Pronk laat zich niet als maharadja fêteren in India

KAIPAMALAGAM, 14 AUG. Terwijl de meeste Nederlandse ministers vakantie houden, snelde minister J. Pronk van Ontwikkelingssamenwerking de afgelopen dagen, hooguit gestuit door een incidentele moesson-bui, van het ene afgelegen modderige dorp naar het andere in de zuidwestelijke Indiase deelstaat Kerala. Vergezeld van zijn vrouw kwam hij persoonlijk poolshoogte nemen van de voortgang van een reeks hulpprojecten en van de noden van de kleine man en vrouw in dit gebied.

Voor de dorpsbewoners was het even wennen aan de stijl van de bewindsman. Prominente Indiase bewindslieden vertonen zich doorgaans slechts in de dorpen wanneer er verkiezingen op komst zijn. Als ze al komen, dan laten ze zich als een maharadja fêteren. Pronk daarentegen liep rechtstreeks op de dorpelingen af en vuurde, als een mitrailleur, een spervuur van vragen op hen af.

“Hoeveel mensen maken er gebruik van deze pomp”, wilde hij weten van een jonge vrouw in sari tussen een paar hutjes onder de kokospalmen in het dorp Kaipamalagam. Beduusd antwoordde ze dat het om vijf families ging.

Pronk: “Gaan uw kinderen allemaal naar school?” De vrouw: “Nee.” Pronk, vorsend: “Waarom niet?” De vrouw: “Omdat mijn zoontje pas vijf jaar oud is.” Pronk: “Ok.”

Vervolgens werden er enkele latrines bezichtigd, die met Nederlandse steun door vrouwen waren gemetseld. Elders in India zou een dergelijk project weinig kans van slagen hebben gehad, maar in Kerala lukte het omdat de positie van de vrouw hier vanouds sterker is dan in enige andere Indiase deelstaat, een overblijfsel van het matriarchaat dat hier eeuwenlang heerste.

Kerala, een waterrijke en dicht bevolkte deelstaat met een tropische vegetatie, is ook om een andere reden uniek. Meer dan negentig procent van de dertig miljoen inwoners kan er lezen en schrijven - bijna twee keer zoveel als in de rest van India.

Niettemin is Kerala er niet in geslaagd deze sociale voorsprong om te zetten in goede economische groeicijfers. Er heerst nog steeds veel armoede en in totaal staan zo'n vijf miljoen mensen als werkloos geregistreerd.

Het accent van de Nederlandse hulpverlening aan Kerala ligt op projecten in de watersector. Terwijl de deelstaat in de regentijd gigantische hoeveelheden water krijgt te verwerken, die vaak tot overstromingen leiden, kampt een deel van het gebied tijdens de lange droge periode juist met watertekorten. Voorts is het drinkwater op veel plaatsen ernstig vervuild, mede door onvoldoende sanitaire voorzieningen.

Intussen zijn er met Nederlandse steun her en der duizenden latrines aangelegd, waarvoor de bewoners zich meestal zeer dankbaar tonen. “We zullen uw land nog generaties lang dankbaar zijn”, verklaarde een vrouw, die hoofd is van de dorpsraad, de zogeheten panchayat.

Pronk wil daar niet van weten: “We helpen u alleen uzelf te helpen.” Nederland probeert de zelfwerkzaamheid van de dorpelingen te bevorderen door in toenemende mate slechts hulp te verlenen, indien de lokale gemeenschap ook zelf een financiële bijdrage levert.

Tijdens Pronks bezoek werden een aantal knopen doorgehakt. Zo werd besloten een omvangrijk waterbeheersingsproject in het lagune-gebied van Kuttanad in het midden van Kerala, waarvoor al tien jaar lang uiteenlopende studies waren verricht, eindelijk met volle kracht ter hand te nemen. Met het project, dat deels ingepolderd land betreft dat beneden zeeniveau ligt, is de komende drie jaar een bedrag van tien miljoen gulden gemoeid. Met dit geld zullen onder andere sluisjes, pompen en sanitaire voorzieningen worden aangebracht.

Pronk toonde zich verheugd over het beleid van de Keralese autoriteiten om de verantwoordelijkheid voor het lokale bestuur meer dan voorheen af te wentelen naar de panchayats. Hiervoor werden onlangs verkiezingen gehouden, waarbij minimaal een derde deel van de leden uit vrouwen moest bestaan.

Met zichtbaar plezier onderhield Pronk zich in verschillende dorpen met de nieuwbakken vertegenwoordigers van de panchayats. Daarbij schuwde hij, zoals gewoonlijk, tere punten niet. “Hoe staat het hier met de corruptie”, informeerde hij tijdens een onderhoud met de panchayat en inwoners van Kumarakom, een plaatsje in het Kuttanad-gebied, in een volle zaal. Met enige schroom stond een inwoner van middelbare leeftijd op en verkondigde dat er dikwijls corruptie voorkwam in het district, vooral bij de uitbesteding van openbare werken. Het gezicht van de voornaamste ambtenaar van het district betrok en klaarde pas weer op, toen het onderwerp veranderde.

Een aanhoudende zorg die door zowel door panchayats-leden, willekeurige bewoners en regeringsfunctionarissen werd geuit, was het probleem van de massale werkloosheid. Ook Pronk raakte tijdens zijn reis van het belang daarvan doordrongen. Zijn verklaring voor het falende werkgelegenheidsbeleid van de decennialang door communisten beheerste regering van Kerala: “Er is hier onvoldoende betekenis toegekend aan economische groei.”

Daarom wil de minister de Nederlandse hulp aan Kerala bijstellen. Om de werkgelegenheid te stimuleren, wil hij meer aandacht voor kredietprogramma's op lokaal niveau.

Voorts zal Nederland Kerala bijstaan via grootschaliger projecten. Het belangrijkste daarvan is een programma om de haven van Cochin tot een internationale overslagplaats voor containers te maken. Hiervan zal echter pas werk worden gemaakt, wanneer vast is komen te staan dat zo'n kostbare uitbreiding economisch gezien ook verantwoord is.