Bier was er ook

“We zaten in Duitsland. Ergens onder München. We moesten spelen op een Rockabilly Convention. Maar wij zijn eigenlijk geen rockabilly-band. Buiten zag je het al. Overal zware motoren en oude Chevrolets Impala. Binnen stonden drie- à vierduizend vetkuiven voor onze neus.

Ik moest denken aan een scène uit The Blues Brothers. Die, waarin ze door een loeiende menigte bekogeld worden met alles wat los en vast zit, een regen van volle flessen bier. Achter dat drumstel zit je altijd goed, maar ik klom niet echt ontspannen dat podium op. Bovendien hadden we de hele dag nog niet behoorlijk gegeten dus iedereen was nog knap chagrijnig ook.

Na drie nummers wisten we dat het goed zat. De kuivenzee begon op en neer te deinen, de druk kon van de ketel en we gingen los. Het water droop van de muren en er liep zoveel zweet in mijn ogen dat ik de rest van het optreden niet meer zag wat zich in de zaal afspeelde. Na twee toegiften konden we weg.

We werden dronken in een cocktailbar. Aan eten dachten we niet meer. Terug in het hotel verdween iedereen in zijn kamer. Het was vrij luxe. Veel wit houtvakwerk, ligbad en zwembad, en de muren hingen vol met foto's van het Nederlands elftal. Dat scheen daar ooit eens de nacht te hebbben doorgebracht. De bassist moest en zou in het bed slapen waar Marco van Basten ooit in had gelegen. Het bleek een tweepersoonsbed te zijn. Toen ik erin stapte rook ik een zurige lucht. Op de plek van de bassist lag gele smurrie.

We vluchtten de kamer af, weg van de stank. Ergens verderop in de eindeloos lange gang zag ik iets bewegen. Het was Janet, een van de zangeressen. Veel licht was er niet, een paar van die schemerlichtjes aan de muur, dat was alles. Het hotel was uitgestorven en doodstil. Ze rommelde met iets dekenachtigs op de grond. 'Jongens, we gaan picknicken!' riep Janet. Ze had zich op het kleed genesteld en begon twee plastic tassen leeg te halen. Er kwam stokbrood tevoorschijn, messen en vorken en echte borden, schaaltjes en plastic bakjes met sateh, bratwurst en salades. Bier was er ook. Alles kwam uit de keuken van de cocktailbar. Daar bleek een restaurant aan vast te zitten. Janet was aan de praat geraakt met de kok. Het klikte geloof ik nogal.

We hebben daar nog uren gezeten. Hoe laat het was, beseften we pas toen het karretje van het kamermeisje om de hoek verscheen. Er was geen kruimel over.''