Acht jaar geëist wegens doodslag bij 'ruige' disco

ROTTERDAM, 13 AUG. Gezwaai met een mes, een achtervolging met honkbalknuppels. Het was een doorsnee-nacht geweest rond discotheek Parkzicht, zegt de 31-jarige portier Edwin M. Daarom was de politie niet gebeld. Maar in de ochtendschemering van 31 maart kwam het tot een schietpartij tussen M. en de 21-jarige discotheekganger M. Kalai, die aan de verwondingen overleed.

Officier van justitie R. de Rijcke eiste gisteren voor de Rotterdamse rechtbank acht jaar cel tegen de portier wegens doodslag.

De schietpartij kreeg veel ruchtbaarheid, omdat de portier een voormalig neo-nazi was en het slachtoffer van Marokkaanse afkomst. De Rijcke noemde Parkzicht gisteren een “ruige tent”. Er verzamelen zich daar gabbers, liefhebbers van snelle housemuziek met vaak extreem-rechtse voorkeuren. Van systematisch geweld tegen buitenlanders rond Parkzicht was de politie evenwel niets gebleken.

Restte de vraag of op de bewuste ochtend sprake was van noodweer. Volgens vele getuigen liep een groep van circa tien Noordafrikaanse jongeren naar de discotheek. Onderweg zwaaiden ze met een mes, wegens een onderlinge ruzie. Die ruzie werd gesust, maar een toezichthouder zag het mes en waarschuwde de portiers.

De portiers weigerden de groep de toegang. Het kwam tot een handgemeen, waarna Edwin M. en twee collega's de jongeren met honkbalknuppels op de vlucht joegen. Kalai en een vriend bleven rondhangen. Later werd hen nogmaals de toegang tot Parkzicht geweigerd. In een auto gebruikten ze daarna wat amfetamine. De kennis toonde Kalai een vuurwapen. Kalai, die volgens een vriend “opgefokt” was, wandelde daarmee terug naar Parkzicht, waar hij het vuur op M., toen deze naar buiten kwam. De portier trok zijn pistool en beantwoordde het vuur. Kalai, geraakt in hand en hart, liep nog tachtig meter en viel toen neer.

In de disco gaf M. even later zijn - illegale - vuurwapen aan een vriend, die het liet verdwijnen. Bij de ingang van Parkzicht vond de politie drie patroonhulzen. Op het lichaam van Kalai werd geen wapen aangetroffen. Ook vond de politie geen hulzen op de plek van waaruit hij had geschoten.

Officier van justitie De Rijcke en de raadsman van M., S.R. Bordewijk, waren het er gisteren over eens dat het type pistool geen invloed had op de vraag of de portier uit noodweer handelde. M. had alle reden om aan te nemen dat zijn leven gevaar liep. De Rijcke meende evenwel dat de portier naar binnen had moeten vluchten. Zijn houding tijdens de schietpartij - rechtop, de armen gestrekt - maakte naar zijn mening duidelijk dat M. geconcentreerd en gericht terugschoot. Acceptatie van noodweer zou alle portiers een vrijbrief geven om illegale vuurwapens te dragen en te schieten in plaats van te vluchten, aldus de officier. Raadsman Bordewijk stelde evenwel dat het de portier aan tijd ontbrak om te vluchten.

Uitspraak 26 augustus.