Bedrijven 'sturen' de winstcijfers met voorzieningen

Er zijn trucs, goocheltrucs en reorganisatievoorzieningen. Voedingsgigant Unilever meldde afgelopen vrijdag een halfjaarwinst die onder de verwachtingen van financiële analisten bleef. Oorzaak? Een nieuw rondje voorzieningen voor reorganisaties, waaronder 151 miljoen gulden voor het net gekochte Helene Curtis dat ten laste van de winst kwam.

Twee dagen eerder verraste uitgever Wolters Kluwer beleggers juist met betere cijfers en een betere winstverwachting. Oorzaak? Een reorganisatievoorziening van 200 miljoen gulden voor een recente grote aankoop in Amerika, die Wolters Kluwer niet ten laste brengt van de winst, maar optelt bij de waarde op de balans van de Amerikaanse aanwinst. Had Wolters Kluwer de voorziening à la Unilever hebben opgediend, dan was de winst gedaald. Nu steeg de koers van de aandelen met een tientje, tot voorbij de magische 200 gulden grens.

“Voorzieningen zijn een heel arbitrair gebeuren”, zegt financieel analist C. Haasnoot van Stroeve Effectenbank. “Soms is het gewoon het sturen van de winst. Een bedrijf heeft bijvoorbeeld een fantastisch goed jaar gehad, dan stopt men wat weg in de voorzieningen, zoals banken dat doen bij hun geheime voorzieningen voor klanten die hun kredieten niet terugbetalen.”

De overnamekoorts en de trend naar constant herstructureren hebben de reorganisatievoorziening in het Nederlandse bedrijfsleven populair gemaakt. Zulke voorzieningen omvatten alle kosten die verbonden zijn aan (geplande) afvloeiingsregelingen voor medewerkers, sluiting van fabrieken, verkoop van activiteiten of dochterbedrijven. “Bedrijven hebben veel vrijheid bij het presenteren van zulke voorzieningen”, beaamt Haasnoot. “Maar het is niet helemaal een speeltuin.”

De accountants hebben een hoofdregel: als een bedrijf weet dat er toekomstige uitgaven zijn gemoeid met een reorganisatie, moet er nu een voorziening worden getroffen. En de meeste ondernemingen voegen daar nog eigen regels aan toe: beter te veel voorzien, dan te weinig. Als er geld overblijft, is er altijd wel een goede bestemming te vinden, maar komt de directie geld tekort, dan maakt dat geen bijster kundige indruk.

En gaat het toch al slecht met het bedrijf? Neem dan alle voorzieningen die te bedenken zijn, dat maakt herstel des te gemakkelijker. Zoals Philips-president Timmer deed toen hij vier miljard gulden reserveerde voor superreorganisatie Centurion. KNP BT gebruikte het uitstekende vierde kwartaal van 1995 om ten laste van de winst een voorziening van 75 miljoen te treffen voor de waarde van activiteiten die nog verkocht moesten worden. De meeste financiële managers willen geen resultatenreeks die lijkt op een achtbaan, maar een gestaag stijgend en voorspelbaar resultaat. Dat appreciëren beleggers het meeste.

Al zijn er regels, het grijze gebied is groot. Dat de regels zelfs tussen Amsterdam en Rotterdam kunnen verschillen leert de praktijk van Wolters Kluwer en Unilever. Beide kochten bedrijven in de VS, maar Unilever neemt een extra voorziening ten laste van de winst, Wolters Kluwer gebruikt een toegestane vluchtroute naar de balans. Daar staat de waarde van het gekochte bedrijf, dat over een periode van 40 jaar wordt afgeschreven ten laste van de winst. Unilever deed het tot 1995 net zo als Wolters Kluwer, maar sindsdien verbieden de Britse accountantsregels, waaraan Unilever zich conformeert, dergelijke op de balans geposteerde voorzieningen bij gekochte bedrijven. “Ik denk dat beleggers daar wel doorheen kijken”, zegt financieel analist C. Zandbergen van Generale Bank Nederland. Unilever en Wolters Kluwer zeggen in hun financiële rapportage wat zij doen; de belegger kan zijn eigen conclusies trekken. De Amerikaanse boekhouders benadrukken de waarde van het bedrijf voor de aandeelhouders, de Britten neigen meer naar de continentaal-Europese, conservatieve zienswijze die de waarde van het hele bedrijf voor alle financiers, waaronder de banken, benadrukt.

De regel dat geplande reorganisatiekosten zo snel mogelijk in concrete cijfers worden vertaald, geeft een voorziening voor beleggers een plezierige smaak: nu “betalen”, straks genieten. Nedlloyd pleegde in 1987 een extra afschrijving op schepen van ruim 900 miljoen gulden. Dat leverde dat jaar een mammoetverlies op van ruim een miljard gulden, maar verlaagde de jaren daarna wel de kosten van afschrijvingen, en gaf de winst zodoende een beter aanzien.

Philips kondigde twee weken geleden een massale reorganisatie aan van zijn divisie beeld en geluid, die 6.000 van de 40.000 arbeidsplaatsen kost. Philips nam direct ten laste van de winst in het tweede kwartaal een voorziening van 800 miljoen gulden, terwijl er geen man of vrouw op straat is gezet in het tweede kwartaal, en zelfs niet duidelijk is waar en wanneer de reorganisatie precies plaatsvindt. De uitgaven worden de komende anderhalf jaar gedaan, maar de kosten ervan zijn al in de winst verwerkt, zo willen accouantants dat nu eenmaal. Maar heeft Philips niet nog een miljard gulden over van zijn vorige reorganisatievoorziening? “Nee, 750 miljoen gulden”, zei Philips' financieel verantwoordelijk bestuurslid D. Eustace. “Maar dat bedrag is al toegewezen aan specifieke projecten. De accountantsregels staan ons tegenwoordig geen algemene voorzieningen meer toe.” Dat reorganisatievoorzieningen ook voor bedrijven moeilijk te becijferen zijn, bewijst Philips. In 1995 viel 102 miljoen gulden vrij uit een reorganisatievoorziening.

Voorzieningen voor reorganisaties of beëindiging van ondermaats renderende activiteiten worden regelmatig in koppels gesignaleerd: zij gaan vergezeld van bijzondere baten die elders in het bedrijf zijn geboekt, bijvoorbeeld door verkoop van dochteronderneming, vastgoed, of wat ook. Zo kunnen de kosten van een tegenvaller worden weggestreept tegen een voordeeltje elders. Hunter Douglas verkocht vorig jaar een kleine deelneming en nam direct een reorganisatievoorziening voor een ander akkefietje. Uitgever Reed Elsevier verkocht vorig jaar zijn dochter Dagbladunie en andere publieksmedia met een boekwinst van 381 miljoen pond, en nam tegelijkertijd voorzieningen van 368 miljoen pond voor de lagere waarde van twee andere activiteiten.