die tussen 1982 en 1991 werden georganiseerd naar Kevelaer voor de genezing van prins Claus, een protestant.

Margry heeft even getwijfeld of hij ook het Tiel van Jomanda op zou nemen in zijn overzicht van bedevaartsplaatsen. “Het water dat zij 'instraalt' noemt ze 'een soort Lourdeswater' en in die hal in Tiel hangt een rolstoel aan de muur. Dat is een verwijzing naar de wandelstokken die kreupelen na te zijn genezen achterlieten in Lourdes en andere bedevaartsplaatsen. Maar Jomanda is toch meer een gebedsgenezeres. Daarom nemen we haar niet op.”

Een andere nieuwe ontwikkeling is het ontstaan van wat de historicus 'casco-bedevaartsplaatsen' noemt. Heiloo in Noord-Holland, waar sinds de 15de eeuw Maria wordt vereerd, is daar een voorbeeld van. Margry: “De Portugese gemeenschap in Nederland heeft enkele jaren geleden het initiatief genomen om daar een kopie van het beeld van Fatima neer te zetten. Dat wordt ieder jaar met een grote processie de kapel binnengedragen, waar het een tijdje blijft staan. Hetzelfde gebeurt met een kopie van het beeld uit Medjugorje in Bosnië-Herzegovina. Door de oorlogssituatie was het de laatste jaren onmogelijk naar die plaats te gaan. Om praktische redenen is gekozen voor een bestaande bedevaartsplaats als Heiloo. De infra-structuur is er al.”

Dokkum is de oudste Nederlandse bedevaartsplaats. Kort nadat Bonifatius hier in 754 om het leven werd gebracht konden de eerst pelgrims al worden begroet. Maar Dokkum is ook van de modernste snufjes voorzien. Dat blijkt al bij het kraantje voor de ingang van de kapel. Er is op enkelhoogte een elektronisch oogje in gemonteerd. Zodra je ernaast gaat staan, begint er water uit te stromen, afkomstig uit de Bonifatiusbron.

In de kapel, waar het rustig is op een doordeweekse middag, staat een cd-tje op van Enya, de Ierse zangeres die al muziek met New-Age-geluiden maakte voordat muziekwinkels daar een apart rek voor hadden. “Alles komt hier binnen”, zegt een vrijwilligster, “katholieken, niet katholieken, mensen die helemaal nergens in geloven.” De laatste pastoor van Dokkum, H. Peters, was iemand die de oecumenische gedachte een warm hart toedroeg. In de zomer van 1990 liet hij de Bonifatiuskapel, gebouwd in 1934, aan een collega uit Oberhausen zien. Er was ook een jong echtpaar dat een kind onderdompelde in de bron voor de kapel. Twee dagen later werd de pastoor gebeld door een man uit Sneek, de vader van het kind, die zei dat zijn negen maanden oude dochter door het water was genezen van haar kinkhoest. Nadat De Telegraaf dit 'Wonder van Dokkum' wereldkundig had gemaakt, stroomden bezoekers in groten getale toe. De pastoor wist daar niet goed raad mee en trok zich terug in een klooster.

“Er ontstonden hier situaties die je rustig gênant mag noemen”, zegt T. Vogt, die samen met zijn vrouw de kapel beheert. “Als je een laatste strohalm zoekt, dan doe je rare dingen. Maar iemand die kanker heeft geneest hier echt niet.” Het wonder van Dokkum zorgde er wel voor dat het stadje weer op de kaart met Heilige Plaatsen kwam te staan. “De bedevaart is weer helemaal terug”, aldus de beheerder. Vorig jaar bezochten 15.000 mensen de kapel, die enkele jaren geleden helemaal opgeknapt is.

Een verklaring voor de belangstelling voor bedevaartsplaatsen als Dokkum is de laagdrempeligheid ervan. Mensen gaan niet meer naar de kerk, maar blijven toch zitten met existentiële vragen. Pelgrimeren is een vorm van religie zonder verplichtingen, godsdienst zonder preken. Het is vrijblijvend. Een Maastrichtse pastoor zei het zo in een interview met onderzoeker Margry: “Bij sommigen is het toch een vorm van gemakzucht. Met de kerk zelf willen ze niks te maken hebben, maar hier houden ze zich via een slip van de mantel van Maria aan het geloof vast. Het typeert ook een beetje het egoïsme van deze individualistische samenleving. Wel bidden, maar alleen voor je eigen intenties.”

“Mensen zoeken hier rust. En het is natuurlijk een mooie plek”, bevestigt W. Vogt-Hoogland, beheerster van de Bonifatiuskapel. Sinds twee jaar kan die ook worden gehuurd voor een huwelijksinzegening. “Wij doen dan de catering erbij.” Soms komt er een dominee mee, in plaats van een priester. “En laatst hadden we een stel dat helemaal niet kerkelijk was, dat nam een dame van de burgerlijke stand mee.” Het aantal bezoekers dat genezing zoekt in de Bonifatiusbron is niet zo groot meer als in de eerste jaren na het wonder. Zo nu en dan komt er weer iemand met een jerrycan langs. Zelf gelooft de beheerster niet dat het water zieken geneest. “Ik ben er zeker van dat er meer is tussen hemel en aarde”, zegt ze, “maar niet dat dat hier zit.”