In plaats van politiek

Vandaag opent koningin Beatrix de Arena, het stadion van Ajax. Mensen die tot iedere prijs hun reserve en ironie willen bewaren doet het stadion denken aan een dekschaal; anderen zien gelijkenis met een ruimteschip. Nederland, en in het bijzonder de hoofdstad, heeft één zekerheid: het buitenland benijdt ons.

Tot er iets anders wordt ontworpen is dit het modernste, het meest gedurfde stadion van deze eeuw. Er kan een dak op voor als het gaat regenen, zodat zonder aanzien des persoons de hele congregatie beschut is. Er zijn geen sta-tribunes meer. In deze fundamenteel gedemocratiseerde Arena kan iedereen zitten en niemand wordt nat. De supporters van elkaar vijandige clubs worden via speciale isoleerbruggen naar hun voetbal-etnisch zuivere vakken geleid zodat het er ook nog veilig is. Zo is dit prachtstuk van sportarchitectuur bovendien, en als het ware vanzelf een symbool van de tijdgeest geworden.

Ook wie weinig of niets met het voetballen op heeft, zou er eens moeten gaan kijken, of beter nog: een excursie door de hele omgeving moeten houden. Het wegen- en spoorwegnet in de omgeving bezichtigen, de talrijke parallel lopende, zich dan vertakkende en wegbuigende sporen, het station Duivendrecht met zijn twee verdiepingen, daar overstappen en langs wat vroeger de stadsgrens was naar Schiphol. Is het mooi, kan het er mee door? Is het lelijk, verfoeilijk? In ieder geval is verreweg het meeste nieuw, het is gebouwd tussen twintig jaar geleden en nu, en er komt nog veel meer. Daar valt, voorzover een sterveling anno 1996 het kan beoordelen, niets aan te doen. De toekomst bestaat uit een eindeloze uitbreiding. Op een steenworp afstand rijst het jongste verleden, de Bijlmer. Daar is het begonnen.

Het beeld dat we ons op het ogenblik van de toekomst vormen is overwegend architectonisch en vooral cartografisch bepaald. De landschapsarchitect Adriaan Geuze heeft met zijn In Holland staat een huis geprobeerd de collectieve verbeeldingskracht te prikkelen: wat zullen we zien als binnen tien jaar in de Randstad de 800.000 woningen zijn gebouwd, het aantal dat nu noodzakelijk wordt geacht? Eind vorig jaar heeft het Architectuur Centrum Amsterdam een kaart gepubliceerd waarop 168 plannen staan geprojecteerd zoals die in de regio omstreeks 2005 moeten zijn verwezenlijkt, althans volgens de bedoelingen van nu. Onlangs is volgens ongeveer hetzelfde principe de stadskaart van de Randstad, getekend door de cartograaf en stedebouwkundige Lucas Verweij verschenen. Een baaierd van woon- en werkgebieden, nieuwe stadskernen, wegen en spoorlijnen: de toekomst gezien volgens de beste gegevens van vandaag.

Komt er niets tussen (en wat zou dat kunnen zijn? De planners van nu hebben oorlogen en andere rampen uit hun visie verbannen), dan zal het gebied dat we ons nu nog als 'de Randstad' kunnen voorstellen, tot onherkenbaarheid verbouwd zijn. Het is een nieuwe inhoud van het begrip 'maakbare samenleving'; want deze samenleving wordt meer dan welke ook voordien gemaakt, volgens talloze berekeningen. Maar de vraag is: door wie, voor wie, met welke bedoeling en met wiens mandaat? In de ruimtelijke, de cartografische en de architectonische visies ontbreekt voortdurend zelfs de poging tot een omschrijving van de politieke component. We weten weliswaar niet hoe de Randstad en de rest er over een jaar of tien uit zullen zien, maar in ieder geval wel hoe we ons op het ogenblik deze ruimtelijke kant van de toekomst kunnen denken. Maar zijn er ook denkbeelden over het een en ander dat samenhangt met het politieke aspect? Hebben straks de miljoenen van de Randstad nog een politieke wil, en als dat zo is, waardoor wordt die dan bepaald?

Het Sociaal en Cultureel Planbureau stelt in zijn Verkenningen dit jaar vast dat “de verschillen in inkomen, koopkracht en sociale en culturele leefsituatie tussen bevolkingscategorieën verder (zijn) toegenomen”. De afgelopen tien jaar zijn de inkomens- en koopkrachtverschillen tussen kansarmen en kansrijken aanzienlijk groter geworden. “Met name jongeren hebben hun leefsituatie al sinds 1980 vrijwel onafgebroken zien verslechteren.” Steeds minder mensen vinden dat het milieu een hoge prioriteit heeft. Ordehandhaving, zorg en werkgelegenheid domineren de politieke agenda van de burger, meldt het Planbureau.

Volgens normen van de Verenigde Naties die ten grondslag liggen aan het Human Development Report is de groei van de Nederlandse economie 'meedogenloos': de inkomens worden steeds ongelijker verdeeld en de groei gaat voorbij aan de twintig procent van de huishoudens met de laagste inkomens, die sinds 1991 het besteedbaar inkomen zien verminderen. Andere rapporten, de Sociale Nota van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek geven ongeveer hetzelfde beeld.

Er is, met andere woorden, een tegenstelling tussen de uitbundigheid waarmee de ruimtelijke visionairen de toekomst op kaarten en in maquettes tonen (ook als die waarschuwend zijn bedoeld, want in dat geval wil men de groei alleen beter), en de ontwikkeling van de inkomensverdeling. In het cartografisch idealisme staat groei gelijk met een zelfvervulling die geen politieke normen meer kent. Intussen is binnen de nieuwe Randstad een nieuwe maatschappij van ongelijkheid in aanbouw. Het merkwaardige is nu dat deze tegenstelling zich niet waarneembaar in de politiek uitdrukt. Juist niet. Het politieke debat wordt beheerst door het einde van dit of dat. De triomf van de vrije markt ontwikkelt zich tot een ideologie van het gegarandeerde succes. De Arena zelf is een triomftempel voor de vrije markt in de sport, het vermaak, de architectuur, de commercie. Ik wil de pret niet bederven (zou ik niet kunnen; de pret is onverwoestbaar), maar er mankeert iets aan.