MATHIEU SMEDTS 1913-1996; Katholiek, socialist, vermaard journalist

Op 11 augustus is de journalist Mathieu Smedts op 83-jarige leeftijd overleden. Smedts die afkomstig was uit een katholiek gezin uit de Brabantse Peel en aanvankelijk priester wilde worden, werkte achtereenvolgens voor Britse en Zwitserse persbureaus en na de oorlog bij het toen nog katholieke dagblad de Volkskrant, weer later bij Vrij Nederland.

Van dit weekblad was hij veertien jaar lang hoofdredacteur totdat hij die functie in 1969 om gezondheids- en vermoeidheidsredenen moest neerleggen.

Volgens een van zijn oud-collega's is Smedts de man geweest die als katholiek en socialist kort nadat het Nederlandse episcopaat in 1954 het katholieke volksdeel de anti-socialistische duimschroeven aan probeerde te zetten, van Vrij Nederland een onafhankelijk, kritisch en links-progressief blad heeft weten te maken. De oplage van Vrij Nederland onderging onder zijn leiding een formidabele stijging.

Heel onafhankelijke ideen koesterden Smedts en zijn redactie over de Nederlandse politiek ten opzichte van Indonesië en over tal van binnenlandse sociale en politieke onderwerpen. Bovendien werden er onder Smedts' leiding in journalistiek opzicht heel wat rekeningen vereffend met mensen en instellingen die gedurende de oorlog, waarin Smedts zelf bijzonder gevaarlijk verzetswerk had verricht, niet zuiver op de graad waren geweest. Vrij Nederland stond in de jaren dat Smedts hoofdredacteur was ongewoon kritisch tegenover de Partij van de Arbeid. Die houding - aldus een van Smedts' vele trouwe vrienden - was in de periode waarin de 'koude oorlog' nog volop woedde, niet alleen moedig maar ook origineel.

Dat een man als Smedts als katholiek goed kon aarden in het journalistieke milieu van een blad als Vrij Nederland, werd aanvankelijk als een soort godswonder gezien. De hoofdredacteur meende echter - en had zich daar voor de oorlog al over uitgelaten - dat juist een katholiek zich “niet uiterlijk zichtbaar, maar innerlijk bewegend” goed aan de journalistiek dienstbaar kon maken door het natuurlijke in dienst van het bovennatuurlijke te stellen.

Toen in 1954 de Nederlandse bisschoppen met hun 'Mandement' tegen alles wat socialistisch was of daarnaar zweemde kwamen, liet Smedts die toen nog correspondent van de Volkskrant in Londen was, het er niet bij zitten, maar ging de 'rode katholiek' net als in de oorlog, opnieuw in het verzet. Kort daarop werd hij gevraagd als hoofdredacteur van Vrij Nederland als opvolger van Johan Winkler en de vermaarde H.M. van Randwijk. In een eerste artikel na zijn benoeming maakte hij zo ongeveer duidelijk hoe hij zijn persoonlijke verbond tussen katholicisme en socialisme beleefde. Voor hem was het christendom niet zozeer een weg naar eeuwig leven, maar moest het dienen als zuurdesem in het sociale en politieke leven.

Smedts pad bij Vrij Nederland is niet altijd over rozen gegaan. In 1968 ontstonden er grote controverses binnen de redactie over zijn stijl van leiding geven. Nadat het gevaar van ontslagname door een groot deel van de redactie was afgewend en de tegenstellingen min of meer waren opgelost, nam de hoofdredacteur het jaar daarop om gezondheidsredenen ontslag. Hij vestigde zich in Zuid-Frankrijk maar bleef als 'Janus', zijn nom de plume nog vele jaren zijn 'zakboek van een twijfelaar' schrijven. Bovendien behield hij een goede band met de redactie van Vrij Nederland.

Enkele jaren geleden keerde Smedts terug naar Nederland en ging hij opnieuw in Amsterdam wonen. Daar overleed hij jongstleden zondag. De overledene, deze vermaarde journalist uit de eerste kwart eeuw na 1945, laat drie dochters na.