Philips blijft VEB notulen weigeren

ROTTERDAM, 14 AUG. Philips stapt naar de Hoge Raad om te voorkomen dat de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) inzage krijgt in vertrouwelijk financieel materiaal over de besluitvorming binnen Philips, voorafgaande aan het vertrek van toenmalig topman C. van der Klugt in 1990.

Een woordvoerster van Philips heeft het hoger beroep bij de Hoge Raad (zogeheten cassatie) vanochtend desgevraagd meegedeeld. Over de argumenten die Philips zal aanvoeren wilde zij niets zeggen. Voor de VEB komt de beslissing van Philips niet onverwacht. “Gezien de belangen die op het spel staan en het feit dat deze materie voor Nederland nieuw is, hadden wij dit wel verwacht”, aldus juriste mr. L. Vervuur.

Het gerechtshof in Den Bosch had Philips drie maanden geleden veroordeeld de VEB inzage te geven in notulen van de raad van bestuur en ander geheim materiaal. De VEB wil de informatie van Philips om te zien of zij een schadeclaim tegen Philips kan indienen. Van der Klugt voorspelde op 10 april 1990 op de aandeelhoudersvergadering een positieve gang van zaken, maar Philips moest die verwachting drie weken later, op 3 mei, weer inslikken. De affaire was de inleiding tot het vertrek van Van der Klugt.

Eind 1991 begon de VEB vervolgens een rechtszaak, die uniek in Nederland is doordat de beleggersvereniging ook een uitspraak van de rechter wil dat een bedrijf gedupeerde aandeelhouders interne informatie moet geven over de gang zaken om een eventuele schadeclaim voor te bereiden, zoals dat ook in Amerika mogelijk is.

Philips heeft een rechtszaak over deze affaire met Amerikaanse beleggers een aantal jaren geleden geschikt voor een bedrag van bijna tien miljoen dollar.

Het gerechtshof in Den Bosch noemde het in zijn arrest “schier onvoorstelbaar” dat Philips op de gewraakte aandeelhoudersvergadering nog geen signalen had over de “rampzalige berichten” die drie weken later volgden.

Het gerechtshof beval Philips om alle interne informatie over de resultaten in het eerste kwartaal van 1990 te verstrekken, alsmede de gegevens waarop de verwachtingen in het jaarverslag en de aandeelhoudersvergadering waren gebaseerd plus informatie over het laatste kwartaal van 1989. Het gerechtshof vond dat het vrijgeven van deze informatie niet schadelijk is voor de concurrentiepositie, omdat de gebeurtenissen zich zes jaar geleden hebben afgespeeld.