Rampen zijn meestal menselijke misrekeningen

Na de overstroming van de Spaanse camping in Biescas wordt de vraag gesteld of hier van een ramp of van achteloosheid sprake is. Een schijndiscussie, vindt Ben van der Velden. Er is altijd en overal een economische stimulans om te zoeken naar de grenzen van de veiligheid.

Sinds vorige week woensdag vakantiegangers van camping Las Nieves in de Spaanse Pyreneeën door een vloedgolf van water, modder en stenen werden weggespoeld, voltrekken de gebeurtenissen zich volgens het gebruikelijke rampenscenario. Plaatselijke autoriteiten verzekeren de nabestaanden van de omgekomen kampeerders dat het kampeerterrein tussen twee rivierbeddingen aan alle veiligheidseisen voldeed. Ze vinden dat ze terecht vergunningen voor aanleg van de camping hebben verstrekt. De meer dan tachtig doden zouden uitsluitend het gevolg zijn van een niet te voorspellen gedrag van de natuur. Aartsbisschop Elias Yanes dient in de barokke basiliek van Pilar in Saragossa met Spaanse ministers onder zijn gehoor een mis op ter nagedachtenis van de ramp, het grote ongeluk, dat Spanje getroffen heeft.

Maar tegelijkertijd beginnen milieuspecialisten zich te roeren. Zij zeggen dat met de aanleg van het kampeerterrein bij het plaatsje Biescas een onverantwoord risico is genomen. Uit Frankrijk komen berichten over honderden campings die op plaatsen liggen waar het risico van rampen niet uitgesloten is. Vervolgens meldt de Spaanse justitie dat een onderzoek wordt ingesteld om te achterhalen of de autoriteiten die voor camping Las Nieves de benodigde vergunningen verstrekten, nalatigheid verweten kan worden. Kortom, het is de vraag of de doden van Las Nieves het gevolg zijn van een ramp of van menselijk falen, en of soortgelijke tragedies elders voorkomen kunnen worden.

Het beantwoorden van zulke vragen wordt bemoeilijkt omdat betrokkenen niet alleen oprecht geschokt zijn door de gebeurtenissen, maar tegelijkertijd duidelijke belangen hebben. Een verantwoordelijke autoriteit wil niet beschuldigd worden van nalatigheid, campinghouders willen geen verhuiskosten en niemand wil dat de toeristen die zoveel geld in het laatje brengen, vertrekken omdat ze bang zijn voor de risico's die een nieuwe onweersbui in de bergen met zich mee kan brengen.

In Biescas was de merkwaardige combinatie van rouw en economisch belang vorige week vrijdag treffend te zien bij een plaatselijke bar annex restaurant, die met alle hulpverleners en journalisten ter plaatse gouden tijden beleefde. Gesloten van 12.00 tot 12.30 uur uit solidariteit met de slachtoffers van camping Las Nieves, vermeldde een briefje op de deur. Wie toch aan de gesloten deur rammelde werd door het raam gewenkt achterom te komen. De solidaire zaak zat dan ook gewoon stampvol.

Als duidelijk blijkt dat de vernietiging van de camping bij Biescas het gevolg is van menselijk falen, dan zou men mogen veronderstellen dat de eisen voor campings niet alleen in Spanje maar ook in andere landen worden aangescherpt. Stel eens voor dat dit zou leiden tot de radicale sloop van vele honderden campings naast rivierbeddingen onder berghellingen in heel Europa. Zou het kamperen dan echt veilig worden? Dat is de vraag.

Mensen nemen risico's. Die risico's worden soms helder onder ogen gezien door depressieven. Sommigen van hen zetten geen stap de deur meer uit om de kans van ongelukken te vermijden. Maar wie niet depressief is neemt risico's met een luchtigheid alsof hij het eeuwige leven heeft. Hij stapt in een auto, vertrouwend op remmen, zijn eigen reactievermogen en dat van medeweggebruikers. Hij riskeert alleen een ongeluk. Siciliaanse citrustelers vestigen zich bij voorkeur tegen de wanden van de vulkaan de Etna, omdat de grond daar zo vruchtbaar is. Als de vulkaan met een golf van gloeiende lava hun hele hebben en houden vernietigt, nadat zij in de plaatselijke kerk tevergeefs alle denkbare heiligen om hulp hebben gesmeekt, jammeren ze over het noodlot dat hen heeft getroffen.

Alle aardbevingen van de geschiedenis en alle kennis over de aardkost en de kansen op aardbevingen in delen van Griekenland, de Verenigde Staten of Italië tesamen, hebben er niet toe geleid dat mensen die gevaarlijke gebieden mijden. Integendeel, telkens als een aardbeving vele doden heeft geëist laait de discussie op over de vraag waarom huizen niet aardbeving-bestendiger zijn gebouwd. Verantwoordelijken zeggen niet graag dat ze kosten hebben vermeden en praten liever over de ramp die de mensheid heeft getroffen.

Waarom gaan mensen in gebieden wonen waar kans op een aardbeving bestaat, werd mij eens vanuit Nederland gevraagd, toen ik in een door aardschokken verwoest Zuid-Italië verbleef. Waarom wonen mensen in Nederland onder de zeespiegel, was mijn wedervraag. Een buitenlandse vriend die de Oosterscheldedam bezocht raakte door het onderwerp gefascineerd. Hoe is het mogelijk dat mensen zich eeuwenlang veilig wanen achter dijken? De mogelijkheid bij de Oosterscheldedam om onder water de enorme kracht van de stroming te bekijken, versterkte zijn belangstelling.

Risico's worden genomen omdat ze voordeel kunnen opleveren, economisch of emotioneel. Hoeveel stormvloeden met noodlottige gevolgen voor ontelbare mensen er ook zijn geweest, boeren in Bangladesh zijn altijd teruggekeerd naar de vruchtbare gronden waar nieuwe overstromingen dreigden. In de bedding van de Limburgse Maas is gebouwd met voorbijgaan aan kosten van bescherming tegen hoog water. Bij de watersnoodramp die in 1953 de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden trof was het trouwens ook niet alleen maar een kwestie van springvloed en storm. De waterschappen kregen ook de rekening gepresenteerd voor hun zuinige onderhoud van de dijken.

Dat enkele kampeerders hun tent onder een berghelling aan de rand van een beekje opzetten is begrijpelijk. Het is de heerlijkste plaats die voor hun verblijf denkbaar is. Als ze na een hevig onweer wegspoelen, is de ramp tot hen beperkt. Het is jammer, maar zij waren verantwoordelijk voor hun eigen risico. Een exploitant van een kampeerterrein voor vele honderden mensen met tenten, caravans en auto's, vindt zo'n plaats onderaan de helling bij het water uit bedrijfseconomische overwegingen ook aantrekkelijk. Als al zijn gasten na een onweer wegspoelen is dat een ramp waarbij de vraag rijst welke autoriteit hem toestemming gaf zich op die plaats te vestigen. Bij massatoerisme stelt de individuele kampeerder zich geen gedetailleerde vragen over de veiligheid, netzomin als een inwoner van Kruiningen dagelijks de toestand van de dijk langs de Westerschelde inspecteert.

De economische stimulans om te zoeken naar de grenzen van de veiligheid zal nooit verdwijnen. Nieuwe veiligheidseisen voor campings leiden tot een nieuw aftasten welke risico's aanvaardbaar worden geacht. Dat is normaal. Vreemd is dat er, wanneer het mis gaat, wanneer er dingen gebeuren waarmee ten onrechte geen rekening is gehouden - en er daardoor doden vallen - gesproken wordt van een ramp, van een groot ongeluk. Het gaat meestal om misrekeningen, waar mensen verantwoordelijkheid voor dragen. Zulke misrekeningen zijn onvermijdelijk omdat op de aardbol geen prettige woonplaats te vinden is waar geen kans bestaat op overstromingen, bevriezingen, aardbevingen, aardverschuivingen, vulkaanuitbarstingen, wervelstormen, tropische ziekten of andere levensgevaarlijke bedreigingen. Bovendien zijn de risico's onontkoombaar, omdat de gevaarlijkste plekken dikwijls om economische reden het aantrekkelijkst zijn.