Weinig doorleefd spel uit een fabriek in New York

Concert: Matt Haimovitz (cello), Kevin Kenner (piano). Programma: Schubert: Arpeggione Sonate. Britten: Sonate in c, op. 65. Schumann: Adagio en Allegro in As, op. 70. Strauss: Sonate in F, op. 6. Gehoord: 11/8 Concertgebouw in Amsterdam.

De befaamde Juilliard School in New York is een indrukwekkende muziekfabriek, die steeds opnieuw grote talenten levert aan de internationale podia. De concurrentie onder de leerlingen is er moordend, dus alleen de allersterksten overleven. Tot de laatste 'winnaars' behoren de violist Gil Shaham en de cellist Matt Haimovitz, beide musici met een uiterst solide techniek en een tot de verbeelding sprekende muzikaliteit.

Maar ondanks de imposante flair waarmee zowel Haimovitz als Shaham musiceren, ontbreekt er iets wezenlijks aan hun spel. Alsof ze tijdens hun opleiding de rust hebben ontbeerd om zich te kunnen verdiepen en verrijken. Door de harde strijd die er geleverd moest worden, missen beide musici persoonlijkheid. Ze spelen meer imposant dan interessant, en allerlei muzikale spitsvondigheden hebben de plaats ingenomen van een werkelijk doorleefde mentale en emotionele visie op de muziek.

In die zin profileerde Haimovitz zichzelf gisteravond als een echt Juilliard-produkt. Er klonk iets agressiefs door in zijn penetrante en flexibele toonvorming, zijn vervaarlijk zoevende stokvoering, zijn geëxalteerde vibrato, en vooral zijn neiging tot versnellen van de toch al snelle tempi.

De 'winning spirit' die uit het spel van Haimovitz spreekt, bleek niet te rijmen met Schuberts ongrijpbare dromerijen. De tedere atmosfeer van de Arpeggione Sonate werd verstoord door overdreven tempi, gemaniëreerde accenten en de onbeheerste uithalen van Haimovitz stok. Schubert werd benaderd met een bijna violistische virtuositeit, die door zijn zuiverheid en trefzekerheid respect afdwong, maar ook de poëzie verjoeg.

Overtuigender klonk de Sonate in C, op. 65 van Britten, waarin Haimovitz zich niet uit het veld liet slaan door zijn geknapte a-snaar. Hij begon gewoon nog een keer van voren af aan, en bracht het samen met zijn sensitieve pianist Kevin Kenner tot dynamische dialogen, waar het instrumentale élan vanaf spatte. Net als bij Schubert ontbrak tijdens Haimovitz gestroomlijnde maar weinig stijl- en smaakvolle interpretatie van Schumanns Adagio en Allegro in As, op. 70 de vereiste diepgang. Maar met zijn energieke en gespierde uitvoering van de Sonate in F, op. 6 van Strauss, bewees Haimovitz in elk geval instrumentaal tot veel in staat te zijn. Met fraai gemodelleerde inzetten rijkte pianist Kevin Kenner hem als het ware de thema's aan, zodat ook de fraseringen van Haimovitz meer vorm en inhoud kregen.