Sombere blik Dostam regeert Mazar

In de stad Mazar-i-Sharif in het noorden van Afghanistan heerst al geruime tijd vrede onder de lokale sterke man, Abdul Rasheed Dostam. Van islamitisch fundamentalisme wil de Oezbeekse generaal niets weten. Toch kan ook hij zich niet aan de gevolgen van de oorlog in Afghanistan onttrekken.

MAZAR-I-SHARIF, 14 AUG. Waar je ook bent in Mazar-i-Sharif, de sombere blik van broeder generaal Abdul Rasheed Dostam is nimmer ver. Vanaf beschilderde borden staart het besnorde gelaat van de onbetwiste machthebber in noordelijk Afghanistan boven een nog net zichtbaar pak van Russische snit de voorbijgangers aan. De portretten vertonen een opmerkelijke gelijkenis met die van communistische voormannen uit de voormalige Sovjet-Unie. Voor islamitisch fundamentalisme, elders in Afghanistan de laatste jaren zo in opmars, is hier geen plaats. In de etalages van de winkeltjes wemelt het van de afbeeldingen van vrouwen zonder sluier en hier en daar prijkt zelfs een reclamefoto voor een beha met een aantrekkelijk borstenpaar er achter. In de theehuizen kijken de mannen opgewekt naar Indiase televisieprogramma's.

Zulke lichtzinnigheid zou de mullahs in de rest van het land een hartverlamming bezorgen, maar de Oezbeek Dostam ligt er niet wakker van. “Wij spiegelen ons liever aan een seculiere islamitische staat als Turkije”, zegt een medewerker van Dostam koeltjes.

Het straatbeeld in Mazar-i-Sharif, de hoofdstad van Dostams rijkje, dat zich uitstrekt van Badghis in het westen tot Kunduz en de Salang-pas in het oosten, doet denken aan dat van veel steden in het voormalige Oostblok. Brede strenge boulevards doorkruisen de stad, met aan beide kanten moderne, fantasieloze flatgebouwen. Ook veel auto's zijn van Russische makelij.

Maar achter deze moderne façade gaat het traditionele Mazar-i-Sahrif schuil. In de bedrijvige smalle zijstraatjes vol chaotische stalletjes draagt bijna niemand een Westers of Russisch pak en is de tulband het meest voorkomende hoofddeksel. Veel vrouwen gaan gehuld in de burqa, een spookachtig gewaad dat het hele lichaam inclusief het hoofd bedekt en hun slechts via een klein tralievenstertje contact met de buitenwereld toestaat.

Massaal begeven ze zich elke dag voor het gebed naar de schitterende, geheel met de fraaist denkbare tegels ingelegde 500 jaar oude tombe van Hazrat Ali. Deze neef en schoonzoon van de profeet Mohammed en stichter van de shi'itische stroming in de islam zou volgens de overlevering in het centrum van Mazar-i-Sharif zijn begraven. Dat Hazrat Ali in werkelijkheid naar alle waarschijnlijkheid in Irak is begraven, waar hij in 661 ook stierf, doet voor de gelovigen aan de heiligheid van deze plaats niets af.

Ook generaal Dostam, een realist van het zuiverste water, houdt de traditionele, op de islam gerichte kringen, graag te vriend. Zo liet hij de tombe en de belendende moskee onlangs op eigen kosten restaureren. Niemand stelde verder lastige vragen waar Dostam, twee decennia geleden nog een eenvoudige arbeider in een kunstmestfabriek bij Mazar-i-Sharif, al dit geld vandaan had. Een machtig man in Afghanistan heeft nu eenmaal altijd geld.

Dostams loopbaan nam een hoge vlucht nadat hij de kunstmestfabriek begin jaren tachtig met succes had verdedigd voor het communistische bewind tegen acties van het islamitische verzet. In korte tijd groeide hij uit tot een geducht krijgsheer. De communistische leiding in Kabul bombardeerde hem zelfs tot generaal, wat hem niet belette datzelfde communistische regime in 1992 hoogst persoonlijk de nekslag toe te dienen door een alliantie aan te gaan met een deel van het islamitische verzet.

Ondanks zijn flexibiliteit is lang niet iedereen in Mazar-i-Sharif te spreken over het bewind van Dostam. De stad, die de oorlog in Afghanistan van de afgelopen zestien jaar betrekkelijk ongeschonden heeft doorstaan, is thans meer dan ooit een smeltkroes van de volkeren uit de regio. Vele duizenden vluchtelingen uit de hoofdstad Kabul, die door de haast permanente gevechten van de afgelopen vier jaar grotendeels met de grond is gelijk gemaakt, zijn naar Mazar uitgeweken. “Je komt hier hele wijken met mensen uit Kabul tegen, die elkaar allemaal al van daar kenden”, aldus een inwoner van Mazar-i-Sharif. Nog eens duizenden Afghanen, die voor het oorlogsgeweld naar Iran waren gevlucht en daar op een gegeven moment werden weggestuurd, zijn eveneens in de stad terechtgekomen.

Behalve Oezbeken zijn er nu ook grote aantallen Tadzjieken, Pathanen, Turkmenen en Hazara's, die zich dikwijls achtergesteld voelen bij de Oezbeken van Dostam. “Dostam zorgt goed voor de Oezbeken”, zegt een naar Mazar gevluchte Tadzjiekse kelner, “maar voor de anderen doet hij niets.” Wrevel wekt ook de wijze waarop jonge mannen, vaak ook jongens, af en toe van de straat worden geplukt om dienst te doen in Dostams troepen.

Veel inwoners, en zeker niet alleen de stroom vluchtelingen, hebben bovendien de grootste moeite om materieel gezien het hoofd boven water te houden. De prijzen in de bazar van Mazar-i-Sharif zijn maar weinig lager dan die in het half belegerde Kabul. De lonen zijn laag en worden door een razende inflatie voortdurend minder waard. “Veel mensen kunnen zich niet meer dan één maaltijd per dag veroorloven”, aldus de kelner.

Daar staat tegenover dat de meeste mensen althans over onderdak beschikken en dat er gewoonlijk water en elektriciteit is, zaken waarmee Mazar-i-Sharif Kabul ruimschoots de loef afsteekt. Ook zijn er diverse internationale hulporganisaties die de nood helpen lenigen.

De laatste maanden heeft Dostam zich bewust toegelegd op het smeden van een coalitie met andere bevolkingsgroepen. Zo ging hij vorige maand met enkele kleinere gematigde groeperingen uit het islamitisch verzet een verbond aan, het Vredesfront genaamd. Hiervan maken onder anderen oud-president Sibghatullah Mojadidi en de gerespecteerde Pir Gailani deel uit. Ook de shi'itische Hizb-i-Wahdat trad tot dit Vredesfront toe.

Het was het antwoord van Dostam op de recente verrassende verzoening in Kabul van president Burhanuddin Rabbani en zijn voormalige aartsvijand Gulbuddin Hekmatyar. Elk van de partijen in het Vredesfront koestert zo zijn eigen wrok tegen het Rabbani- en Hekmatyar-kamp. Van de fundamentalistische Talibaan, naast Dostam en Rabbani de derde belangrijke machtsfactor in Afghanistan, moeten ze ook niet veel hebben.

Een lokale shi'itische leider, Mohammed Mohaqeq, de nummer twee van het Vredesfront in Mazar-i-Sharif, verklaart dat de partijen van het Front zich er maar al te goed van bewust zijn dat de bevolking eindelijk vrede wil. Daartoe hoopt het Front spoedig onderhandelingen te beginnen met Rabbani en Hekmatyar.

Het geval van de shi'ieten, die ongeveer een zesde deel van de Afghaanse bevolking omvatten, illustreert de merkwaardige dynamiek van het Afghaanse conflict. Vorig jaar werden zij plotseling in de armen van Dostam gedreven, nadat velen in het westen van Kabul waren afgeslacht en hun leider Mazari onder nooit opgehelderde omstandigheden in gevangenschap bij de Talibaan om het leven was gekomen. Het steekt hen danig dat hun traditionele bondgenoot Iran momenteel de sunnitische regering van president Rabbani in Kabul steunt. “De wapens die Iran levert, worden vaak tegen ons ingezet,” aldus Mohaqeq. Iran wil echter koste wat kost de Talibaan van de macht in Kabul afhouden.

Onder de vleugels van Dostam hebben de opvattingen van de shi'ieten over hun godsdienst intussen een opmerkelijke transformatie ondergaan. “Wij geloven dat de islam een religie voor gematigde mensen is, waarin geen plaats is voor extremisme en onverdraagzaamheid”, aldus Mohaqeq. “De islam moet er zijn voor alle mensen, niet alleen voor de moslims. Wij zijn voor vrede en tegen fundamentalisme.”

Voor moslim-fundamentalisme is er in het rijk van de voormalige communistische Afghaanse krijgsheer geen plaats