Leuke meid, leuke vader, leuke moeder

Het was in Bretagne. We waren neergestreken bij camping 'La ferme' en hadden de tent neergezet aan de rand van een enorm weiland. Omdat het sheltertje geen plaats bood aan rugzak en wandelschoenen stonden deze keurig voor de luifel.

Natuurlijk viel dit Beatrice op. Beatrice was de dochter van de boer en ze was een fervent wandelaarster. Enkele dagen per week trok ze er, samen met een paar vrienden, op uit. Haar rugzak volgestouwd met medicijndoos, vogelgids, natuurboeken, slangebeetsetje, kompas en wat al niet meer. Je zag haar gaan, gewapend met een lange stok om zich een weg te banen door het struikgewas dat over de smalle paden woekerde omdat hier nooit iemand liep.

Op een dag nodigde ze ons uit om met haar en haar vrienden mee te wandelen. En natuurlijk maakten we graag gebruik van deze uitnodiging, want wat is leuker dan meewandelen met een leuke meid die de hele streek op haar duimpje kent. We hadden echter geen tijd meer om inkopen te doen, hetgeen betekende dat we niets te eten konden meenemen, want ook etenswaren konden we in onze minitent niet bewaren.

Nadat we uren en uren gelopen hadden kregen we enorme trek en alleen al het feit dat we helemaal niets te eten bij ons hadden zorgde voor een echt hongergevoel.

Het zal ongeveer één uur geweest zijn toen Beatrice een prachtige plek uitzocht om te rusten. We lagen net in het gras te luieren en daar hoorden we het geluid van een motor, iets dat heel vreemd was in dit uitgestorven gebied. Het was een Renault-4, en eruit stapte de vader van Beatrice. Hij opende de achterklep en daar stond het: allemaal eten. Aardewerk schalen met salades, manden met donkerbruin brood, kazen, ham, kistjes met aardbeien, allerlei andere vruchten, taarten, diezelfde ochtend nog door de boerin gebakken, en om te drinken was er ijskoude cider. Er werd een kleed in het gras gelegd, borden en bestek waren snel rondgedeeld en we vielen aan. Nu lijkt het of we uren hebben zitten eten.

De zon scheen, de vogels floten, het voedsel was heerlijk en de cider maakte de tongen zo los dat we, voor het eerst, hele verhalen vertelden aan onze Franse vrienden, in het Frans.

De boer gunde zich geen tijd om mee te eten want het was hoogzomer en het werk op de boerderij wachtte niet. Hij reed, nadat hij ons allemaal 'bon appetit' had gewenst snel terug naar huis.

De vuile vaat, de lege kistjes en manden, en de weinige restjes werden door ons verzameld en onder een boom neergezet. Vader zou een paar uurtjes later weer langs rijden en de spullen inladen, die hij daarna aan moeder zou overhandigen zodat zij zich ervan kon overtuigen dat ook deze pique-nique alle eer was aangedaan.