Eigen budget patiënt leidt tot lange wachtlijst

ROTTERDAM, 13 AUG. Het vorig jaar ingevoerde 'persoonsgebonden budget' voor hulpbehoevenden is zo'n succes dat het leidt tot lange wachtlijsten. De 127 miljoen die staatssecretaris Terpstra (Volksgezondheid) er dit jaar voor heeft gereserveerd blijkt veel te weinig om in de vraag te voorzien.

Bij voornoemd budget krijgen hulpbehoevenden geld waarmee ze zelf kunnen beslissen welke instantie hun de verpleging, verzorging of huishoudelijke hulp mag leveren. Dat kunnen ook particuliere bureaus zijn. Het geld wordt uitgekeerd door regionale zorgverzekeraars. De meeste hulpbehoevenden zijn nu nog afhankelijk van de gesubsidieerde hulp van de grote, reguliere zorginstellingen.

In Enschede, Arnhem, Nijmegen, Tilburg, Zwolle en Den Haag zijn de zorgverzekeraars nu al door het geld voor dit jaar heen. In Arnhem staan 192 mensen op de wachtlijst voor thuiszorg, in Enschede “meer dan honderd”, in Den Haag en Tilburg 31, in Nijmegen “enkele tientallen”.

Voor het persoonsgebonden budget voor verstandelijk gehandicapten hebben zorgverzekeraars in Enschede en Rotterdam een wachtlijst met ongeveer honderd aanvragers. Zorgverzekeraars in Leiden, Nijmegen, Middelburg, Utrecht en Amsterdam verwachten dat ze binnenkort overvraagd zullen worden. Tot nu toe zijn ongeveer 4.000 persoonlijke budgetten aangevraagd. In totaal gaat in de thuiszorg jaarlijks ruim drie miljard gulden om, in de zorg voor verstandelijk gehandicapten ongeveer vijf miljard.

Het persoonsgebonden budget werd op 1 juli vorig jaar landelijk ingevoerd voor mensen die langer dan drie maanden thuiszorg nodig hebben, en op 1 januari dit jaar voor zorg aan verstandelijk gehandicapten. Van te voren is afgesproken dat dit jaar niet meer dan 127 miljoen mocht worden uitgegeven. Voor thuiszorg werd 85 miljoen gereserveerd, voor verstandelijk gehandicapten 42,5. Het kabinet vreesde dat de regeling anders uitmondt in een 'open einde-financiering'.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waren de wachtlijsten voorzien, maar heeft het ministerie besloten ze op de koop toe te nemen. “We hebben ons afgevraagd of we moesten wachten tot de regeling perfect was of beginnen met een bescheiden budget. We hebben gekozen voor het laatste.” Als een evaluatie in 1998 positief uitvalt, zal het persoonsgebonden budget op grote schaal worden ingevoerd.

De grote vraag heeft vermoedelijk te maken met de voordelen van zo'n budget voor hulpbehoevenden. Met een eigen budget hebben zij vrijheid in de keuze van hulp en hulpverlener. Ook hebben ze meer te zeggen over de hulpverleners, omdat ze zelf optreden als werkgever.

Pagina 3: Wachten op geld duurt soms lang

De spanning tussen vraag en aanbod is niet overal even groot. Zorgverzekeraars in Leeuwarden, Leiden, Amsterdam en Utrecht hebben geen wachtlijst voor het persoonsgebonden budget voor thuiszorg. Zilveren Kruis in Rotterdam heeft zelfs nog maar de helft van het budget uitgegeven. “We weten niet hoe dat komt”, aldus een woordvoerder. “We gaan er meer bekendheid aan geven.”

Alleen mensen die meer dan drie maanden hulp nodig hebben, hebben recht op een eigen budget. Ze kunnen een aanvraag indienen bij een zorgverzekeraar, waarna een verpleegkundige beoordeelt hoeveel hulp ze nodig hebben. Als hun aanvraag wordt gehonoreerd krijgen ze een deel van het bedrag (maximaal 200 gulden per maand) direct in handen. De uitkering van het overige geld gaat via een 'Vereniging van budgethouders', die controleert of het geld verantwoord wordt besteed.

Behalve met de grote vraag kampen de verstrekkers van het persoonsgebonden budget met aanloopproblemen door de snelle invoering van de regeling. Het duurt soms lang voor mensen het hun toegekende geld krijgen, bijvoorbeeld doordat ze fouten maken in de ingewikkelde aanvraagprocedure. Ook beseffen veel mensen niet dat ze als houder van een persoonsgebonden budget zelf werkgever zijn, dus sociale premies moeten afdragen. G. Dijkstra van Oostnederland Zorgverzekeraar: “De cliënt moet een correct arbeidscontract opstellen en rekening houden met afdracht sociale verzekeringen. Als voor huishoudelijke hulp een bedrag van 25 gulden per uur is afgesproken, dan kun je geen 25 gulden betalen, je moet lager gaan zitten. Dat zul je eerst moeten berekenen.”

Verder zijn er volgens de zorgverzekeraars problemen met de zogeheten 'indicatiestelling'. Hoeveel geld iemand nodig heeft voor zorg, moet eigenlijk een onafhankelijke instantie bepalen. Maar door de snelle invoering van het persoonsgebonden budget ontbreekt die. Nu zijn het vaak verpleegkundigen van de reguliere thuiszorginstellingen die de beoordeling doen en doorgeven aan de verzekeraar, waar een 'adviserend verpleegkundige' hem controleert. Dit is een ongewenste situatie, omdat de thuiszorginstellingen ook aanbieders zijn van hulp. Bovendien leggen verschillende verpleegkundigen verschillende maatstaven aan.

De Ziekenfondsraad heeft onderzoek gedaan naar het persoonsgebonden budget, dat deze maand naar staatssecretaris Terpstra is gestuurd. Het is nog niet openbaar, maar beleidsmedewerker Van der Steur van de Ziekenfondsraad wil wel kwijt dat de aanbevelingen vooral betrekking hebben op “stroomlijning van de procedures”. “Ik denk dat men zich nogal verkeken heeft op de enorme toevloed”, zegt Van der Steur. Hij kan niet verklaren dat de ene verzekeraar nog wel geld heeft en de andere niet.