Gerechtelijk lab

Het artikel 'Gerechtelijk lab Rijswijk kan de drukte niet aan' (2 augustus) vereist enig commentaar. Het is te prijzen dat Justitie de werkwijze van dit laboratorium heeft laten onderzoeken door het Verwey-Jonker Instituut. Opvolging van het advies om relatief eenvoudige onderzoeken door de technische recherche te laten uitvoeren dient echter tot iedere prijs te worden voorkomen.

Ook voor eenvoudig onderzoek is specifieke laboratoriumdeskundigheid vereist. Als dit advies zou worden opgevolgd zou een even ongewenste situatie kunnen ontstaan als thans bij het screenen op drugsgebruik in penitentiaire inrichtingen door niet-gekwalificeerd personeel. Met name de professionele interpretatie van de testresultaten blijft dan achterwege, hetgeen de rechtsgang nadelig kan beïnvloeden.

Vervolgens dient een kritische opmerking te worden gemaakt bij de opmerking van laboratoriummanager W. Neuteboom “dat een bloed-alcoholbepaling bij andere laboratoria 300 gulden kost”. Dit is onjuist. Ieder klinisch-chemisch en klinisch-toxicologisch ziekenhuislaboratorium is in staat alcohol in bloed te bepalen met een kwaliteit die zeker niet onderdoet voor die van 'Rijswijk' en dat gebeurt ook veelvuldig ten behoeve van de diagnostiek en behandeling van geïntoxiceerde patiënten. De kosten van een klinische alcoholbepaling bedragen volgens het geldende tariefsysteem 25,50 gulden, waarbij inbegrepen de kosten van afname en transport van circa 15 gulden. In tegenstelling tot in het Gerechtelijk lab wordt voor dit tarief ook een spoedanalyse in de nacht en het weekeinde uitgevoerd.

De genoemde prijs van 7,50 gulden in Rijswijk is geflatteerd omdat hierbij niet de kosten van afname door een arts zijn inbegrepen, die een veelvoud van de analysekosten bedragen.

Met andere woorden, een ziekenhuislaboratorium kan goedkoper en even goed bloed-alcohol bepalen in vergelijking tot het Gerechtelijk lab.