Een nutteloos dorp

Aliano is eigenlijk een zinloos stadje. Het ligt hoog op een heuvelrug in een van de armste gebieden van Zuid-Italië. Het heerst over niets, het verbindt niets. De brede, vruchtbare valleien aan de noord- en zuidkant van de bergrug komen een paar kilometer verder bij elkaar. Aliano is daar niet voor nodig. De hoge ligging is een herinnering aan het verleden.

Aan eeuwen terug, toen vreemde overheersers het gebied onveilig maakten en toen de lager gelegen gebieden een bron van malaria waren. Sinds een halve eeuw geleden de kinine is gekomen en de riviertjes zijn gekanaliseerd, zijn veel mensen afgedaald naar nieuwe huizen dichter bij de vallei.

Het oude Aliano houdt fier stand, smorend in de felle zon. Simpele huizen, sommige ongestuct, met de grijze bouwblokken nog zichtbaar. Een handvol winkels. Eén Bar Centrale, genoeg voor 1600 inwoners met een smalle beurs. Ze geloven niet dat Aliano geen toekomst heeft, zoals de dorpsgenoten die zijn vertrokken naar het noorden of naar het buitenland. Natuurlijk, het werk op het land levert steeds minder op. De Europese Unie heeft al genoeg tomaten en olijven. Maar Aliano heeft iets bijzonders: een klein museum en een graf.

Het graf ligt wat apart op het kerkhof hoog boven het dorp. De begraafplaats is een ommuurd vierkant van dertig bij dertig meter, met veel pijnbomen en een spreuk bij de ingang: 'Hier worden de ongelijke lotsbestemmingen weer identiek en verdwijnen de trotse gevoelens van grootsheid.' Aan de zijkant links na de ingang is een gat in de muur dat met zijn uitzicht over de roodstenen daken de beslotenheid van het kerkhof doorbreekt. Daar staat een simpele grafsteen, met er overheen aan twee draadjes een rood lampje dat de naam van de gestorvene ook in het donker leesbaar maakt. Carlo Levi. 29.11.1902 - 4.1.1975.

Levi is de arts, schilder en schrijver die Aliano wereldberoemd heeft gemaakt. Gagliano, zo noemde hij het stadje in zijn boek Cristo si è fermato ad Eboli - Christus is nooit verder gekomen dan Eboli. Eboli is een stad iets voorbij Napels, waar vroeger alles ophield: de autoweg, de spoorlijn, de beschaving. Daarna begon de Italiaanse Mezzogiorno, het verpauperde, achterlijke, primitieve zuiden waar de tijd eeuwenlang stil heeft gestaan. “De geschiedenis is zonder gevolgen over hen heen gespoeld,” schreef Levi zestig jaar geleden over de inwoners van Aliano.

Levi is hier niet uit vrije wil naar toe gegaan. In de jaren dertig werd hij door het toenmalige fascistische regime verbannen, als een politiek gevaarlijke intellectueel. Eerst naar het stadje Grassano, daarna nog verder het onherbergzame zuiden in, naar Aliano. Voor Levi, opgegroeid in het toen bruisende intellectuele klimaat van Turijn, was het alsof hij in een ander land terecht was gekomen. Bijna acht maanden heeft hij er gezeten, tekenend en schilderend, zijn medische studie in praktijk brengend, tot een amnestie in mei 1936 een einde maakte aan zijn ballingschap.

Geschreven heeft Levi niet in Aliano. Pas zeven jaar later begon hij aan zijn boek, tijdens de oorlog, toen hij in Florence zat. “Ieder moment kon het laatste zijn”, schreef hij later. “Er was geen ruimte voor verfraaiing, voor experimenten - voor literatuur - maar alleen voor de echte waarheid.” Cristo si è fermato ad Eboli is een boek met verschillende lagen, tegelijkertijd dagboek, roman en politiek essay. Het is een mozaïek van antropologische schetsen uit een keiharde wereld die Levi en de meeste Italianen volslagen vreemd was. Het is een intellectuele exercitie: kan een relatief bevoorrechte arts uit Turijn, met letterlijk en figuurlijk een andere taal, de dagelijkse werkelijkheid begrijpen van simpele, bijgelovige en soms achterlijke boeren. En het is een aanklacht tegen een samenleving die dergelijke ellende laat voortbestaan. Aliano was, nog voordat er grootschalig over noord-zuidverhoudingen werd gesproken, een archetype van het Zuiden, waar ook ter wereld.

Het huis waar Levi heeft gewoond, staat aan de andere kant van het dorp, in het oudste gedeelte, vlak aan de rand van de honderd meter diepe Fossa del Bersagliere, de kloof waar in de negentiende eeuw een bersagliere uit Levi's regio Piemonte in was gegooid door Zuiditalianen die in opstand waren gekomen tegen het nieuwe gezag. Alleen het driftige gedoe van een keffertje verstoort het krekelconcert. De meeste huizen hier zijn onbewoond. De zachte tufsteen kan afbreken en schuiven. Een paar jaar voor de komst van Levi was de vlakbij gelegen kerk van Maria van de Engelen in de afgrond verdwenen.

Casa del confino is er nog te lezen. Verbanningshuis. Een roestig hek sluit een tuin en een trapje af die zijn overwoekerd door onkruid. Binnen zijn alleen wat kale vervallen kamers. Buiten staan bloeiende cactussen en tegen de hellingen in de diepte glinsteren de groen-zilveren blaadjes van de olijfbomen. Aan de andere kant van de bergrug kan je, tussen de bomen door, de kale en onherbergzame calanchi zien, een diepgegroefd droomlandschap van tufsteen.

Het Carlo Levi museum, honderd meter verder, werkt op afroep. Je moet Bar Centrale bellen of een ander nummer. Uiteindelijk komen twee vrouwen met een kind op de arm na twintig minuten opendoen. Een kolossale ijzeren sleutel ontsluit de gehavende houten deuren, die piepend openzwaaien.

De drie zalen binnen, onder plafonds die zijn geteisterd door een enorme lekkage, zijn een samenraapsel dat in verband staat met Levi. Er hangt een overzicht van karakteristieke bouwstijlen in Aliano: daklijsten, buitenovens voor pizza en brood, vensters en deuren. Officiële documenten over de verbanning van Levi, inclusief een lijst van de mensen met wie hij wilde corresponderen. Foto's van vroeger, van de mensen die een hoofdrol spelen in zijn boek, van Levi zelf: een forse, wat bonkige man met een krullenkop op een vol gezicht. Vlak voor zijn dood heeft Levi het museum nog een paar lithografieën van zijn hand geschonken: droomachtige werken met felle kleuren, die doen denken aan Marc Chagall. Van andere werken van hem zijn er foto's, veel in zwart wit. De meeste kleur komt van de tientallen doeken van kunstenaars uit de buurt - het gebouwtje doet ook dienst als cultureel centrum.

Het Aliano van Levi bestaat niet meer. Er is elektriciteit, water en televisie. De weg naar boven is goed berijdbaar, de malaria is voltooid verleden tijd en slechts een enkele boer loopt nog met een ezel. “Christus heeft eindelijk Aliano bereikt”, staat in de opgewekte folder van de plaatselijk VVV. De twee vrouwen moeten er schamper over lachen. “Het leven is nog steeds hard hier”, is het antwoord als de deur weer op slot gaat met de enorme sleutel. “We hopen dat Levi ons een beetje kan helpen.”