De garderobe van Onze Lieve Vrouw

De tentoonstelling 'De garderobe van Onze Lieve Vrouw' is t/m 30 augustus te zien in de St. Andrieskerk van 14.00-17.00 uur. 's Maandags gesloten.

Donderdag 15 augustus: Antwerpen viert Moeder. Het staat overal in de stad op grote affiches te lezen. De openbare instellingen zijn die dag gesloten. In de week van Maria Hemelvaart staan in kerken en musea 's middags vanaf twee uur gidsen klaar om de bezoekers gratis rond te leiden. Op een kleinere affiche draagt het beeld van Maria een opvallend mooie, hemelsblauwe mantel. Ze verwijst naar een tentoonstelling die in de St. Andrieskerk wordt gehouden: 'De garderobe van Onze Lieve Vrouw van Bijstand en Victorie'.

Deze kerk ligt niet ver van de Groenplaats in een naar Sint Andries vernoemde zijstraat. Het interieur kan in grootsheid en pracht niet op tegen dat van de OLV kathedraal of de Sint Jacobskerk, die pronken met authentieke werken van Rubens en Jordaens. Maar wie door het stille middenschip van de St. Andrieskerk naar achteren loopt, voelt de veelbewogen historie van het uit 1513 stammende gebouw bij elke stap. Openslaande deuren geven aan de rechterkant toegang tot de schemerige tentoonstellingsruimte waar de garderobe van Onze Lieve Vrouw wordt geëtaleerd. De eerste aanblik is bijna spookachtig. Daar staan jurken en mantels van handgeweven, antieke stoffen die duidelijk niet voor een menselijk wezen bestemd zijn. Ze zijn te klein voor een vrouw en te zwaar voor een kind. Het vreemde effect wordt versterkt door het ontbreken van gezicht en handen. De rijke gewaden zijn geplooid om het niets. Wel staat aan de voet van elke mantel een foto van Onze Lieve Vrouw die daarop de bijbehorende combinatie draagt. Waar het hier om gaat is een slechts 117 centimeter hoog beeld in de Mariakapel, die links van het hoofdaltaar is te vinden. Het slanke beeld werd waarschijnlijk aan het eind van de 16de eeuw uit lindehout gesneden en gepolychromeerd. Het heeft donker mensenhaar. Bij de restauratie van 1992 werd het patina van kaarsenwalm verwijderd en kwam er een bleek gezichtje tevoorschijn met een dromerige blik in de iets geloken ogen. In haar rechterarm zit een gat waarin ze de hemelse scepter kan dragen. Haar linkerarm is afneembaar en heeft een gleuf om het Jezuskind in te bevestigen. Alles is zo ingenieus gemaakt, dat het beeld makkelijk kan worden aan- en uitgekleed. Op het hoofd van Maria en dat van haar zoon zit een staaf, waar de hemelse kroon op wordt geschroefd. Tot enkele jaren geleden wisselde men volgens liturgische tijden veelvuldig haar mantels, jurken, kronen en scepters. Bij processies werd ze in vol ornaat op de schouders van sterke gelovigen door de Antwerpse straten gedragen. Die gebeurtenis vond voor het laatst plaats tijdens de Moederviering van 15 augustus 1961. Onze Lieve Vrouw staat sindsdien permanent op het Maria-altaar, gehuld in een groene mantel en geborduurde schoot. De rest van haar garderobe lag onttrokken aan het oog in laden van de sacristie. Totdat men in 1993 besloot de textielschat te restaureren. Twee jaar is er door de deskundige Antwerp Decorative and Fine Arts Society aan het herstel gewerkt. Het resultaat is verbluffend; de stoffen glanzen in heldere kleuren en hun namen klinken even betoverend als de stoffen eruit zien: lancé-damast, gebrocheerd satijn, gros-de-Tours, gemoireerd goudlaken. Er is een blauwe mantel uit 1761 bezaaid met zilveren sterren die 232x260 centimeter meet en geschonken werd door een prinses. Alleen het geruis en geritsel die deze stoffen in een balzaal zouden verspreiden, ontbreekt. Het is hier een en al roerloze verstilling. Je moet zelf om de uitstalling heen draaien om het changeant effect van de lancé-taft gewaar te worden. De grote blikvanger is een pompeuze praalmantel uit 1863 van rood zijdefluweel, geborduurd met bloemen van goud- en zilverdraad.

Toen Antwerpen in 1830 door de Hollanders werd gebombardeerd, beloofde de burgemeester aan de OLV van Bijstand en Victorie een zilveren schoot als de stad gered zou worden. De Belgen overwonnen en de burgemeester hield woord: OLV kon onder haar praalmantel een schoot van gedreven zilver gaan dragen. In de aangrenzende zaal staan de kronen, scepters en juwelen van Maria en haar zoon uitgestald. De pracht van kleding en juwelen steekt schril af bij het sobere, houten OLV-beeld. Eeuwenlang knielden gelovigen op deze plek aan haar voeten om troost en hoop te putten uit haar houten gelaat. Is ze gedoemd - in navolging van Isis, Demeter, Artemis, Astarte en alle andere machtige moedergodinnen - in de komende eeuw een museumobject te worden? Haar garderobe is haar al voorgegaan.