Lagere lasten verhogen inkomen kiezer

Belastingverlaging is en vogue. In de Verenigde Staten wil de Republikein Bob Dole er de verkiezingen voor het presidentschap mee winnen. In Nederland heeft het Centraal Planbureau in opdracht van het kabinet de economische effecten van 6 miljard gulden belastingverlichting berekend. En die zijn op het eerste gezicht positief. De economische groei neemt toe, evenals het aantal banen.

De formule is uitermate populair bij kiezers, omdat zij meer te besteden krijgen. In de VS wist Ronald Reagan er begin jaren tachtig flink wat stemmen mee te winnen. Ook in de Lage Landen werd de formule gepropageerd. Met name door de inmiddels gepensioneerde Tilburgse econoom, D.B.J. Schouten. Belastingverlaging, in combinatie met loonmatiging, was volgens Schouten de gouden formule voor welvaartsstijging en werkloosheidsbestrijding. De achtereenvolgende kabinetten Lubbers legden vooral de nadruk op loonmatiging. Aan belastingverlaging durfde de Rotterdamse econoom-politicus Ruud Lubbers zich niet te wagen, omdat dit volgens hem tot hogere overheidstekorten zou leiden. De beteugeling daarvan, door middel van bezuinigingen, was juist het pièce de resistance van zíjn regeringsprogramma.

Anno 1996 is het Plan Schouten plotsklaps terug van weggeweest. Het Centraal Planbureau houdt bij de berekeningen voor Prinsjesdag rekening met een gematigde stijging van de bruto lonen met 3 procent in 1997. Om te zorgen dat dit streven kans van slagen heeft is de hulp van de grootste vakcentrale, de FNV (1,1 miljoen leden), ingeroepen. Die heeft de looneis voor volgend jaar in een schrijven aan de leden inmiddels gemaximeerd op de genoemde 3 procent.

Het is aan het kabinet de andere poot van het Plan Schouten te realiseren: belastingverlaging. Dé manier om de deelnemers aan het kabinet Kok (PvdA, VVD, D66) nu al uitzicht te geven op een klinkende verkiezingsoverwinning in 1998. Immers: de koopkracht en het aantal banen nemen toe (leuk voor de burgers) en de arbeidskosten dalen (leuk voor de werkgevers). Zonder belastingverlaging neemt de koopkracht voor de modale werknemer (inkomen: bruto 50.000 gulden per jaar) volgend jaar met 1,4 procent af. Met belastingverlichting neemt de koopkracht met 0,2 procent toe. Een winst van 1,6 procent. Kassa! Ook de andere inkomensgroepen profiteren van de verlaging van het laagste belastingtarief met 2,25 procentpunt, waaraan het CPB de 6 miljard gulden wil besteden.

Meer koopkracht leidt tot 0,2 procent meer economische groei en tot 8.000 meer volledige banen, zo blijkt. Het aantal personen met een werkloosheidsuitkering neemt af met 10.000. Het Plan Schouten is ook goed voor een andere belangrijke maatstaf: de collectieve lastendruk (belastingen en sociale premies in procenten van het totaal verdiende inkomen). Deze neemt af met 0,7 procent. Meteen doen dus, zou je zeggen.

Jammer genoeg heeft belastingverlaging ook een paar nadelen. Zo neemt het financieringstekort van het Rijk toe met 0,6 procent. Logisch, want het Rijk krijgt - althans op korte termijn - minder belasting binnen. De bruto schuld van de collectieve sector neemt navenant toe. De minister van Financiën, Gerrit Zalm, richt zijn vizier vooral op deze negatieve punten. De andere bewindslieden, Minister Melkert van Sociale Zaken voorop, zullen hem echter voorhouden dat het zo'n vaart niet loopt. Nederland blijft ook met 6 miljard gulden lastenverlichting keurig binnen de normen die gelden voor toetreding tot de Economische en Monetaire Unie (EMU) in 1999. Het EMU-tekort zal met 2,75 procent nog net binnen de toegestane 3-procentsband liggen. De bruto schuld van de collectieve sector zal volgens de berekeningen van het Centraal Planbureau eind 1997 78,4 procent van het bruto binnenlands produkt bedragen. Een minieme daling ten opzichte van de 78,6 procent die voor dit jaar wordt voorzien. Voor toetreding tot de EMU is een “bevredigende” daling van de schuldquote vereist. Maar dit laat zoveel ruimte voor interpretatie, dat de welbespraakte Zalm zich daar in internationaal verband uit moet kunnen redden. Zeker omdat hij een aantal trucs achter de hand heeft om de overheidsschuld te drukken. Hij kan bijvoorbeeld het kastegoed van de Staat bij de Nederlandsche Bank omlaag brengen en het vrijkomende geld gebruiken om een deel van de schuld af te lossen. Ook kan hij wijzen op de hoge collectieve besparingen (pensioenen, levensverzekeringen) die Nederland heeft in vergelijking met andere landen.

Toch heeft Zalm wel een argument. De voormalige Amerikaanse president Ronald Reagan had weliswaar veel succes bij het electoraat met zijn belastingverlaging, maar hij joeg tegelijkertijd het overheidstekort tot recordhoogte op. De huidige president Bill Clinton ondervindt daarvan nog de nadelen. Overheidstekorten leiden namelijk tot meer schulden en rente over schulden. Geld dat niet kan worden uitgegeven aan leuke dingen voor de mensen.

Toch valt er daarentegen ook veel te zeggen voor belastingverlichting. De burger heeft de afgelopen jaren maar weinig gehad aan de economische groei van 2,5 procent per jaar. Zo kon de modale werknemer in 1994 0,4 procent minder goederen en diensten kopen van zijn inkomen van bruto een halve ton. In 1995 ging Jan Modaal er 0,9 procent in koopkracht op vooruit. Dit jaar resteert de nullijn. En volgend jaar zonder nader beleid dus achteruitgang. Per saldo heeft de modale inkomenstrekker onder het kabinet Kok helemaal niet geprofiteerd van de economische groei. De meeste bewindslieden zullen gevoelig zijn voor dit gegeven. Verkiezingen win je in de eerste plaats door het kiesgerechtigde burgers naar de zin te maken.