Twijfels over nieuwe Turkse buitenlandse politiek

ANKARA, 13 AUG. Is Turkije onder leiding van de religieus-fundamentalistische premier, Necmettin Erbakan, bezig om het Westen van zich te vervreemden? Of geeft het nieuwe buitenlands beleid, met een sterke nadruk op het aanhalen van de banden met de islamitische wereld, juist aan dat Turkije eindelijk gestalte geeft aan zijn historische rol: het slaan van een brug tussen het christelijke Westen en het islamitische Oosten?

Dat zijn de vragen die zowel in Turkije zelf als in het Westen worden gesteld naar aanleiding van het bezoek, het afgelopen weekeinde, van de Turkse premier aan Iran en het verblijf momenteel van de Turkse ministers van Justitie en Onderwijs, Sevket Kazan en Mehmet Saglam, in Irak.

Bij het aantreden van Erbakan, enkele weken geleden, was Washington er van overtuigd dat de samenwerking met Turkije niet ingrijpend zou veranderen door het aan de macht komen van de politieke islam. Dat idee werd versterkt door de opstelling van de religieus-fundamentalistische Welvaartspartij met betrekking tot Provide Comfort, de door de VS geleide geallieerde luchtmacht die de Koerden in Irak vanaf een Turkse militaire basis aan de kust van de Middellandse Zee beschermt tegen eventuele nieuwe aanvallen vanuit Bagdad. De religieus-fundamentalisten hebben zich sinds de komst van Provide Comfort in 1991 verzet tegen deze 'imperialistische macht' in de regio. Maar premier Erbakan stemde vorig maand desondanks in met de verlenging van het mandaat tot het einde van dit jaar.

Inmiddels is duidelijk geworden dat er achter de schermen wel degelijk wordt gesleuteld aan een ander scenario, dat zowel tot doel heeft om de rol van de VS in deze regio te beperken, als Turkije de mogelijkheid geeft buurlanden ertoe te bewegen hun steun aan de separatische PKK, de Koerdische Arbeiders Partij (PKK), nu eindelijk eens te staken. Dat is in overeenstemming met het door de religieus-fundamentalisten geïnspireerde regeringsprogramma dat de nationale belangen van Turkije sterker dan voorheen tot het uitgangspunt van het buitenlands beleid bestempelt.

Erbakan heeft in Iran een warm onthaal gekregen voor zijn plannen om op een door Turkije te organiseren vier-landenconferentie (met Turkije zelf, Iran, Irak en Syrië als deelnemers), een gezamenlijk aanpak voor de regionale problematiek te formuleren. De ministers van Justitie en Onderwijs bespreken datzelfde onderwerp vandaag in Bagdad. De onderhandelingen met Syrië beperkten zich tot nu toe tot ontmoetingen tussen Erbakan en de Syrische ambassadeur in Ankara, maar de verwachting is dat de religieus-fundamentalistische staatsminister Abdullah Gül later deze maand naar Syrië zal reizen. Bovendien wordt de Syrische premier binnenkort in Teheran verwacht.

De Turkse kranten schrijven inmiddels dat Erbakan in de VS inmiddels tot een 'onbetrouwbaar politicus' is bestempeld. Washington maakt zich grote zorgen over het aanhalen van de Turkse banden met landen als Iran en Irak. De VS willen deze juist isoleren gezien hun steun aan terroristische organisaties.

Ook in Israel overheerst de twijfel. In februari kwamen de beide landen, die zich toen nog als de enige twee Westerse democratieën in de regio etaleerden, een militair samenwerkingsverband overeen. De gedachte was dat daar een omvangrijk contract voor de modernisering door Israel van Turkse F-4 gevechtsvliegtuigen op zou volgen maar Erbakan heeft de ondertekening daarvan op de lange baan geschoven. De Israelische radio meldde eerder deze week dat even met het idee is gespeeld van de afwezigheid van Erbakan gebruik te maken om het contract alsnog te ondertekenen. Dat zou dan door Tansu Çiller, de minister van Buitenlandse Zaken en vice-premier, moeten gebeuren. Maar uiteindelijk zou daar zowel door de Israeliërs als door het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken vanaf zijn gezien.

Het onderonsje met Israel geeft aan dat ook in Turkije zelf, en niet in de laatste plaats binnen de Partij van het Juiste Pad (DYP), de coalitiepartner van de Welvaartspartij, grote verwarring bestaat over de voortvarendheid en het eigenzinnige optreden van Erbakan. Wat zijn de werkelijke intenties van de religieus-fundamentalisten? Çiller wordt volledig overschaduwd door staatsminister Gül, die in feite als minister van Buitenlandse Zaken optreedt. En Erbakan ontvangt buitenlands bezoek, zelfs van vertegenwoordigers van islamitische terreurorganisaties, zonder dat de Turkse diplomatieke dienst er weet van heeft. Çiller distantieerde zich gisteren van een groot deel van Erbakans uitlatingen in Teheran. Erbakan trok in Teheran de inlichtingen van de Turkse Binnenlandse Veiligheigsdienst (MIT) met betrekking tot de aanwezigheid van de PKK in Iran openlijk in twijfel. Bovendien kwam Erbakan met zijn oude ideeën op de proppen over een economisch verbond van moslim-landen en samenwerking van de militaire industrieën. Allemaal zaken die uiterst omstreden zijn in Turkije, met name binnen het leger, dat zichzelf ziet als de beschermer van het seculiere karakter van Turkije.

Al met al zitten ook de politieke waarnemers in Turkije met de handen in het haar. Ze stemmen in principe in met het idee van de religieus-fundamentalisten dat Turkije een meer actieve en onafhankelijker rol in de regio moet spelen. Gebaseerd op de gedachte dat Turkije niet alleen een brug, maar wellicht zelfs tot een 'verzoener' kan uitgroeien tussen Oost en West. Maar ze maken zich tegelijkertijd zorgen over het abrupte optreden van Erbakan. Zijn buitenlands beleid zou te zeer gericht zijn op het behalen van successen op de korte termijn. Het Turkse buitenlands beleid verwordt daarmee tot een trainingsgebied voor het kader van de religieus-fundamentalistische Welvaartspartij, waarbij de Turkse belangen op de langere termijn uit het oog worden verloren.