Nicotine-leugen achterhaalt tabaksindustrie

NEW YORK, 13 AUG. Decennia lang konden tabaksfabrikanten er op vertrouwen dat ze de processen die rokers tegen hen aanspanden zeker zouden winnen. Sinds afgelopen vrijdag is aan die relatieve zekerheid een abrupt einde gekomen en is de industrie in rep en roer. Het echtpaar Carter in Florida won een proces tegen Brown & Williamson, een van Amerika's tabaksgiganten. De uitspraak kan verstrekkende gevolgen hebben.

Er lopen voortdurend zaken tegen tabaksfabrikanten, enkele honderden al sinds 1954. In 1990 was een jury in Mississippi van mening dat sigaretten de oorzaak waren van de dood van een roker. Ze meende echter tegelijkertijd dat ook de roker fout was zodat er geen schadevergoedingen of compensatie werd toegekend.

De zaak die nu het nauwst gevolgd zal worden is Yvonne Rogers versus vier Amerikaanse tabaksbedrijven in Indiana. Haar echtgenoot, die inmiddels is overleden, rookte van zijn vijfde tot tweeënvijftigste jaar. Het eerste proces is geëindigd in een overwinning voor de industrie; de jury kwam voor een veroordeling één stem tekort. “Maar de heersende mening, zoals die wordt vertolkt in het stemgedrag van jury's, is in beweging”, aldus Michael Perschuk, anti-rookactivist en directeur van het Advocacy Institute in Washington. Cruciaal in de overwegingen van de juryleden in de zaak-Carter was dat de laatste jaren documenten van tabaksbedrijven naar buiten zijn gekomen waarin onderzoekers erkennen dat nicotine verslavend is. In andere stukken staat dat tabaksfabrikanten “aan nicotinebezorging doen”.

Desondanks verklaarden de topmannen van de industrie in voorjaar 1994 dat nicotine niet verslavend is en alleen wegens de smaak uit sigaretten wordt verwijderd.

De jury in Florida kende het echtpaar Grady en Mildred Carter vrijdag echter 750.000 dollar toe. Carter heeft kanker en bij hem is een deel van zijn long verwijderd. In 1991, toen de kanker werd geconstateerd, hield hij pas op met roken. Carter erkende in het proces dat hij wist dat roken slecht was maar hij zei verslaafd te zijn.

De schrik zit er nu goed in bij de tabaksindustrie. Omdat de uitspraak van vrijdag in relatie staat tot andere lopende processen waarin de tabaksindustrie verzeild is, geven bedrijven geen commentaar. Philip Morris gaf wel een verklaring uit waarin het de Carter-uitspraak een 'aberratie' noemt. Het bedrijf spreekt van 'positieve ontwikkelingen' die zich de laatste tijd voordoen en noemt dan enkele voorbeelden van voor de industrie gunstige uitspraken.

Maar de gebeurtenissen tijdens het proces schetsen geen gunstig beeld van de tabaksindustrie. De verdediging van het echtpaar-Carter kwam met documenten waarin het hoofd onderzoek van Brown & Williamson verklaarde dat zijn bazen logen toen ze in hoorzittingen voor het Congres volhielden dat nicotine niet verslavend is.

De perceptie bij een groter deel van het publiek is nu dat tabaksbedrijven al decennia lang weten dat roken verslavend is maar dat uiteraard niet willen erkennen. Beleggers moeten snel besluiten of Carter versus Brown & Williamson een 'aberratie' was of een keerpunt. Vooralsnog wachten ze af.

Paniekverkopen van tabaksaandelen deden vrijdagmiddag een siddering door Wall Street gaan, maar gisteren herstelde Philip Morris zich, bleef RJR Nabisco nagenoeg op hetzelfde peil en hielden ook de in New York genoteerde aandelen van het Britse BAT Industries, moederbedrijf van Brown & Williamson, goed stand. De koers van BAT in London kreeg wel een klap en dook 9 procent omlaag.

Er zijn dus in de VS nog geen zware verliezen geleden en de tastbare winst van het echtpaar Carter is bescheiden. Brown & Williamson gaat vast en zeker in hoger beroep. Mogelijk wordt de uitspraak dan nietig verklaard. Desondanks is de zaak-Carter een morele klap omdat het in veertig jaar procesvoering in de VS pas de tweede keer is dat een roker wint van de tabaksindustrie.

Rose Cipollone spande in 1988 een zaak aan tegen de tabaksindustrie omdat zij ongeneeslijk ziek was. Volgens Cipollone kwam dat door jarenlang roken. Cipollone kreeg 400.000 dollar schadevergoeding toegekend maar de industrie ging in hoger beroep. Uiteindelijk werd de zaak in 1993 afgeblazen omdat advocaten van de familie Cipollone geen nieuwe perspectieven op de zaak meer zagen. Rose zelf was intussen overleden.

    • Lucas Ligtenberg