Eagleburger: VS treffen hun vrienden

SAN DIEGO, 14 AUG. Europa en de Verenigde Staten treft allebei blaam in het conflict over de nieuwe Amerikaanse sanctiewetten tegen Iran, Libie en Cuba. Dat zegt Lawrence S. Eagleburger, voormalig onderminister van buitenlandse zaken voor Europa in de regering van president Bush. Eagleburger was in de laatste drie maanden van Bush' presidentschap minister van buitenlandse zaken.

“Europa moet begrijpen dat er in dit land grote frustratie bestaat over de bijna ontspannen Europese opstelling tegenover landen die terrorisme ondersteunen”, zegt hij in een kort vraaggesprek met deze krant in San Diego, waar hij de conventie van de Republikeinse partij bijwoont. “Natuurlijk, het is duidelijk dat ook Europa terroristische daden wil voorkomen. Maar de Europeanen zijn niet bereid om stappen te zetten die het landen moeilijker maken om terroristen te steunen. Amerikanen hebben de indruk dat de Europese Unie zich niet harder opstelt tegenover landen als Iran, omdat ze gewoon niet bereid is haar profijtelijke handel met die landen op te geven. En het zelfde geldt voor de Europese handel met Cuba.”

Maar Eagleburger wijst de Amerikaanse wetten af die buitenlandse bedrijven straffen die grote investeringen doen in de olie- en gassector in Libie of Iran (de D'Amato-wet), of die zaken doen met Cuba (de Helms Burton-wet). De Europese Unie, maar ook andere Amerikaanse bondgenoten en handelspartners zoals Canada en Mexico, hebben scherp geprotesteerd tegen deze wetten en hun zogenoemde extra-territoriale werking, de gevolgen die ze hebben ondernemingen die niet Amerikaans zijn.

“Ik geloof dat die wetten inderdaad niet goed zijn, de Amerikaanse regering en het Congres hebben dit niet goed aangepakt. Maar we hebben wel een terechte klacht tegen Europa. Vooral in het geval van Iran, dat zo overduidelijk terrorisme steunt. Maar ook inzake Cuba, al ben ik op dat punt minder uitgesproken. Als Europese ondernemingen profiteren van Amerikaans bezit dat genationaliseerd is door de Cubaanse regering, dan vind ik dat we het recht hebben daar ongelukkig over te zijn. Wij zouden iedereen in Europa duidelijk moeten maken dat we hun winstoogmerk in dit geval afkeuren, en dat we het op morele gronden belangrijk vinden dat we gezamenlijk en krachtig optreden om Iran en Libie beschaafder gedrag bij te brengen.'

Waarom is de aanpak van de regering-Clinton volgens u verkeerd?

“Ten eerste lijkt me niet dat het zal werken. En ten tweede komen deze twee wetten erop neer dat we ons vuur weliswaar richten op onze vijanden, maar dat we onze vrienden raken. Zo ga je als vrienden en bondgenoten niet met elkaar om. Als dit de Verenigde Staten zou overkomen, als iemand ons zou vertellen hoe we onze buitenlandse politiek moeten voeren en dat zou afdwingen met wat je chantage zou kunnen noemen, dan zouden we des duivels zijn. Ik denk dat Europa er goed aan zou doen deze kwestie voor te leggen aan de Wereldhandelsorganisatie WTO.'

Heeft de harde Amerikaanse opstelling te maken met de verkiezingen op 5 november, wanneer de president en het Congres beoordeeld zullen worden door de Amerikaanse kiezers? Zal het meningsverschil tussen de VS en Europa minder ernstig blijken, als maar eenmaal de druk van die verkiezingen voorbij is?

“Dat denk ik niet. Dit is een veel belangrijker kwestie in dit land dan het op het eerste gezicht lijkt. Amerikanen reageren heel sterk op terrorisme. En als het terrorisme ernstiger wordt, dan wordt ook onze opstelling harder. Maar ik ben ervan overtuigd dat dit conflict opgelost zal worden. Want op de lange duur zullen de Verenigde Staten er achter komen dat deze aanpak niet werkt.'