Conventie is geloof, leed en liefdeshow

SAN DIEGO, 14 AUG. De klassiek-feministische slogan 'het persoonlijke is politiek' krijgt op de Republikeinse conventie in San Diego een nieuwe inhoud. Het privéleven van Amerikaanse politici is al sinds jaar en dag bestanddeel van de politieke werkelijkheid, vooral als er verkiezingen naderen.

Kandidaten zetten hun gezin, hun levensgeschiedenis en hun voorouders in om extra stemmen te winnen. En ze deinzen er niet voor terug om van het persoonlijke leven van een tegenstander de minder voorbeeldige kanten naar buiten te brengen - met de pers als medeplichtige.

Dat 'gewone mensen' in politieke reclamespotjes optreden, om in gewone-mensentaal te vertellen waarom ze zeker weten dat deze of gene kandidaat hun dagelijks leven zal verbeteren, is ook al een beproefde methode. Maar de openhartigheid waarmee gisteren een vrouw de Republikeinse conventie (en daarmee tegelijk miljoenen Amerikaanse televisiekijkers) toesprak over haar verkrachting, ging weer een stap verder. In het programma-onderdeel 'Misdaad en openbare veiligheid' vertelde Jan Licence de muisstille zaal met een zakdoek in haar hand hoe ze op een ochtend niet wakker werd door de wekker, maar door een vreemde man in haar bed, een verkrachter. Ze sprak over de “gruwelijke 35 minuten” die volgden, over de hel op aarde waar ze nog altijd in verkeert, over de angst die ze nog iedere avond heeft als ze thuis komt en naar bed gaat. “Ik heb geaccepteerd dat ik nooit meer met een open raam zal slapen.”

In de reeks Main Street Americans (doorsnee Amerikanen) die in levenden lijve, per video of satellietverbinding optreden voor de conventie, viel maandag al een twaalfjarig, seropositief meisje op dat sprak over haar leven in de schaduw van aids. Ze werd vergezeld door Mary Fisher, de volwassen vrouw die de conventie vier jaar geleden al over haar aidsbesmetting had verteld. Niet alleen het persoonlijke is politiek, maar ook het heel persoonlijke.

De Republikeinse conventie is helemaal opgezet naar het model van een televisieprogramma, verkondigden de organisatoren van tevoren al trots. Het is immers het televisiekijkende miljoenenpubliek dat geboeid moet worden, want zij leggen bij de verkiezingen politiek gewicht in de schaal. De amper 4.000 gedelegeerden in de conventiehal zijn niet meer dan een soort veredeld studiopubliek.

Inmiddels is ook duidelijk wat voor soort televisieprogramma de Republikeinen als model hebben gebruikt. Er zit een element in van een feestelijk showprogramma, en vooral van de uitreiking van de Oscars: korte, voorspelbare toespraakjes, een orkest met veel koper, videoclips en zwaaiend opkomende en weer zwaaiend afgaande beroemdheden. En sommige toespraken op de conventie doen denken aan de preken in de televisiekerkdiensten die hier op zondag op veel kanalen te zien zijn. Maar dat alles is vermengd met een nog populairder genre: de ontboezemingen-shows van Oprah en haar vele navolgers.

Het schokkende relaas van Jan Licence mondde uit in een pleidooi voor meer rechten voor slachtoffers van geweldsmisdrijven. Rechters zouden slachtoffers bijvoorbeeld moeten horen voor ze overgaan tot het vonnissen van een misdadiger en het bepalen van de strafmaat.

Andere verhalen van mannen en vrouwen uit het echte leven gaven een menselijk gezicht aan zaken als de belastingproblematiek, de zorgen over het slechte onderwijssysteem en de gezondheidszorg. Want ook kleiner persoonlijk leed dan aids en verkrachting komt in de getuigenissen op de conventie aan bod.

Sal Risalvato, uit New Jersey, ontlokte het publiek in San Diego een massaal geloei van verontwaardiging toen hij gisteren vertelde hoe de overheid hem dwarszit en hem verhindert meer nieuwe banen te creëren.

De Amerikaanse droom van hem en zijn broer (“we had a dream') was het een eigen garage annex pompstation te hebben. Het bedrijfje loopt inmiddels goed, maar de aanbouw van een kantoortje werd verhinderd door allerlei lastige regels. En de milieudienst had hem een aanslag van 100.000 dollar opgelegd.

Vergeleken bij al die levensechte verhalen uit Main Street America steken de talrijke persoonlijke verhalen van de politici bijna bleek af. Mijn vader heeft 29 jaar met de post op zijn rug gelopen, zei postbode-zoon John Kasich uit Ohio, de voorzitter van de begrotingscommissie in het Huis van Afgevaardigden.

Pagina 5: 'Gewone man/vrouw' staat centraal

Mijn ouders, in het armoedige zwarte wijkje aan de oostkant van de spoorlijn, hadden nooit kunnen dromen dat hun zoon nog eens lid van het Huis van Afgevaardigden zou worden, zei de Julius Ceasar Watts, de conservatieve zwarte Afgevaardigde uit Oklahomah.

Newt Gingrich, die gisteren voor het eerst tijdens deze conventie op het podium te zien was, en niet eens in prime time, probeerde zijn imago van harteloosheid te bestrijden met een zeldzame verschijning samen met zijn vrouw en kinderen. Hij sprak met geen woord over het Contract met Amerika, over bezuinigingen op de uitkeringen of de Republikeinse revolutie, maar stelde het publiek voor aan 'een vriend', de eerste winnaar van een gouden medaille voor strandvolleybal (want strandvolleybal, zo luidt de laatste theorie van de onnavolgbare Gingrich, is eigenlijk de belichaming van de vrijheidsgedachte, what freedom is all about: nog maar kort geleden bestond het helemaal niet, en nu is het dankzij de individueel initiatief een Olympische sport. Geen bureaucraat had het ooit kunnen verzinnen).

De persoonlijkste politicus gisteren was tegelijk politicus en Main Street American. Susan Molinari, de 38-jarig lid van het Huid van Afgevaardigden uit Staten Island, was door Dole aangezocht om als werkende moeder de belangrijke keynote speech te houden, de toespraak waarin alle campagnethema's op een rijtje worden gezet (de geloofwaardigheid van Clinton, of beter het gebrek daaraan, belooft een grote rol te gaan spelen: zijn beloftes hebben een even lange levensduur als een Big Mac aan boord van Air Force One, luidde een van haar grappen over dat thema).

Susan Molinari, die dit voorjaar een persconferentie gaf om haar pasgeboren dochter aan de media voor te stellen, sprak gisteren over haar overgrootvader die uit Italië naar Queens was gekomen om daar een kapperszaakje te beginnen. Wijselijk vermeldde ze niet dat haar grootvader en vader actief waren in de politiek, want dat geldt hier doorgaans niet als aanbeveling.

Achter haar op het podium zaten intussen haar vader en haar man - Bill Paxon, ook hij lid van het Huis van Afgevaardigden - die samen de inmiddels drie maanden oude baby de fles gaven.

Dat intieme beeld op deze tot in de details geregisseerde conventie was waarschijnlijk bedoeld om te getuigen van de moderne geest en de vrouwvriendelijkheid van de Republikeinse partij, net zoals het persoonlijke levensverhaal van de immigrantenzoon Colin Powell een dag eerder moest laten zien dat de partij heus ook voor minderheden aantrekkelijk is.

Het levensverhaal aller levensverhalen in deze verkiezingscampagne is echter dat van Bob Dole zelf, de in armoede opgegroeide jongen die in de Tweede Wereldoorlog zwaar invalide werd en daar met harde training en een ijzeren wilskracht weer grotendeels boven op kwam - alleen zijn rechterarm is nog verlamd.

De beproevingen die hij heeft doorstaan en de wilskracht die hij aan de dag heeft gelegd zijn gouden campagne-materiaal.

    • Juurd Eijsvoogel