Radijsjes in het paradijs

Aangaande de picknick heb ik niets te melden. Mijn picknicken verlopen namelijk zoals het hoort, zoals de zomernovelles en de impressionistische schilderijen het willen. Iedereen weet hoe dat is. Het is een zonnige dag, de aanwezigen zijn allen bevangen door een wonderlijk zorgeloosheid en ieder heeft zich aan zijn opdracht gehouden.

De wijnkenner maakte zijn keus, diverse kazen en fijne vleeswaren werden geselecteerd. Er zijn worteltjes, radijs, perziken, druiven en ander vers ooft van de markt. Voor bestek, glazen en servetten is gezorgd; en koeler noch kurkentrekker is vergeten. Alles past in een of twee manden. Alleen de stokbroden steken eruit.

De plek is in mijn ervaring altijd een toplocatie geweest. De wereld is je tafel, het gras je servet, je bent je eigen ober, gerant en gast tegelijk. Nooit last van schuifelend personeel dat onverhoeds informeert of het wel gesmaakt heeft. Geen louche kaarslicht en al helemaal geen achtergrondmuziek. Banjo en gitaar hoeven voor mij niet mee. De vogelen des velds, een bescheiden beekje, ruisend riet en gebladerte geven het mooiste concert. Zo ongeveer moet het Paradijs er hebben uitgezien. Als Adam en Eva maar genoeg stokbrood en radijs hadden meegenomen, dan waren ze nooit aan die appel begonnen en zaten we daar met zijn allen nog.

Gemor heb ik op een picknick nooit gehoord. Goed, er zit wel eens zand aan de worteltjes, na enkele uren is de temperatuur van de wijn iets gestegen. En op een middag zag ik een medepicknicker pogingen doen een onwillige gebraden kip onder controle te krijgen. Het dier ontglipte voortdurend zijn handen, zoals een zeepje zich ook wel eens aan de mens ontworstelt, en belandde uiteindelijk in de sloot.

Maar voor de rest nooit klachten.

Dat is jammer, want daarom valt er niets over te vertellen. Sloeg de boot maar eens om, raasde er maar eens een dolle stier over de uitgestalde maaltijd. Waarom zie ik nooit hommels, wespen en mieren? Jachtopzieners en boswachters hebben me altijd met rust gelaten. En die ene boer die ooit met zijn riek zwaaide, deed dat uit vredelievendheid.

Ook nooit een wolkbreuk. Geen doorweekte deelnemers die dekking zoeken onder mand en theedoek, geen glazen die zich ongevraagd vullen en geen stokbroden die verworden tot pap.

Nee, dat heb ik allemaal nooit meegemaakt.

Toch eens beter op het weerbericht letten.

    • Roelof van Gelder