Het nut van spot

Misschien is het bij nader inzien toch wel waar (zoals iemand schreef en ik heb betwijfeld) dat de fenomenaal gegroeide belangstelling voor passiemuziek met Pasen is te danken aan de voltooide ontkerstening. De hele godsdienstgolf waarover dit jaar zo veel te doen is, bestaat inderdaad grotendeels uit 'ontroering bij andermans geloofsbeleving', zoals Marjoleine de Vos het heeft genoemd.

Er is meer belangstelling voor de rituelen dan voor de leer. En het gemakkelijkst ontroerd zijn degenen die zelf niet in het keurslijf van het geloof zijn opgevoed. Die geen onplezierige ervaringen hebben, niet zijn gesard door de nonnetjes op school of bedreigd met het hellevuur, om van ernstiger leed nog te zwijgen.

Bij De Vos' verhaal van de oude vrouwtjes die op een Grieks eiland een berg beklimmen om boven boete te doen en de Maagd te aanbidden, moest ik denken aan de processie die ik zag op een ander mediterraan eiland, Sicilië. Het was in Enna, en de processie duurde de hele dag. Er liepen zeer kleine kinderen mee, de meisjes verkleed als bruidjes. Tegen de avond strompelden zij nog voort, letterlijk wankelend van uitputting, half slapend, terwijl hun moeders met uitgestrekte armen in de buurt bleven om ze op te vangen als ze omvielen. Het is moeilijk voorstelbaar dat die kinderen later met warmte aan deze godsdienstoefening zouden terugdenken.

Maar ja, misschien ook wel. Misschien waren ze apetrots dat ze mee mochten lopen in de grote processie, en vertellen ze er later over aan hun kleinkinderen. Er is geen eind aan de gekte van de godsdienst.

Toch verbaast het mij wel eens dat alle bespiegelingen over dat onderwerp zich de laatste tijd afspelen op zo'n abstract niveau, alsof het alleen maar een tijdverdrijf voor intellectuelen was. Niemand brengt de ellendige praktijken te berde waartoe het geloof kan leiden. Daarvan vinden er verschillende ook in Nederland nog dagelijks plaats. Zo verbiedt hier te lande de strafwet kinderen of dieren te mishandelen, maar zijn er uitzonderingen voor mensen die dit om godsdienstige redenen willen doen.

Het is al erg genoeg dat mensen gaatjes voor oorbellen in de oren van hun dochtertjes laten boren (de dochtertjes bedelen daar vaak zelf om) - maar welk jongetje heeft ooit gezeurd om te worden besneden? En dan nog, kinderen moeten worden beschermd, zij zijn onmondig en kwetsbaar. Toch worden duizenden jongetjes per jaar onderworpen aan een - als regel - overbodige ingreep aan hun teerste lichaamsdeeltje, omdat Jehova of Allah dat wil. Die ingreep heeft niet altijd in een ziekenhuis plaats, en lang niet altijd onder verdoving; dat er hoe dan ook risico's aan zijn verbonden zal geen medicus ontkennen.

Dezelfde Jehova/Allah eist in zijn ondoorgrondelijke wijsheid dat slachtdieren 'onbewelmd' worden gedood, met een snee in hun keel waaruit zij moeten doodbloeden. Ook hier beschermt de Nederlandse wet niet het slachtoffer tegen mishandeling, maar het geloof tegen onzuiverheid. De gelovige slachters zelf, zo voeren critici aan, hechten bij hun gewijde arbeid meer aan de snee dan aan het doodbloeden. Met de rest van het karwei (ophijsen aan één poot, opensnijden, villen, het spijt mij dat ik het zo plastisch zeg) wordt niet altijd gewacht tot het zwaargewonde dier dood is.

Dat zijn rare dingen. Zeker, in de rest van de wereld heersen ergere wantoestanden. Maar wat dan nog? We maken ons wel vaker druk over splinters in onze eigen samenleving zonder steeds te wijzen op de balken in verre landen.

Spotten is het enige dat zin heeft, schreef Rudy Kousbroek vorige week in het CS. Je zou willen dat het waar was. Zeker, het is goed te spotten met de mensen die ineens 'bezig gaan met God' zoals zij ook, na jaren van moderne design en computermuziek, gaan houden van antieke meubels en muziek van Pergolesi. Voor hen is het een onschuldige bevlieging, prettig voor de gemoedsrust. Het troostende van de oude rituelen is hier iets van dezelfde orde als de smaak van trappistenbier, veel rijker dan die van het spul uit de fabriek. Geef ze eens ongelijk.

Spotten mag ook met de oprechte gelovigen die nooit de kans hebben gekregen om na te denken, of dat na een enkele poging opgaven. Zij voelen zich thuis in de kerk die immers ook een sociaal netwerk is. De gelovigen die naastenliefde betrachten, in de veronderstelling dat de Heer dat graag ziet. Zij zijn lang de ruggegraat van de natie geweest met hun nette tuintjes en hun zondagse jas. Zij zijn een makkelijke prooi voor spot - dus ach, waarom zou je eigenlijk.

Veel meer spot verdienen de mensen die zich, alsof zij zojuist uit de klei zijn getrokken, ineens afvragen: maar er moet toch méér zijn, iets Hogers? Ja, haal je de koekoek mijnheer, mevrouw, natuurlijk is dat er, altijd geweest ook. Kijk naar iets moois, bemin je geliefde, luister naar een stukje Pergolesi, doe iets wat deugt: allemaal dingen die je Hoger kunt noemen, en die het leven dragelijk maken. Alleen de conclusie dat er dus een Opperwezen bestaat, met uitgesproken opvattingen over van alles, is zo bizar.

De enige gelovigen die echt moeten worden bestreden zijn de dreigers, de wetvoorschrijvers, de engerds kortom. Het wordt wel eens vergeten dat zij ook in Nederland onverdraagzaamheid zaaien en wreedheid prediken. Maar het zijn wel degenen op wie wij met onze ironie het minste vat hebben. Tegen wat echt erg is aan godsdienst is spot geheel kansloos, soms zelfs riskant. Een magere troost is, dat die engerds bij ontstentenis van een Allerhoogste waarschijnlijk wel een andere stok zouden vinden om de zwakken te slaan.

Maar het lijkt mij een goed idee om hun achterlijke praktijken uit naam van het geloof met minder respect te bejegenen dan tot nu toe gebeurt.