TV-serie Dallas staat model voor Roemeense miljonairs

De Roemeen Ilie Alexandru is een van de nieuwe rijken die in Oost-Europa na de val van het communisme in 1989 een fortuin hebben vergaard. Alexandru liet de South Fork Ranch uit de tv-serie Dallas in Roemenië nabouwen als pretpark en wordt zelf bewonderd als een soort J.R. Ewing, voor veel Roemenen het rolmodel van de geslaagde miljonair. “Over zes jaar is mijn dochter groot en bezit ik honderd miljoen dollar. Het is gewoon een techniek, dat geld verdienen.”

Een witgeschilderde triplex boog met de tekst 'Dallas Hermes' markeert het begin van een oprijlaan, die in de verte linksom afbuigt naar een gloednieuw hotel. Het smetteloos witte gebouw is een kopie van de South Fork Ranch, het onderkomen van de Texaanse olie-familie Ewing uit de televisieserie Dallas. Alleen de beginmelodie ontbreekt en heeft plaatsgemaakt voor de geluiden van een bouwplaats.

Dallas in Roemenië. Ten oosten van Boekarest staat sinds 1992 een themapark geïnspireerd op de populaire televisie-serie, die tot vorig jaar in Roemenië werd uitgezonden. Het park trekt jaarlijks honderdduizenden bezoekers.

De populariteit van het park is opmerkelijk, want de attracties rechtvaardigen nauwelijks een bustocht van 120 kilometer uit Boekarest. De voornaamste bezienswaardigheden zijn de ranch, die is nagebouwd met behulp van videobeelden, en een manege met veertig paarden die ook aan internationale hippische evenementen meedoen. Naast een restaurant-in-wording ligt een saloon, gemaakt van bruinglimmende houten palen, met een bord 'sheriff'. In aanbouw is een vijftig meter hoge replica van de Eiffeltoren. De toegangsprijs van ongeveer een dollar is niet abnormaal hoog in Roemenië, hoewel het gemiddelde maandsalaris 60 dollar bedraagt.

In de lobby van het South Fork-hotel poetsen schoonmaaksters het fineer van het namaak-houten interieur, met messing decoraties. Een Roemeense bezoeker aan de donkerbruine bar mompelt voor zich uit: “Frumos, frumos (mooi).” Het wachten is op de eigenaar van het themapark, de zakenman Ilie Alexandru. Het duurt even, bezweert een medewerker, want Alexandru is nu eenmaal een drukbezet man. “Hij is een heel succesvolle zakenman, heel succesvol”, fluistert de jongen eerbiedig.

Een Toyota Landcruiser scheurt het terrein op en komt tot stilstand voor het hotel. Bouwvakkers komen aanlopen om de chauffeur iets te vragen en worden weggejaagd met een armgebaar. Dan komt een zwaar hoofd met een grote leren pet door het raampje naar buiten en richt zich tot het bezoek uit Nederland (“Ik heb prachtige Nederlandse paarden uit de Ardennen”) in het Roemeens: “Stap in, vlug. U gaat mee met mij. Ik toon u het park. U luncht met mij. Dan vertel ik u over mijzelf.”

Alexandru (44) is een toonbeeld van de nieuwe rijken in Roemenië en is van hen een van de allerrijkste en waarschijnlijk de bekendste, vooral dankzij het Dallas-park. De opkomst van deze nieuwe klasse van handelaren en industriëlen na de revolutie in 1989 is niet uniek in Oost-Europa, waar de val van het communisme de weg heeft vrijgemaakt voor een handjevol vrije jongens. Het pas veroverde fortuin is op weinig plaatsen zo luidruchtig en opzichtig als in Roemenië, een van de armste landen van de regio. Mercedessen en BMW's staan in rijen voor de nachtclubs en de besloten sociëteiten in Boekarest, zoals die van de voormalige tennisspeler Nastase, die een vergeefse gooi heeft gedaan naar het burgemeesterschap van de hoofdstad. Boekarest wedijvert met Monaco in aantallen casino's, bontjassen, draagbare telefoons en zwaargebouwde lijfwachten.

Opvallend genoeg is dit wildwestkapitalisme tot bloei gekomen onder de neocommunistische regering van president Iliescu, met wie de zakenlieden goede contacten onderhouden. Draaiden de intriges in de familie Ewing om macht, geld, overspel en aardolie, de wording van de Roemeense nouveau riche is te danken aan goede contacten met de vroegere communistische partij en het leger, smokkel en monopolies. De oppositiekranten komen dan ook papier tekort voor de beschrijving van de talloze politieke en financiële schandalen.

Alexandru is een voormalige bokser en militair, die tegenwoordig handelt in televisies, kranten, boeken, graan, olie, kleding en natuurlijk Dallas. Naast de plaats waar de auto tot stilstand is gekomen heeft een orthodoxe priester onlangs de eerste steen gezegend voor de bouw van wat de grootste kathedraal van het land moet worden. Hét symbool van Alexandru's succes is de reusachtige villa achter het park, waaraan de bezoekers zich evenzeer vergapen als aan de Dallas-ranch.

In Roemenië wordt Alexandru veelvuldig vergeleken met J.R. Ewing, de hebzuchtige en machtsbeluste hoofdpersoon uit Dallas. “In de pers word ik omschreven als een J.R., iemand die alles wil bezitten”, moppert Alexandru in de auto. “Dat is afgunst op mijn enorme succes, op het feit dat ik een van de rijkste mannen in dit land ben. Het enige wat ik wil, is iets goeds doen voor mijn geboortestad Slobozia, zodat de kinderen kunnen wonen in een plaats die overal bekend is in het land.”

Slobozia, een kilometer of wat voorbij het pretpark, is een stadje (50.000 inwoners) zoals er vele zijn in Oost-Europa. De oorspronkelijke dorpskern is onder de verdreven conducator Ceausescu gesystematiseerd, zodat ook het centrum nu bestaat uit rijen betonnen flatgebouwen aan kaarsrechte straten. De hoofdstraat draagt het zware stempel van Hermes, de firma van Alexandru. Naast elkaar zijn gevestigd de krant, de boekwinkel, de supermarkt, de uitgeverij, de elektronica-winkel en kledingzaak van Hermes, waar inmiddels een zevende van de beroepsbevolking in Slobozia werkt.

Het hoofdkantoor van Hermes, waar Alexandru enkele uren voor de lunch zijn eerste audiëntie verleent, is volledig geblindeerd. Alexandru is onrustig en praat ostentatief tegen de telefoon waarin de speaker aan staat. In het kantoor zijn alle meubels van een namaak eiken, tot en met de gloednieuwe antieke kasten. Op de brandkast - geliefd symbool van voorspoed in Roemenië - staat een beeldje van een paard, want Alexandru is dol op paarden. Zijn naar eigen zeggen “verschrikkelijk dure” kleren komen uit Duitsland: een groen jasje zonder kraag, een overhemd dat om de buik spant en een touwtje om de nek bij wijze van das.

Alexandru loopt voortdurend heen en weer tussen zijn kamer en die van de secretaresses. De vijf meisjes hebben duidelijk weinig om handen en houden zich voornamelijk bezig met onderlinge gesprekken. “Kijkt u eens naar de gezichten van deze jonge meisjes, kijk hoe mooi. Meneer Alexandru houdt erg van mooie meisjes. Altijd als hij gestresst is, dan zet hij de deur even open en kijkt naar zijn jonge secretaresses. Daar wordt hij heel rustig van”, zegt een medewerkster.

De patroon beaamt het gretig en noemt dit ook de belangrijkste persoonlijke overeenkomst tussen hemzelf en J.R. Ewing: “We houden beiden van mooie vrouwen en respecteren hen.” De secretaresses die binnenlopen krijgen van Alexandru een arm om hun leest en op hun bil. Een medewerkster legt een stapel papier op zijn bureau voor overleg, maar Alexandru trekt haar ruw naar zich toe; tegenstribbelen helpt niet als de arm om haar schouders wordt gelegd.

De South Fork-ranch is niet meer dan een visitekaartje van het imperium van Alexandru, dat zich razendsnel uitbreidt langs de autoweg van Boekarest naar de Zwarte Zee-kust. In een loods worden onderdelen uit Zuid-Korea geassembleerd tot televisietoestellen met het merk Hermes. Daarachter zijn de fundamenten zichtbaar van een toekomstige olijfoliefabriek, met de naam Ewing-Hermes: aardolie van de tv nagebootst als spijsolie.

Dallas is wel het handelsmerk van Alexandru, die zich graag laat fotograferen met een moeizaam verworven Stetson-hoed zoals J.R. die draagt. “Andere tycoons dan ik hadden kunnen verzinnen om van de enorm populaire tv-serie Dallas een pretpark te maken, maar ik was de enige die het deed. Ik had gehoopt op nationale belangstelling, maar de bezoekers komen van overal in de wereld”, bluft Alexandru tijdens de rondrit. “Ik verkoop geen dromen in mijn recreatiepark. Ik geef bevrediging aan goede mensen, aan mensen die net zoveel hebben gehouden van Dallas als ik”, zegt hij.

Dallas is voor de Roemeen meer dan een Amerikaanse televisie-serie van vroeger. In de tijd van conducator Ceausescu konden de 23 miljoen Roemenen tijdens de schaarse tv-uren uitsluitend oersaaie programma's bekijken, zoals volksdansfestijnen en verslagen van partijbijeenkomsten. Zaterdag was het hoogtepunt van de week, waarin de angst en de honger even werden vergeten. Niet alleen duurden de uitzendingen dan langer dan de doordeweekse twee uur, ook werd dan de serie Dallas uitgezonden.

Waarom Ceausescu de Westers-decadente serie destijds heeft toegestaan bleef altijd een raadsel. “Misschien hield hij er zelf ook van”, oppert Alexandru. Van Ceausescu was in elk geval bekend dat hij dol was op de Amerikaanse politie-serie Kojak, die hij alleen op buitenlandse zenders en video kon bekijken. Voor de gewone Roemenen waren de beslommeringen van de steenrijke familie Ewing een aangename ontsnapping uit het dagelijks leven van rijen voor de winkels, onverwarmde huizen en onverlichte straten. Als de kerk het opium van het volk is in een kapitalistische samenleving, dan was Dallas dat in de nationalistisch-communistische heilstaat van Roemenië.

Ook nu andere Amerikaanse series de beeldbuis overspoelen, is Dallas in het collectieve onderbewustzijn gebleven als het archetype van een welvarende en betrekkelijk onbezorgde wereld. De beeltenissen van Sue Ellen, Pamela, J.R. en Bobby prijken op plastic boodschappenzakken. Dallas is in Roemenië een veel voorkomende ondernemingsnaam, als een amulet die zakelijk succes moet brengen. Op de ruiten van taxi's, op winkelpuien, fabrieksgebouwen en veilinghallen staan de letters DALLAS, groot en kleurig. Veel Roemenen denken bij het begrip welvaart aan de excessieve, ostentatieve en ogenschijnlijk moeiteloos verworven rijkdom van de Ewings, en de rijkdom van Alexandru past in dat beeld.

Alexandru ziet zichzelf ook als een mythe in de huiskamer, vergelijkbaar met die van de televisiehelden. “Kijk, ik ben een beetje een filosoof op mijn manier. Ik kijk naar mijzelf, en probeer te zien wat anderen in mij zien”, zegt Alexandru terwijl hij zijn auto met grote snelheid naar de toegangspoort stuurt: “Neem al die knappe vrouwen in Roemenië, die veel van hun man houden. Zullen zij niet vragen aan hun man: kun je voor je vrouw niet zulke mooie dingen kopen als meneer Ilie dat doet voor zíjn vrouw? Gewone mensen in Slobozia vertellen elkaar thuis sprookjes over mij, dat ik een Amerikaanse spion ben of zo, omdat ze niet kunnen bevatten dat ik zo rijk ben geworden. Als van deze legenden 1 procent waar is, dan ben ik blij.”

We zijn aangekomen bij de poort van zijn zalmroze villa, omringd door hoge muren met zware torens. De bewakers dragen geweren, hoewel Roemenië ook na de val van Ceausescu een land is met betrekkelijk weinig criminaliteit en geweld nog altijd uitzonderlijk is. Zwaarbewapende lijfwachten zijn echter evenzeer een statussymbool als een dure auto, een jonge vriendin en een groot huis.

Alexandru zet koers naar zijn protserige kasteel en mijmert over de overgang van de centraal geleide planeconomie naar de vrije-markteconomie. “Vroeger was alles van iedereen, nu niet meer. Mijn medewerkers moeten dat nog leren. Iedereen die voet op mijn grond zet moet denken: dit behoort allemaal aan Hermes. Dat is moeilijk voor hen, dat is zelfs moeilijk voor een grote zakenman zoals ik. Elke keer als ik hier aankom, dan denk ik: dit is van ons. Maar ik moet natuurlijk leren denken: dit is allemaal van mij.”

De wanden in huis zijn volgehangen met schilderijen, die eruit zien als kopieën in olieverf van kleurenfoto's. In de eetkamer hangen een portret van Alexandru's vierjarige dochter, waarop zij eruit ziet als een oude vrouw, en kopieën van Nederlandse meesters (Hals, Steen) met drinkgelagen waaruit elke speelsheid en diepte is verdwenen. Aan het einde van een vijftien meter lange tafel staan drie serveersters in minirokjes en in bloesjes met smetteloos witte bh's eronder. Somber kijkend vormen zij het zwijgende welkomstcomité voor de immer blaffende Alexandru. “Wilt u ook whisky bij het eten?”

Alexandru gaat met zijn gasten aan het hoofd van de tafel zitten en maakt wat bevelende gebaren. Zijn jonge vrouw en het kindermeisje voeren aan het andere eind van de tafel de dochter. Naast haar zit de maakster van de schilderijen, een vrouw van een jaar of veertig met een artistieke hoofddoek, grote ringen en oorbellen en een zonnebril. “Net als J.R. ben ik drie keer getrouwd”, verklaart Alexandru. Hoewel de meest tv-kijkers zich J.R. niet zullen herinneren als een echte family man, heeft Alexandru een heel huiselijk beeld van hem. “J.R. was ook zo dol op zijn kinderen, net als ik.”

Alexandru bestelt bij zijn voorgerecht nog enkele koteletten, die hij in een ontzagwekkend tempo verorbert. Tussen de happen door en soms tijdens de happen heeft hij eindelijk wat tijd om in te gaan op zijn betrekkingen met de politiek. In tegenstelling tot veel andere Roemenen heeft Alexandru geen enkel probleem met het verkrijgen van kredieten en vergunningen. “Als je echt wat wil doen in dit land, dan kan dat. Er zijn hier alleen niet genoeg mensen die wat ondernemen”, luidt de verklaring van Alexandru. “In 1990 was ik niemand. Nu ben ik een groot zakenman. Iliescu heeft dit mogelijk gemaakt en niemand anders kon dat hebben gedaan.” In Roemenië worden na de gemeenteraads- en burgemeestersverkiezingen eerder dit jaar nog parlements- èn presidentsverkiezingen gehouden. Voor de laatste is de voormalige communist Iliescu de absolute favoriet.

In zijn rijkdom en goede politieke contacten lijkt Alexandru op de zakenlieden Paunescu en Catarama, die talloze belangen hebben in onder meer de luchtvaart, hotels en voedselbedrijven. “We zijn tycoons, maar elk op zijn eigen wijze. In de tijd van Ceausescu hadden zij belangrijke posities op ministeries die met export te maken hadden. Ik niet, ik was eerst gewoon bokstrainer en later militair.” Totdat Alexandru aan zijn nieuwe carrière als zakenman begon was hij boordwerktuigkundige in een vliegtuig. Hoewel lidmaatschap van de Communistische Partij niet verplicht was, werd hij wel lid: “De partij nam de besten in elk vak in de gelederen op en als bokser en als technicus was ik een van de besten.”

Alexandru ontkent dat hij zijn startkapitaal - net als dat van Paunescu en Catarama - heeft te danken aan zijn goede contacten met de neocommunistische regering. Evenals het hardnekkige verhaal dat hij zijn eerste geld verdiende met de export van graan - een overheidsmonopolie - waarvoor hij moeiteloos een miljoenenlening van een staatsbank zou hebben gekregen. Hoe hij wel aan zijn eerste geld is gekomen, daarover is hij erg vaag. “Ik ben begonnen met de handel in kleding, via Istanbul. Ik heb niets bijzonders gedaan, het is gewoon een techniek, dat geld verdienen”, is alles wat hij kwijt wil.

De gasten hebben hun tweede gang nog niet op, maar Alexandru is al toe aan het nagerecht. Als de flensjes zijn weggewerkt, begint hij verzaligd te kijken naar zijn dochtertje. “Over zes jaar is mijn dochter groot en bezit ik honderd miljoen dollar”, mijmert hij. “Voor haar zal dit normaal zijn, want zij is omringd door mensen met een andere mentaliteit, die van deze tijd.” Dan staat hij bruusk op en geeft een rondleiding door het huis, dat nog ruikt naar nieuwigheid. Naast zijn werkkamer met enorme brandkast is een ontspanningsruimte met een enorme whiskybar en pool-biljart. “Hier komen mijn vrienden, de meesten zijn rijk, sommige niet. Een vriend van mij is directeur van een melkfabriek. Hij heeft twee zonen, van wie er een studeert. De student heeft gedreigd niet meer thuis te komen als zijn vader geen auto voor hem koopt, maar zijn vader heeft helemaal geen geld voor een auto”, vertelt Alexandru lachend. Bij het uitlaten van de gasten drukt hij hun op het hart om vooral de hotelkamers in de South Fork-ranch nog eens te bekijken.

In het hotel toont het schoonmaakpersoneel trots de inderdaad frisse kamers. Op het nachtkastje ligt geen Gideonsbijbel, maar een horror-boekje van uitgeverij Hermes. Tegen de wand staat een televisie met de merknaam Hermes. De soap-serie Dallas is er niet meer op te zien.