Portugese democraat Spínola overleden

MADRID, 13 AUG. In een militair hospitaal in Lissabon is vanmorgen vroeg maarschalk António de Spínola overleden, Portugals eerste president na het herstel van de democratie in 1974.

De maarschalk, een van de meest kenmerkende gezichten van de Portugese Anjerrevolutie, leed al geruime tijd aan een slepende longziekte. Hij werd 86 jaar.

Met zijn karakteristieke monocle, lederen handschoenen en rijzweepje leek António de Spínola nog het meest op het archetype van een militair uit het Interbellum, rechtstreeks weggelopen uit een aflevering van Kuifje. Hij vormde een fel contrast met de jonge, vaak marxistische legerofficieren die in 1974 de vreedzame coup beraamden waardoor de vermolmde dictatuur in Portugal omver werd geworpen. Maar juist door zijn kredietwaardigheid als democratisch - maar conservatief - militair, groeide Spínola uit tot een van de hoofdrolspelers in de roerige periode direct na de Anjerrevolutie.

De toenmalige generaal bleek de aangewezen persoon om dreigende chaos en anarchie te voorkomen, nadat de dictatoriale regering van premier Marcelo Caetano was afgetreden. Spínola stond aan het hoofd van de militaire junta die het bewind op 25 april 1974 overnam, drie weken later werd hij tot president uitgeroepen. Hij stelde onmiddellijk persvrijheid in en beloofde op korte termijn vrije verkiezingen.

In het tijdelijke kabinet dat werd ingesteld hadden naast liberale ministers ook de socialist Mário Soares en de communist Alvaro Cunhal zitting. Dat ging de leiders van de militaire coup, verenigd in de Beweging der Strijdkrachten, echter niet ver genoeg: al in juli werd het eerste kabinet gereorganiseerd en voorzien van een duidelijk linkser profiel. Spínola kon zich daarmee uiteindelijk niet verenigen en trad na diverse aanvaringen met communistische ministers eind september af als president.

Hoewel de politiek van ontmanteling van het Portugese koloniale rijk voor Spínola's reden was te vertrekken, was hij een uitgesproken voorstander van het beëindigen van Portugals slepende oorlogen in Angola, Mozambique en Guinee-Bissau. In 1973 was hij door het regime ontslagen als gouverneur en opperbevelhebber in Guinee-Bissau, na het schrijven van een pleidooi voor het stopzetten van de koloniale oorlogen en het oprichten van een federatie met de Portugese koloniën.

Na zijn aftreden als president moest Spínola enige tijd Portugal ontvluchten, nadat hij was beschuldigd van een nieuwe couppoging tegen het zittende kabinet. Nadat hij in 1976 terugkeerde naar zijn vaderland speelde hij geen actieve rol meer in de Portugese politiek.

    • Steven Adolf