ivatisering bank CA dichterbij

ROTTERDAM, 14 AUG. De privatisering van de Creditanstalt (CA), de op een na grootste bank van Oostenrijk, is een stap dichterbij gekomen. Het Oostenrijks-Duits-Italiaanse bieder-consortium heeft ingestemd met een holding waarin CA en de Erste Österreichische Spar-Casse (Erste) ondergebracht zullen worden.

Daarmee is de oorspronkelijk beoogde fusie tussen CA en de Erste van de baan. Hoewel dinsdag in de Oostenrijkse pers van een doorbraak werd gesproken zijn voor de gevoelige kwesties zoals de verdeling van de zeggenschap en de waardebepaling van beide banken nog geen oplossingen gevonden. Eveneens onduidelijk is hoe de hele transactie gefinancieerd zal worden. Het belang van de staat is 15 miljard schilling (2,4 miljard gulden). Als de deal rond is zal het bieder-consortium een offerte voor 70 procent van de holding-aandelen aan de minister van financien voorleggen.

De privatisering van de CA heeft niet alleen tot onenigheid tussen de beide regeringspartijen, de sociaaldemocraten (SPÖ) en de conservatieve volkspartij (ÖVP) geleid, maar is door de samenstelling van het bieder-consortium nu ook een omstreden zaak in de publieke opinie geworden. Er is onrust ontstaan door de verkoop van Oostenrijkse bedrijven aan met name Duitse ondernemingen. Bij de bieding op CA is de Duitse Commerzbank betrokken.

Directe aanleiding voor de opgelaaide angst voor een uitverkoop van Oostenrijk zijn drie recente transacties. In juli werd de grootste supermarktketen BILLA aan het Duitse RWE verkocht. Bijna gelijktijdig werd bekend dat de Duitse bandenfabrikant Intercontinental, eigenaar van de door hem opgekochte Oostenrijkse Semperit-Werke, had besloten de banden-productie van Oostenrijk naar het lage-loon-land Tsjechië over te plaatsen. De verbittering over deze stap was groot omdat Semperit aanzienlijke winsten maakt. De vakbonden hebben voor de duur van de bedrijfsvakantie voor bewaking van het terrein gezorgd om te voorkomen dat in deze periode de machines onopgemerkt naar Tsjechië overgebracht kunnen worden.

En tenslotte heeft de verkoop van het gerenommeerde familie-bedrijf Thonet aan eveneens een Duitse eigenaar de gemoederen verhit. Daarbij ging het niet zo zeer om de economische belangen als om het symbolische verlies. Thonet werd in 1842 in Wenen opgericht en de typische Thonet-Kaffeehausstuhl is wereldberoemd.