ECD wil jacht openen op financiële criminelen

ROTTERDAM, 14 AUG. De Economische Controledienst (ECD), die onder meer financiële crimaliteit onderzoekt, heeft een infiltratiepoging afgeblazen die een effectenfraude moest ontmantelen. De ECD vond de omstreden methode uiteindelijk te riskant.

De FBI durfde het negen jaar geleden wel en posteerde twee jaar lang federale rechercheurs under cover op de handelsvloer van de termijnmarkt van Chicago, de Chicago Mercantile Exchange. Toen beurshandelaren van de infiltratiepoging op de hoogte werden gesteld nadat het onderzoek was afgerond, zei een van hen over een FBI-agent: “Hij was zo goed in de handel, dat ik mij afvraag waarom hij hier niet doorgaat op de handelsvloer.” Het onderzoek leverde verschillende voorbeelden op van verboden praktijken.

Zo ver is het in Nederland met de inzet van infiltranten op de beursvloer nog lang niet, al meldde de ECD deze week in zijn jaarverslag over 1995 dat de dienst vorig jaar vijftien “ondernemingsnetwerken” in beeld had die zich met grensoverschrijdende financiële criminaliteit, waaronder effectenfraude, bezighouden. De ECD zag af van infiltratie, zo meldt het eindrapport van de parlementaire commissie Van Traa naar opsporingsmethodes. “Het vergt een goede materiekennis als iemand moet infiltreren op het terrein van de ECD.”

Het is de eerste keer dat een officiële opsporingsinstantie een concreet cijfer geeft over het aantal “in grootte en bedrijfsomvang variërende” netwerken dat in Nederland actief is in financiële criminaliteit. De ECD is de opsporingsinstantie bij uitstek in de financiële sector. De ECD onderzoekt voor de Stichting Toezicht Effectenverkeer, de waakhond van de financiële markten, onder meer effectenhandel met voorwetenschap en de deskundigheid en betrouwbaarheid van directeuren van effectenhuizen.

Opsporing van financiële criminaliteit staat nog in de kinderschoenen in Nederland. In 1992 kregen medewerkers van de Belastingdienst grote ondernemingen en de Centrale Recherche Informatiedienst steeds sterkere vermoedens dat financiële criminele activiteiten zich in Nederland op een breder en hoger niveau afspeelden dan de reguliere bestrijding door de controle- en opsporingsinstanties.

De aanleidingen voor zulke gedachten waren er te over, zoals de Italiaanse financier Parretti die met behulp van de zeggenschap in verschillende Nederlandse aan de effectenbeurs genoteerde bedrijven en krediet van Credit Lyonnais Bank Nederland voor miljarden guldens de Amerikaanse filmstudio MGM overnam. Parretti liet een spoor van financiële vernieling en faillissementen achter. De vermoedens over vertakkingen van de onderwereld in de bovenwereld leidden tot uitbreiding van de kring betrokkenen, waaronder de ECD.

Deze bundeling van krachten culmineerde in het zogeheten Fieccom-project. Fieccom staat voor fiscaal economische combinatie. “Het onderzoek spitste zich uiteindelijk toe op drie dossiers”, zo bevestigde minister van justitie Sorgdrager begin december 1994, nadat Het Financieele Dagblad het bestaan van het onderzoek had onthuld, inclusief mogelijke vertakkingen van criminele organisaties naar de Amsterdamse effectenbeurs.

De ECD constateert nu in zijn jaarverslag dat de actieradius van de vijftien “ondernemingsnetwerken” de overtreding van de effectenwetgeving te boven gaat en zich uitstrekt tot “valsheid in geschrifte, oplichting, verduistering en deelneming aan een criminele organisatie.” Het gaat veeal gepaard met grensoverschrijdende financiële transacties. En, zo voegt de ECD daar aan toe, onderzoeken daarnaar zijn bewerkelijk en kosten veel mankracht (5 à 10 mensjaren), terwijl de ECD voor handhaving van de wet toezicht effectenhandel nu een kleine tien formatieplaatsen heeft. Met de huidige stand van zaken kan de ECD “per jaar maar één zo'n onderzoek” beginnen. Sommige ECD-watchers zien de onthulling als een oproep tot extra personeel.

De ECD was gistermiddag en vanochtend niet bereikbaar voor een verdere toelichting op de constatering van vijftien criminele netwerken. In financiële kringen wordt vermoed dat het vooral malafide, van origine deels Nederlandse goederentermijnhandelaren zijn, die onder meer vanuit Duitsland en België werken. De netwerken die daarbij in kaart zijn gebracht zouden voortvloeien uit het zogeheten Cogenius-onderzoek naar een termijnhandelfirma in Kleef.

Een eerder dit jaar door het ministerie van Financiën aan de Tweede kamer aangeboden notitie over bewaking van de integriteit van de financiële markten maakt onder meer melding van onderzoeken van de ECD naar deze internationale termijnhandelaren, die vanuit zogeheten boiler rooms werken en op goed geluk beleggers bellen, lokken en vervolgens onder druk zetten met aanbiedingen die gouden bergen voorspiegelen.

Het getal van vijftien organisaties heeft verbazing, maar ook enige tevredenheid gewekt rond het Amsterdamse Beursplein. “Het geeft aan dat je altijd alert moet zijn, maar ook dat het om een gebeuren gaat dat zich buiten de beurs afspeelt”, zo zegt een woordvoerder van de effectenbeurs. “Het toezicht op en de pakkans in de reguliere effectenhandel zijn kennelijk zo groot dat het voor ontmoediging en afschrikking zorgt.”

    • Menno Tamminga