Tij is gunstig voor nieuwe uitgifte staatslening Zalm

AMSTERDAM, 14 AUG. De obligatiemarkt zit minister Zalm van Financiën flink mee. De afgelopen weken is de rente op de kapitaalmarkt voor tienjaars-staatsleningen gedaald van meer dan 6,5 procent naar rond 6,25 procent vanmorgen.

Daarmee blijft de rentestand zeer gunstig voor de financiering van het overheidstekort en de herfinanciering van aflopende staatsleningen. Van de 40,9 miljard gulden aan financieringsbehoefte voor dit jaar moet Zalm nog 20,6 miljard gulden ophalen. Aanstaande vrijdag maakt de Agent van Financiën, die de transacties van de staat op de kapitaalmarkt verzorgt, een nieuwe staatslening bekend. En opnieuw kan dat voor een prikje. In januari schreef Financiën al een tienjarige lening uit tegen 6 procent - de op een na laagste rente voor een tienjarige staatslening uit de recente geschiedenis, die alleen werd overtroffen door een 5,75 procentslening uit 1994.

Handelaren en analisten gaan er van uit dat de Agent Zalm zal adviseren om vrijdag met een nieuwe tienjarige lening te komen, die een rente van 6,25 procent zal dragen. De reden daarvoor is niet alleen de gunstige rentestand. “Na de tienjarige lening van januari is er bij beleggers behoefte aan een nieuwe benchmark-lening. Bovendien is er in 2006 verhoudingsgewijs nog weinig af te lossen, zodat een tienjarige lening juist voor die termijn goed past.” Ook analist E. Nienhuis van MeesPierson zegt uit te gaan van een tienjarige lening, omdat daar onder beleggers veel behoefte aan bestaat. Een heropening van de tienjarige lening van januari, die als alternatief zou kunnen dienen, is volgens hem onwaarschijnlijk, omdat die al ruim 16 miljard gulden groot is. En 15 miljard gulden tot 16 miljard gulden blijkt in de praktijk de maximale omvang van tienjarige staatsleningen.

Toch is er een kleine kans dat Financiën vrijdag voor een verrassing zorgt. De resterende financieringsbehoefte van 20,6 miljard laat zich in theorie opdelen in een tienjarige lening van rond 15 miljard gulden, en een resterend bedrag van 5 miljard gulden. Dat resterende bedrag kan Financiën ophalen door een bestaande staatslening te heropenen. Maar welke? Vanmorgen werd op de obligatiemarkt gespeculeerd over tienjarige staatsleningen uit 1992, die in 2002 aflopen. De twee leningen van dat jaar zijn 10 miljard gulden en 11,5 miljard gulden groot, zodat het ophalen van 5 miljard gulden door heropening van een van de twee de omvang tilt naar 15 tot 16 miljard gulden.

Politiek kan er echter een probleem zijn met de heropening van een van deze twee leningen. Ze dragen allebei een rente van 8,25 procent - de rentestand van het jaar waarin ze werden uitgeschreven. Op dit moment loopt de rente in Nederland scherp op, naarmate de looptijd van leningen langer is. Kort geld geeft nog geen drie procent rente, en de dertigjarige staatslening, de langst lopende die voor handen is, heeft een rente van richting 7 procent. De twee leningen uit 1992 lopen nog zes jaar, en de rente op de obligatiemarkt voor die looptijd is op dit moment 5,5 procent. Daarom zijn de leningen, die nog steeds 8,25 procent uitkeren, veel duurder geworden. Voor elk bedrag van 100 gulden dat Financiën op deze leningen zou uitschrijven, betalen beleggers 112 gulden. Bij een opgehaald bedrag van vijf miljard gulden, strijkt Zalm dus 600 miljoen gulden extra op. Dit 'agio' zorgde eerder, zoals bij de heropening van de dertigjarige lening in 1994 onder minister van financiën Kok, voor politieke opschudding. In Den Haag is het risico dat het wordt gezien als winst, die vrij kan worden besteed. In feite is het agio gelijk aan het bedrag dat over de resterende looptijd teveel aan rente wordt betaald, en moet het agio worden gebruikt voor staatsschuldvermindering. Tenzij Zalm juist met een groot agio de omvang van de staatsschuld wil terugdringen ten koste van hogere rentelasten, met het oog op kwalificatie voor de Economische en Monetaire Unie in 1999, zijn er betere alternatieven voor handen om met een heropening van een bestaande lening vijf miljard gulden op te halen.

De staatsschuld is op dit moment gelijkelijk verdeeld over de eerstkomende tien jaar. Maar voor een looptijd van 7 jaar is er verhoudingsgewijs weinig geleend. Dat vestigt de aandacht op de tienjarige staatslening uit 1993, die nog zeven jaar te gaan heeft. Deze lening is 11,3 miljard groot, en heeft als bijkomend voordeel dat hij een couponrente draagt van 6,5 procent. Omdat de rente op de obligatiemarkt op zevenjarige leningen op dit moment 5,8 procent is, is het agio bij heropening van deze lening veel kleiner. Op vijf miljard gulden zou slechts 200 miljoen gulden extra worden opgehaald.

Blijft de vraag wat financiën vrijdag zal doen. Eerst met een heropening vijf miljard gulden ophalen, en verderop in het jaar met een tienjarige lening het bulkbedrag van 15 miljard gulden lenen? Of eerst de zekerheid dat het grootste bedrag binnen is, en daarna rustig kijken hoe de extra vijf miljard binnen te krijgen? Gezien de gunstige rentestand, en de voorspelling door de meeste analisten dat de rente in de loop van dit jaar wat oploopt, gaan de meeste marktpartijen uit van een tienjarige lening op vrijdag. Ook al omdat er meestal een tweetal aftappingen van beleggers, en dus enige tijd, voor nodig zijn om rond 15 miljard gulden op te halen. Maar het gerommel op de obligatiemarkt geeft aan dat een verrassing op vrijdag niet mag worden uitgesloten.

    • Maarten Schinkel