'Opeens moest ik Frankrijk verlaten'

PARIJS, 14 AUG. De kerk van Saint-Bernard in Parijs, waar driehonderd illegale Afrikanen hun toevlucht hebben gezocht, biedt de indruk van een Afrikaans marktplein.

Overal mensen en spullen. Vrouwen in kleurige 'real java Hollandais'-kleding, Afrikaanse batikstoffen uit Helmond. Tussen de matrassen krioelen de kindertjes, op de po, hollend om de pilaren van het negentiende-eeuwse kerkgebouw, in een draagdoek op de veilige moederrug. Geïmproviseerde kookhoeken herinneren eraan dat het leven doorgaat. Begin augustus werd het derde kind geboren in de Saint-Bernard.

Zij stelt zich zelf voor als 'Madame Touré'. “Wij zijn mishandeld”, zegt zij als een tropische donderwolk. Frankrijk heeft lak aan onze rechten. Eerst volgden ze nog de wet. Mijn man heeft de Franse nationaliteit. Hij werkt al tien jaar hier. Opeens kreeg ik te horen dat ik het land uit moest. Terwijl ik met mijn dochter naar het ziekenhuis moest. Daar werden we weggestuurd omdat ik geen geldige papieren heb. We leven hier als beesten.” Zij is sinds kort geregulariseerd, maar zij blijft in de kerk tot alle hongerstakers en 300 andere wanhopigen van de Saint-Bernard papieren hebben.

Maandag keerden tien Afrikanen die al een veertigtal dagen in hongerstaking zijn, terug naar de kerk, na 's ochtends door de politie te zijn meegenomen voor gedwongen ziekenhuisopname. Vijf andere Afrikaanse mannen en zeven vrouwen kondigden na die politieactie aan dat ook zij in hongerstaking gaan. Als gesprekspartner nemen de illegalen met niemand meer genoegen, behalve met president Chirac.

Veel van de illegale Afrikanen in Saint Bernard zijn slachtoffer van de strengere immigratiewetgeving, ingevoerd door de voormalige minister van Binnenlandse Zaken, Charles Pasqua. Pasqua, het conservatief-nationalistische plechtanker uit Edouard Balladurs regering ('93-'95), heeft korte metten gemaakt met een aantal principes die tot dan toe heilig waren. Een van die principes is dat iedereen die op Franse bodem wordt geboren, Frans is. Maar sinds 1993 zijn alleen kinderen van Franse ouders geboren in Frankrijk automatisch Frans. Wie hier wordt geboren uit buitenlandse ouders kan Frans worden als hij op zijn achttiende nog in het land woont. Dat betekent dat een hele categorie kinderen van illegalen Frans is, of de hoop heeft Frans te worden, terwijl hun ouders blijvend buiten de boot vallen. In de Saint-Bernardkerk te Parijs en in andere bezette kerkgebouwen in Frankrijk, lopen heel wat 'Franse' kinderen rond met ouders-zonder-papieren. Er zijn al dramatische gevallen geweest van kleine kinderen die mochten blijven terwijl één of beide ouders op het vliegtuig werden gezet.

Sinds Pasqua en nu Jean-Louis Debré wordt de uitvoering van de steeds pinniger wetgeving gestaag barser. Desolaat is een te goedmoedig woord. Het is een spookhuis waar Edgard Allen Poe en Alfred Hitchcock hun hart zouden kunnen ophalen. Zo kaal, kil en godverlaten is het vrachtdepot van de spoorwegen aan de Rue Pajol waar honderden Afrikaanse immigranten hun toevlucht hebben gezocht. Sans Papiers heten zij alleen nog maar. Dat is alles wat zij voor Frankrijk zijn, vreemdelingen zonder papieren.

Een ijzeren schuifdeur van vele meters hoog en breed staat een eindje open. Om een houten tafel zitten en staan een stuk of dertig Afrikaanse mannen en jongens. Gebreide wollen baretten op hun hoofd. Soms laait de discussie op, om even snel weer in te zakken. Op tafel ligt een stuk oud brood, waar af en toe iemand iets van af breekt. De symboliek is zwaar. Wie is voortrekker in deze kring, wie de verrader? De politie weet natuurlijk dat zij er zitten, maar misschien niet wié er zitten. De laatste bescherming van deze voortvluchtigen is dat zij niemand meer zijn.

Het Amsterdamse Centraal Station kan vijf keer in dit rangeergebouw voor vreemdelingen. Mensen met een uiteenlopende herkomst, en één eindbestemming: weg uit Frankrijk. Buiten hing een verregend handgeschilderd bord: 'Bal d'été des sans papiers. Libre à tous. Contribution 15 francs.' Het zomerbal is allang voorbij. Uit de oneindige hallen en gangen klinkt geroep, gehol, gehuil. Een neon-verlicht hok staat open, er liggen drie matrassen, een kind wordt koest gehouden.

Als de paar honderd papierlozen van het depot zich willen wassen, en dat willen zij af en toe, dan moeten zij over straat naar de Eglise Saint-Bernard lopen, een kwartier verderop. De wandeling is niet zonder risico, vertelt Bubacar Diop, die als gedelegeerde is aangewezen door de illegalen. Terwijl we de tocht naar de waskerk te voet afleggen zegt hij, volstrekt zonder uitdrukking op zijn Nigeriaanse gezicht: “Natuurlijk kunnen zij me iedere dag op straat pakken, maar dan zorg ik dat de hele wereld weet hoe Frankrijk met zijn buitenlanders omgaat.” Hij schuift zijn spijkerjack wat opzij - aan zijn riem hangt een draadloze telefoon van een recent model. “Ik heb de nummers van France Télévision en het persbureau AFP geprogrammeerd. Een druk op de knop en ze staan hier.”

De Parijse groep illegalen-in-actie die hij vertegenwoordigt is een redelijke doorsnee van Frankrijks immigrantenbevolking, zij het dat de Oosteuropeanen ontbreken. Sommigen hebben voor 1993 - toen Charles Pasqua de wet verscherpte - in Frankrijk geboren kinderen; die ouders kunnen niet worden uitgezet en worden één voor één 'geregulariseerd'. De meeste anderen hebben al jaren in Frankrijk gewerkt en gewoond, soms op tijdelijke verblijfsvergunningen, soms als afgewezen asielzoekers die zijn vergeten bij de grote inhaaloperaties in 1981 (toen 132.000 illegalen werden gewit) en 1991 (opnieuw 14.000 toegelaten omdat hun zaak te lang was blijven liggen).

In het klimaat van de laatste jaren, waarin parlementair rechts steeds meer concessies doet aan Le Pens sirenezang van de xenofobie, houdt de regering de publieke opinie voor dat zij voortvarend werkt aan de 'nul-immigratie': alleen wie aan alle criteria voldoet krijgt een vergunning, illegalen en systeemmisbruikers worden resoluut op het vliegtuig gezet. Le Monde schreef onlangs: “De regering wekt zo de illusie van hermetisch gesloten grenzen.” Volgens de universitaire immigratiedeskundige Patrick Weill (in Esprit van april 1996) is het werkelijke effect van Pasqua's repressiebeleid dat de legale immigratie is gedaald, maar de illegale toegenomen. En die mensen legaliseren kan steeds moeilijker omdat de regering dan zijn 'Nul-Immigratie Mythe' te kijk zet.

Sinds jaar en dag is de angst overstroomd te worden door immigratiestromen uit arme landen een politiek thema geweest waarmee een brede rechterflank van het politieke spectrum in Frankrijk speelt. Ook linkse politieke partijen hebben volgens Weill de moed niet gehad tegen deze verdachtmaking van alle immigratie in te gaan. En zo veel mogelijk in het geniep werden de gevallen die al te lang hadden gesleept maar weer toegelaten. “Daardoor gaven zij Le Pen de kans met recht de leugens over immigratie van de politiek verantwoordelijken aan de kaak te stellen, en zelf te paraderen als de man van de waarheid.”