Hossende kroonprins is een verademing na zakelijke jaren

Het uitbundige gedrag van kroonprins Willem-Alexander op de Olympische Spelen in Atlanta heeft veel kritiek uitgelokt. Feestelijk hossen zou een troonopvolger niet passen. Dat valt nog te bezien, vindt Kees Versteegh. Na het zakelijke perfectionisme van Beatrix kan de vrolijkheid van Willem-Alexander de band tussen burger en koningshuis juist verstevigen.

De rust rond Willem-Alexander van Oranje is enigszins weergekeerd. Trok de kroonprins drie weken lang een spoor van kussen, omhelzingen en vreugdedansen over de Olympische velden van Atlanta, vorige week hield de beschermheer van het Nederlands Olympisch Comité zich op de achtergrond bij de inhuldiging van de medaillewinnaars in Den Haag. Zonder veel media-aandacht opende hij vlak voor zijn vertrek naar Nederland het tehuis in Warm Springs, Georgia, waar meer dan honderd Nederlandse atleten zich voorbereiden op de Paralympics, de Olympische Spelen voor gehandicapte sporters.

Staatssecretaris Terpstra was er bij. De bewindsvrouwe voor sport ontpopte zich in Amerika als een ware pr-vrouw voor de prins. Ook in Warm Springs was ze enthousiast over het kroonprinselijk optreden. Het betoog van Willem-Alexander om de Paralympics evenveel status en aandacht te geven als de Olympische spelen had haar hart gestolen. “Hij heeft met de Nederlandse ploeg in Atlanta staan dollen”, aldus de staatssecretaris, “maar met zijn rede hier in Warm Springs liet hij zich van de andere kant zien. Hier stond een echte koning.”

Dat laatste hadden nog maar weinigen bedacht. Integendeel, de overmaat aan discussie in de media over het uitbundig gedrag van de prins in Atlanta wekte eerder de indruk dat Nederland nog lange tijd nodig heeft om te wennen aan de stijl van de troonopvolger, als dat al lukken zal. De meeste perscommentaren op de 'aanstellerij van prins carnaval' met pet op het hoofd, champagnefles in de hand en korte broek rond het middel, waren afwijzend.

Het hoofdartikel van deze krant van afgelopen vrijdag toonde zich kritisch over het feit dat de kroonprins met zijn gedrag een discussie over de koninklijke waardigheid had opgeroepen. Elsevier leek te suggereren dat de monarchie na een troonsopvolging op instorten staat. Het weekblad beschreef Alexanders voorkeur voor de korte pantalon als een “daad van ontbinding”. Alsof de bermuda alsnog zou kunnen bewerkstelligen wat republikeinse sans culottes nooit is gelukt. En zelfs de roddelbladen - toch meestal trouwe Oranjefans - bleken de protocollaire vergrijpen van de prins zwaar op de maag te zijn gevallen.

Dat de eerste troonopvolger van het huis van Oranje een imagoprobleem heeft is al langer duidelijk. De negatieve commentaren op de voorliefde van Willem-Alexander voor de duik-, race- en vliegsport, de talloze toespelingen op zijn indrukwekkende lichamelijke omvang, ze zijn allemaal niet van vandaag of gisteren. Een wetenschappelijk bedoeld werk over de geschiedenis van het Nederlandse koningshuis van de hand van de historicus Joris Abeling, begon dan ook met de stelling dat “een periode van weinig verrassende middelmaat in het verschiet ligt”. Immers: “De troonopvolger is een voormalig corpslid met de culturele bagage van de gemiddelde Boeing-piloot, een even minzame als nietszeggende jongeman, wiens grootste interesse [...] het besturen van sportvliegtuigen is.”

Even aangenomen dat deze observatie de kroonprins (en Boeing-piloten) recht doet, is het de vraag of dit allemaal zo erg is. Het is een hardnekkig misverstand dat de aanwezigheid van culturele bagage en/of intellectuele diepgang noodzakelijke kwalificaties vormen voor een succesvolle uitoefening van het ambt van staatshoofd. Ronald Reagan heeft in de jaren tachtig nog eens overtuigend het ongelijk van die stelling aangetoond. De voormalige filmacteur moest jarenlang vernemen dat hij geen verstand van ballet had. Inmiddels geldt hij als de meest invloedrijke president van de laatste twintig jaar omdat hij de Amerikaanse democratie, aangeslagen door het debacle van Vietnam en het schandaal van Watergate, nieuw zelfvertrouwen schonk.

Het grootste probleem van de Nederlandse democratie lijkt te zijn dat het landsbestuur steeds ondoorzichtiger wordt en de politiek technocratischer. Dat ontneemt grote delen van de bevolking de mogelijkheid om zich met datzelfde landsbestuur te identificeren. In het parlement zijn de onderste lagen nauwelijks vertegenwoordigd. De taal die in Den Haag wordt gebezigd is niet meer de hunne. Met hun belangen wordt steeds minder rekening gehouden.

De kroonprins moet voorkomen dat met al te opzichtig gedrag discussies over zijn persoon ontstaan, zoals het hoofdartikel van deze krant terecht stelde. Toch zou op den duur een emotionelere inkleuring van het koningschap, waarvan Willem-Alexander in Atlanta een voorproefje gaf, een nieuwe brug kunnen slaan tussen volk en bestuur. Lijfelijke aanwezigheid bij grote sportevenementen en andere volksfeesten kan soms meer aanhankelijkheid wekken dan recepties achteraf met thee en spa-water op Huis ten Bosch. Het denkend deel der natie, dat zich nu thuis voelt bij de intellectuele maar tevens vrij zakelijke en wat emotieloze uitstraling van de huidige vorstin, zal zo'n benadering wellicht afwijzen. Maar als de belangen en de taal van gewone mensen steeds minder tot de top van de democratie doordringen, kan het geen kwaad als hun emoties daar wel een plek vinden.

Er is nog een andere reden om Willem-Alexanders gedrag niet meteen af te doen als een gevaar voor de monarchie. Als de voortekenen niet bedriegen zal de politieke omgeving waarin dit instituut de laatste eeuw heeft gefunctioneerd, de komende decennia aanzienlijk veranderen. Indien de liberale opmars voortgaat, is het aannemelijk dat de monarchie op haar laatste restjes politieke invloed moet interen. De liberale leider Bolkestein heeft zich enkele keren kritisch uitgelaten over de politieke interventies van de majesteit tijdens bijvoorbeeld kabinetsformaties. Met zijn afstandelijke houding tegenover de monarchie staat hij in een negentiende-eeuwse liberale traditie.

Een en ander zal het instituut monarchie nopen tot een herbezinning op zijn functie: minder politiek en bestuurlijk, meer ceremonieel en ritueel. Willem-Alexanders a-politieke instelling past bij zo'n functieverandering. Zijn goede verhouding met vrolijke liberalen als Hans Dijkstal, Erica Terpstra en Annemarie Jorritsma - nogal eens genoemd als mogelijk opvolgster van Bolkestein - is daarbij alleen maar meegenomen.

Mits intelligent uitgevoerd, kan de aanpak van de kroonprins op termijn een versterking betekenen van de rol die de monarchie volgens sir Walter Bagehot, een negentiende-eeuws Brits theoreticus van de monarchie, altijd heeft gehad: een instrument om met rituelen 'de eenvoudigen van geest' bij het landsbestuur te betrekken. “Een koninklijke familie [...] voegt irrelevante zaken toe aan het regeringswerk”, schreef Bagehot, “maar het zijn zaken die tot de harten van de mensen spreken en die hun gedachten bezighouden”.

Afgaande op de uitslag van twee recente opinieonderzoeken kan Willem-Alexander door naar de volgende ronde. NIPO-onderzoek onder negenhonderd personen wees uit dat een overgrote meerderheid (81 procent) enthousiast was over het kroonprinselijk optreden in Atlanta. Een onderzoek van de Telegraaf - altijd een nuttige graadmeter van het Oranje-gevoel - leverde afgelopen zaterdag een zelfde beeld op. De meesten van de meer dan duizend inzenders waren enthousiast, een enkeling toonde zich zelfs ontroerd door het 'spontane' gedrag van de troonopvolger. Een minderheid zag in het gedrag van Willem-Alexander een bedreiging voor de waardigheid van de monarchie.

Natuurlijk vormt een emotionelere aanpak van het koningschap geen vrijbrief voor koninklijke lach- en huilshows. Dat Willem-Alexander qua stilering het nodige bij kan leren, heeft hij ginds genoegzaam gedemonstreerd. Het gekus en gehos had veel weg van een zoon die even aan moeders regiem is ontsnapt en bovendien de matigende invloed van een aanwezige vriendin moet missen. Overigens is de vraag waarover dat meer vertelt: over het karakter van de 29-jarige prins of over het klimaat aan moeders theetafel. De geruchten over botsingen tussen koningin en kroonprins over vraagstukken van liefde en levenstijl zijn te hardnekkig om helemaal te negeren. Koninklijke paleizen zijn nooit ideale opvoedingsplaatsen geweest, merkte de eerder genoemde Bagehot al op.

De kroonprins heeft nog flink de tijd om aan zijn openbare optredens te werken. In het tijdperk-Beatrix kan het volk nog volop genieten van een uiterst professioneel opererende vorstin. Juist dat kan echter de geesten rijp maken voor een overgang naar een ander type monarchie. Zelfs op perfectie raakt een mens ooit uitgekeken.

    • Kees Versteegh
    • Kees Versteegh is redacteur van NRC HANDELSBLAD