Hockey-nieuwe stijl zoekt groter publiek

VUGHT, 14 AUG. Voor de nietsvermoedende toeschouwer was het nauwelijks zichtbaar, voor de ware hockeyliefhebber lag het anders. Jong Oranje speelde gisteravond in Vught met 1-1 gelijk tegen Jong Duitsland, maar belangrijker dan de puntendeling was na afloop de vraag in hoeverre de nieuwe spelregels van invloed waren op het wedstrijdverloop.

“Het tempo ontbreekt voorlopig nog om de nieuwe regels volledig uit te buiten”, vond Norbert Nederlof, bondscoach van het nationale jeugdteam. “In aanvallend opzicht zijn de mogelijkheden toegenomen, alleen de kunst is om daar gebruik van te maken.”

Het oefenduel op het Brabantse kunstgras stond gisteren grotendeels in het teken van de introductie van een reeks nieuwe spelvoorschriften. Of beter: de aanpassing of afschaffing van bestaande regels. Want de vaak onoverzichtelijke sport moet aantrekkelijker, begrijpelijker en daarmee toegankelijker worden voor het grote publiek, zo vinden de bestuurders van de Fédération Internationale de Hockey (FIH).

Reden waarom sinds anderhalve week wereldwijd nieuwe regels van kracht zijn. Belangrijkste wijziging in de reglementen is de afschaffing van de buitenspelregel. Op de Olympische Spelen in Atlanta werd de maatregel voor het laatst gehanteerd. Voortaan is het begrip 'buitenspel' een onbekend fenomeen in hockeykringen.

De gewijzigde spelregels zijn bedacht en uitgewerkt door een twee jaar geleden speciaal daarvoor in het leven geroepen FIH-commissie, een werkgroep bestaande uit spelers, coaches, scheidsrechters en journalisten. Behalve naar vereenvoudiging van de regelgeving zocht het gezelschap naar mogelijkheden om het aantal doelpunten per wedstrijd te verhogen.

Sinds de invoering van het kunstgras in de jaren zeventig heeft de sport aan snelheid gewonnen. Het speelveld werd daardoor kleiner, met als gevolg dat verdedigers de overhand kregen en (inter)nationale duels steeds vaker in 0-0 eindigden. “We moeten terug naar meer doelpunten per wedstrijd. Daar komen de mensen uiteindelijk voor”, aldus oud-scheidsrechter Bob Davidzon, het Nederlandse lid van het Rule Advisory Panel.

Onwetendheid vergroot de kloof tussen sportliefhebber en hockeysport, weet Davidzon. Tijdens het olympisch hockeytoernooi veerde het overwegend Amerikaanse publiek voortdurend op van de banken zodra de bal in het doel belandde. Ongeloof straalde van de gezichten als een treffer vervolgens werd afgekeurd. De verwarring is deels terug te voeren op onnodig gecompliceerde regelgeving, constateert Davidzon. “Want waarom is het pushen van een strafcorner boven de plank wel toegestaan, maar het slaan nou juist weer niet?”

Op de lijst van aanbevelingen die Davidzon en de zijnen samenstelden, stond ook het idee van grotere doelen - een suggestie die eerder (tevergeefs) werd gedaan in voetbalkringen.

Het revolutionaire voorstel sneuvelde, vooral om financiële redenen en in mindere mate door de tegenwerking die de FIH ondervond vanuit Aziatische hoek.

Ook het verregaande plan om al vanaf de 23-meterlijn in plaats van binnen de cirkel aan te leggen voor een doelpoging, haalde het niet. Te gevaarlijk, oordeelden spelers en coaches nadat in enkele landen - waaronder Nederland (bekercompetitie 1994-'95) - geëxperimenteerd werd met de nieuwe scoringsmogelijkheid.

Wat Davidzon betreft liggen meer spelregelwijzigingen in het verschiet. “Neem de strafcorner. Met uitzondering van Nederland wordt in geen enkel land het wapen van de korte hoekslag effectief benut. Dus blijft het zoeken naar mogelijkheden van een meer effectieve uitvoering van de strafcorner.”

Voorlopig is de afschaffing van de buitenspelregel de meest verstrekkende verandering. Zo lijkt de weg vrij voor een spelconcept waarbij de diepste spits zeventig minuten lang voor de voeten loopt van de doelman. De praktijk zal anders uitwijzen, vermoedt coach Nederlof van Jong Oranje. “Want wie op die manier speelt, komt stootkracht tekort. Bovendien zijn al die diepe ballen niet te belopen voor die eenzame man voorin.”

Nederlof juicht de veranderingen toe. “Maar het moet niet te gek worden.” Ook bondsscheidsrechter Peter von Reth is voorstander van het blijven zoeken naar heldere regelgeving. “De sport is bij iedere verfijning gebaat.” Von Reth maakt één voorbehoud. “Te veel concessies aan leken betekent afbreuk doen aan de essentie van de sport.”

Voor strafcornerspecialist Bram Lomans gelden andere overwegingen. De jeugdinternational, in Atlanta de gevierde pinchhitter vanaf de cirkelrand, is naar eigen zeggen geen man van revolutionaire veranderingen. “Voor een verdediger zoals ik wordt het er niet makkelijker op. Zonder die buitenspelregel haal je toch een beetje het zaalhockey naar het veld.”