NedCar gelooft niet in breuk met Mitsubishi

ROTTERDAM, 13 AUG. Het is nog maar nauwelijks twee maanden geleden dat de voltallige raad van bestuur van NedCar - voorzitter Sevenstern, de Zweed Germundsson en de Japanner Takehara - werd vervangen. Dit driemanschap werd opgevolgd door, in de woorden van de Industriebond FNV, “twee produktieboeren die beter beantwoorden aan de ambities van de onderneming om een van de beste autofabrieken van Europa te worden”.

Het managementteam dat het opgestapte bestuur verving staat onder leiding van de Vlaming Chr. Dewulf, voormalig algemeen directeur van Volvo Cars Europe Industry in Gent, waar de Volvo 850 wordt gemaakt.

Dewulf, wiens fabriek in Gent onlangs tot 'beste Europese autofabriek' werd uitgeroepen, wordt omschreven als een “uitstekende produktieman”. Naast Dewulf kwam de Japanner M. Arinishi van Mitsubishi als vice-president, belast met 'de coördinatie van kernactiviteiten'.

De eerste inventarisatie bij NedCar door het nieuwe managementteam moet ontgoochelend zijn geweest. Anders valt moeilijk te verklaren dat K. Sato, directeur van Mitsubishi Motors Europa, amper twee maanden na het aantreden van de nieuwe leiding verklaarde dat Mitsubishi een breuk met NedCar overweegt als de problemen bij de produktie van de nieuwe Carisma niet snel worden opgelost.

Als alternatieven voor produktie in Born noemde Sato overheveling van de personenautoproduktie naar Mitsubishi's bedrijfswagenfabriek in Portugal of zelfs het bouwen van een geheel nieuwe fabriek in Oekraïne, waar de loonkosten lager zijn.

Erg reëel zijn die dreigementen niet. Want Mitsubishi zou in die gevallen met exact dezelfde problemen worden geconfronteerd die tot stagnering van de produktie in Born hebben geleid.

Cultuurverschillen met Europeanen en een grote kloof tussen de theorie van het opleidingsprogramma - dat 4.300 van de 6.000 NedCar-werknemers gedeeltelijk in Japan volgden - en de harde praktijk van het werkelijke produktieproces hebben er volgens Dewulf toe bijgedragen dat dit jaar hooguit 143.000 auto's in Born van de band rollen in plaats van de geplande 163.000 Mitsubishi's en Volvo's.

“We nemen de klachten van Mitsubishi beslist serieus. Een ontevreden klant is dodelijk bij de uitvoering van het ambitieuze programma waarmee we bezig zijn”, sust Dewulf de commotie. “Maar we hebben er alle vertrouwen in dat we volgend jaar al dicht bij het geplande produktiedoel van 200.000 auto's zitten en dat we de jaren daarna de produktie nog kunnen uitbreiden naar 260.000 à 280.000 auto's.” Welk effect de huidige vertraging heeft op de financiële resultaten van NedCar valt volgens Dewulf op dit moment moeilijk te becijferen.

Bij partner Volvo begrijpt men de klachten van Mitsubishi niet helemaal. Ook Volvo uitte eerder zijn onvrede over de aanloopproblemen bij NedCar, maar constateert op dit moment geen onoverkomelijke problemen.

De Nederlandse verkoopmaatschappij heeft al 5.500 Volvo's van de in Limburg geproduceerde typen S 40 en V 40 verkocht. “We hadden gepland er dit jaar 6.000 te verkopen. Dus liggen we op schema. Het is lastig voor onze dealers onmiddellijk te leveren, maar hoofdpijn, wat Mitsubishi zegt te krijgen van de trage leveringen, hebben wij beslist niet”, zegt R. Mellaard, woordvoerder van Volvo Nederland.

Vrees dat Mitsubishi zich uit Nederland zal terugtrekken heeft Volvo niet. Volgens de Zweden is er met een totale investering van 3,4 miljard gulden in de nieuwe fabriek van NedCar “iets fenomenaals” tot stand gekomen in Limburg.

Niet bekend

Volvo zegt overigens meer last van NedCars produktieproblemen te hebben dan Mitsubishi. De nieuwe Volvo-modellen verkopen beter dan de Mitsubishi Carisma, die in Born uitsluitend wordt geproduceerd voor de Europese markt. Bij wijze van proef is Mitsubishi van plan een beperkt aantal in Born gemaakte Carisma's ook op de thuismarkt in Japan uit te brengen.

Dewulf vermoedt dat de Japanners met hun kritiek druk proberen uit te oefenen op NedCar om de produktie snel te perfectioneren. Net als de Zweden gelooft hij niet in een breuk met Mitsubishi. “We doen er alles aan zo snel mogelijk op het beoogde produktieschema te zitten”, zegt Dewulf.

Het bedrijf heeft vele honderden tijdelijke arbeidskrachten ingeschakeld en er wordt in tweeploegendiensten gewerkt. Met de vakbonden wordt onderhandeld om van de zaterdag een vaste werkdag te maken; nu wordt op zaterdagen structureel overgewerkt.

Dewulf: “We hebben in de aanloop wat te veel hooi op de vork genomen. Als produktieman weet ik dat dit bij de bouw van een totaal nieuwe fabriek in de autoindustrie niet ongebruikelijk is.”

    • Marc Serné