Rede Powell reclamespot voor Dole

SAN DIEGO, 13 AUG. Op papier mag de conservatieve vleugel de strijd om de ziel van de Republikeinse partij hebben gewonnen, op de televisie zijn de gematigde krachten aan de winnende hand.

Terwijl de conventie in San Diego gisteren een partijprogramma goedkeurde dat wel geschreven leek door de uiterst conservatieve Pat Buchanan, waren de schijnwerpers en de camera's gericht op de gematigde Colin Powell, die de show stal met een bewogen toespraak over zijn eigen leven en politieke overtuigingen.

Harder applaus was er alleen voor een gefilmd eerbewijs voor Ronald Reagan, de president die de twee stromingen in de jaren tachtig achter zich wist te verenigen. Tot tranen toe geroerd luisterden de Republikeinen in de conventiehal naar een toespraak van zijn vrouw Nancy, die de Amerikanen opriep om te blijven geloven in haar mans droom van “de stralende stad op de heuvel”. Reagan zelf lijdt aan de ziekte van Alzheimer en verschijnt niet meer in het openbaar.

De populaire ex-generaal Powell hield zijn partijgenoten voor dat de bezuinigingen op overheidsuitgaven niet alleen op de armen en de middenklasse afgewenteld mogen worden. “Uitkeringen aan bedrijven en de rijken moeten als eerste voor afschaffing in aanmerking komen” Het was een van de weinige opmerkingen in zijn betoog die nauwelijks met bijval werden begroet. Over rassendiscriminatie merkte hij op dat het niet voldoende is “te verklaren dat iedereen gelijke kansen heeft en dan te hopen dat het probleem vanzelf wel over gaat. Dat heeft in het verleden niet gewerkt en dat zal in de toekomst ook niet werken.”

Powell toonde zich een bedreven redenaar, die zijn woorden kracht bijzette met passende gebaren en stembuigingen. Voor het eerst ging hij in het openbaar en detail in op zijn redenen om lid te worden van de Republikeinse partij: het geloof in vrijheid, eigen initiatief en een kleine overheid ziet hij het best in die partij belichaamd. Hij voelde zich bovendien aangetrokken tot de Republikeinen “omdat onze partij groot genoeg is om op sommige punten van mening te kunnen verschillen”. Met name noemde hij zijn geloof in het recht op abortus en zijn krachtige steun voor positieve discriminatie - zonder echter een poging te doen zijn partijgenoten te overtuigen van zijn standpunt.

President Clinton noemde hij niet met name, maar de hint ontging weinigen toen hij de Republikeinse presidentskandidaat prees met de opmerking dat Dole “in een tijd van al te veel verkooppraatjes en mooipraterij” de dingen zegt zoals ze zijn. Sommige fragmenten uit Powells rede zouden, zonder er ook maar iets aan toe te voegen, gebruikt kunnen worden als reclamespotjes voor de verkiezingscampagne van Dole.

Niet toevallig was Powell de eer te beurt gevallen om de belangrijke slottoespraak van de eerste dag te houden. Dole wil graag laten zien dat zijn partij, zoals hij vaak zegt, 'een grote tent' is waarin plaats is voor verschillende opvattingen. Volgens veel vooraanstaande Republikeinen had de conventie van 1992, in Houston, bij kiezers de indruk achtergelaten dat rechts-christelijke groepen de partij domineerden. Vooral de toespraak van Pat Buchanan, die een culturele oorlog om de ziel van Amerika voorspelde, zou daar schuldig aan zijn geweest. Een herhaling van 'Houston' moest dit jaar daarom tot elke prijs voorkomen worden. Om een kans te maken bij de presidentsverkiezingen van 5 november heeft Dole ook gematigde kiezers nodig, en als het even kan ook Democraten.

Buchanan kreeg dan ook niet de mogelijkheid om de conventie toe te spreken, ook al had hij gisterochtend zijn steun uitgesproken voor Dole en diens running mate Kemp. De sprekers moesten gisteren juist de nadruk leggen op het menselijke gezicht van de Republikeinse partij. Niet de in het land zeer onpopulaire voorzitter Newt Gingrich van het Huis van Afgevaardigden voerde het woord, maar een reeks gewone Amerikanen spraken in videofilmpjes over hun dagelijks leven, hun angsten en hun hoop. De seropositieve vrouw die op de conventie van 1992 zoveel indruk had gemaakt met haar openhartige toespraak over aids, Mary Fisher, was nu vergezeld van een twaalfjarig, eveneens seropositief meisje. De grote blonde vrouw in het zwart en het kleine zwarte meisje in het wit spraken de duizenden Republikeinen nuchter toe. “Ik ben de toekomst en ik heb aids”, zei het meisje.

Maar uit het partijprogramma dat gisteren is aangenomen sprak een andere geest. Daarin roepen de Republikeinen op tot een amendement op de grondwet waarin abortus wordt verboden, ook als het leven van de moeder gevaar loopt of de zwangerschap het gevolg is van verkrachting of incest. De partij wijst positieve discriminatie af. Illegale immigranten en hun kinderen zouden geen beroep meer mogen doen op overheidsvoorzieningen, zoals onderwijs. Op het beginsel dat iedereen die in de VS wordt geboren automatisch de Amerikaanse nationaliteit krijgt, wil de partij een uitzondering maken voor de kinderen van illegalen en buitenlanders die slechts kort in het land verblijven. Discriminatie vanwege geslacht, ras, leeftijd, geloof of land van herkomst is bij de wet verboden, en naleving van die wet moet worden afgedwongen, aldus het programma. Maar discriminatie op grond van 'seksuele voorkeur' mag wel.

Het probleem van de Republikeinse partij is dat de actiefste leden vooral te vinden zijn in de conservatief-christelijke vleugel. Bezield en overtuigd van hun zaak, goed georganiseerd en langzamerhand ook bedreven in het politieke spel, hebben zij een grote invloed in de partij, ook al vertegenwoordigen ze niet de meerderheid van de Republikeinse kiezers. In de commissie die het partijprogramma opstelde waren ze zo sterk vertegenwoordigd, dat zelfs Dole maar weinig invloed had op de uitkomst. Dit voorjaar had de presidentskandidaat nog verzekerd dat het hoofdstukje over abortus een verklaring zou bevatten dat de partijgenoten die vóór het recht op abortus zijn toch getolereerd worden - maar dat plan moest hij vorige week inslikken.

Dit weekeinde nam Dole afstand van het programma, hij had het nog niet gelezen en achtte zich er hoe dan ook niet aan gebonden. Gary Bauer, vooraanstaand lobbyist van christelijk-rechts: “Bob Dole is een trotse man. Dit is zijn manier om het ons betaald te zetten.” Maar inmiddels hebben ook Newt Gingrich, partijvoorzitter Haley Barbour en Jack Kemp afstand genomen van het programma. In de Amerikaanse politiek worden verkiezingsprogramma's niet opgevat als bindende voorschriften, erkent Bauer. Maar hij is ervan overtuigd dat Dole, als hij president wordt, zich wel zal voegen. Maar Dole weet dat een president de ene vleugel van zijn partij op papier een heel eind tegemoet kan komen, zonder de andere van zich te vervreemden. Althans, Reagan kon dat.