Hulp Fransen bij reiniging Hanford in VS

ROTTERDAM, 14 AUG. De Franse nucleaire bedrijven Cogema en SGN hebben met de Amerikaanse overheid een contract van 300 miljoen dollar gesloten voor hulp bij de reiniging van het radioactief vervuilde terrein rond de plutoniumfabrieken bij Hanford.

Cogema, dat zelf plutonium produceert, en ingenieursbureau SGN (voor tweederde eigendom van Cogema) zullen assisteren in het project-management en de praktische werkzaamheden die als 's werelds grootste nucleaire schoonmaakoperatie worden beschouwd. De Fransen worden opgenomen in een consortium aangevoerd dor ingenieursbureau Fluor Daniel dat een contract van 5 miljard dollar heeft gesloten. De totale schoonmaakkosten van 'Hanford' worden geraamd op 50 miljard gulden.

Hanford Site in de staat Washington (in het uiterste noordwesten van de VS) is de plaats waar de Amerikanen in 1944 in het kader van het zogeheten Manhattan-project (de bouw van atoombommen als wapen tegen Duitsland) begonnen met de produktie van plutonium-239. De plaats groeide tijdens de Koude Oorlog uit tot een reusachtig complex met negen kernreactoren die de grondstof voor het plutonium leverden. Het bleef volop in bedrijf totdat de ontspanning tussen Oost en West, met de latere ontwapeningsaccoorden, een verdere aanmaak van plutonium onnodig maakte.

Plutonium wordt teruggewonnen uit bestraalde uranium-splijtstofstaven die daartoe worden kapotgebroken en opgelost in salpeterzuur. Uit de oplossing worden uranium en plutonium afgescheiden volgens een betrekkelijk eenvoudig procédé dat echter praktisch gecompliceerd is omdat de oplossing zo sterk radioactief is. De scheiding levert een grote hoeveelheid vloeibaar afval op waarboven makkelijk explosieve dampen ontstaan.

Het Amerikaanse kernwapenprogramma ressorteert onder het ministerie van energie DOE dat er - met een beroep op het geheime karakter van de werkzaamheden - in slaagde zich decennia aan externe controle te onttrekken en zich vrijwel niet om het milieu bekommerde. Eind jaren tachtig groeide de belangstelling voor de neveneffecten van het wapenprogramma, zowel wat betreft de gezondheid van betrokkenen als de gevolgen voor het milieu. Geleidelijk werd duidelijk dat rond de industrie een vervuiling is ontstaan die in bijna niets onderdoet voor de vervuiling rond de Sovjet-wapenfabrieken. De nucleaire vervuiling bij Tsjeljabinsk in de Oeral, waar zich de technische tegenhanger van 'Hanford' bevindt, is berucht geworden.

In 1989 werd besloten tot reiniging van Hanford Site (waarvoor een kleine eeuw is uitgetrokken) en werd DOE gedwongen tot een samenwerking met de staat Washington en de federale milieudienst EPA. Maar de samenwerking verloopt erg moeizaam.