'Verkeersacties wat te veel van 't goede'

Op zoek naar nieuwe leden en eigen inkomsten is Veilig Verkeer Nederland begonnen aan een groot imago-offensief. In de maand juli werd de Nederlandse weggebruiker niet alleen geconfronteerd met de campagne 'Zien is overleven', maar ook met twee acties tegen het gebruik van de walkman en de autotelefoon.

Nog maar net is de verontwaardiging over de door opticien Pearle gesponsorde goedzichtcampagne geluwd of Veilig Verkeer Nederland heeft het volgende ambitieuze plan al weer aangekondigd. Dit najaar gaat het jongerenproject Heavy Traffic van start om de 'kwetsbare jeugd' tot 24 jaar verkeersbegrip bij te brengen. “De gemiddelde leeftijd van onze leden schommelt rond de vijftig jaar”, zegt VVN-woordvoerder B. Woudenberg. “We kunnen wel een stuk verjonging gebruiken en daarom zoeken we de jeugd op. In het Engels - hun taal - en met hun middelen: een magazine en een driversclub.”

De plotselinge exploitatiedrift van VVN verbaast enkele van de twaalf andere organisaties op het gebied van de verkeersveiligheid. “De heer Woudenberg fungeert tegenwoordig als een soort testbeeld op de televisie”, zegt een van zijn branchegenoten spottend. Zelfs secretaris P.J. Zeven van de Raad voor de Verkeersveiligheid vindt al die projecten “soms wat veel van het goede. Tegen grootschalige campagnes heb ik geen bezwaar, die zijn van fundamenteel belang. Maar niemand is gebaat bij een reeks incidentele acties zonder samenhang.”

Volgens F. Wegman van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) zijn de boodschappen van VVN dikwijls vaag. “Wat moet een weggebruiker nu met de mededeling: 'Ga naar de opticien!' Denk maar niet dat er vijf miljoen mensen bij Pearle staan te dringen omdat een kleinschalige steekproef in de omgeving van Amsterdam heeft aangetoond dat een op de tien automobilisten wellicht niet optimaal ziet. Dat de campagne in het directe economische voordeel is van Pearle vind ik al helemaal geen aanbeveling. Als wij zo'n campagne hadden gelanceerd, waren we met de hele branche in zee gegaan.”

Niet bekend

Veilig Verkeer Nederland stond tot ver in de jaren zeventig vooral bekend als voorlichtingsorgaan van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Terwijl de toenmalige minister Westerterp het gebruik van de autogordel en de valhelm verordonneerde, zorgde VVN voor de begeleidende massacampagnes. Tegenwoordig gaat de vereniging prat op haar onafhankelijkheid. Tegen wil en dank, want als de Tweede Kamer daarmee instemt, moet VVN gedurende twee jaar telkens vier procent inleveren van de 8,5 miljoen gulden subsidie die zij jaarlijks van de rijksoverheid ontvangt. In het Meerjarenprogramma Verkeersveiligheid 1996-2000, dat minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) voor de zomer presenteerde, stimuleerde zij 'de opbouw van effectieve werkrelaties' tussen onder meer VVN en de verzekerings- en de leasemaatschappijen. Sindsdien is elke commerciële liaison zowel met particuliere bedrijven als met een complete bedrijfstak geoorloofd.

Het afgelopen jaar bracht Veilig Verkeer Nederland met financiële ondersteuning van Esso een folder uit over het vervoer van kinderen in de auto, de vereniging voerde een landelijke anti-alcoholcampagne met de Nederlandse frisdrankindustrie en een plaatselijke variant daarop met Coca Cola. De bromfietscursus wordt betaald door het Verbond van Verzekeraars, terwijl assurantiekantoor Univé korting geeft op de bromfietsverzekering van geslaagde cursisten. VVN kan niet meer zonder sponsors. Het gestroomlijnde hoofdkantoor in Huizen herbergt tachtig VVN-medewerkers in vaste dienst. “Een groot deel van ons jaarbudget gaat op aan menskracht”, stelt Woudenberg vast. “Ook al leven we al twee jaar met een vacaturestop. De marge om campagnes te voeren wordt steeds kleiner, dus grijpen we elke kans aan om meer geld binnen te halen.”

Van september tot februari zullen drieduizend vrijwilligers zich verspreiden over de Nederlandse braderieën, weekmarkten, kermissen en scholen om leden te werven. Verkeersveiligheid spreekt misschien minder tot de collectieve verbeelding dan het milieu, maar volgens Woudenberg is het een belangrijk item voor de gewone man. “Het is een van de populairste gespreksonderwerpen op verjaardagen, omdat iedereen er dagelijks mee te maken heeft. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er honderdduizend verkeersdoden in ons land gevallen. Bijna elke familie betreurt er een. Vijftien miljoen Nederlanders wanen zich deskundig als het gaat om het verkeer. In de politiek heeft verkeersveiligheid de concurrentieslag met vraagstukken als milieu en criminaliteit overleefd en bij bevolkingsenquêtes scoort het item hoog. Niet zo hoog als verkrachting, maar hoger dan hondenpoep.”

Wie jaarlijks dertig gulden contributie betaalt aan Veilig Verkeer Nederland ontvangt zes keer het ledenblad Wegwijs. Voor tien gulden extra krijgt een VVN-lid ook een 'countdownpas' die korting biedt op een aquarelleercursus, een driedaags hotelarrangement of de toegangsprijs van een tuinbeurs. De bereidwillige die een enquête invult, wordt bedankt met een paar stickers, een muppy, een pak speelkaarten of een T-shirt. Bij VVN hoef je niet aan te kloppen voor complete voordeelpakketten of een gratis servicebeurt. Toch telt de organisatie - die in 1932 door tegenstanders van de auto werd opgericht - tachtigduizend leden en wordt Wegwijs door een kwart miljoen Nederlanders gelezen.

VVN-leden hebben één ding gemeen: ze geloven in het effect van campagnes en verkeersonderwijs. Alleen daarom blijven ze de vereniging vaak levenslang trouw. Volgens Woudenberg is het gemiddelde lid een oppassende, redelijk brave vijftiger die geen enkel begrip heeft voor een snelheidsovertreding. Woudenberg: “We hebben tijdens een algemene ledenvergadering eens de vraag gesteld of de snelheidslimiet op de autosnelweg niet wat omhoog zou kunnen, zodat de verkeerspolitie intensiever op de onveiliger 80-kilometerwegen kan controleren. Maar daar kon geen van de aanwezigen mee instemmen.”

Regels zijn regels. Het VVN-lid is zich bewust van zijn voorbeeldfunctie. Hij - driekwart van de leden is van het mannelijk geslacht - ervaart het handhaven van de verkeersveiligheid als een persoonlijke opdracht die hij samen met zijn broeders ten uitvoer brengt. Rijdt een bestuurslid door rood licht of overtreedt hij de snelheidslimiet, dan krijgt hij te maken met een onverbiddelijke achterban.

Mariëlle Roeper-Spruijt (31) woont in het Noordhollandse dorp Grootebroek. Ze is als actief lid vijftien uur per week onderweg voor Veilig Verkeer Nederland. 'Tante Verkeer' noemen haar dorpsgenoten haar ook wel liefkozend als Mariëlle langsrijdt. Ze organiseert de plaatselijke verkeersproef op de basisschool, neemt oog- en alcoholtesten af in cafés en op kermissen en staat marktbezoekers te woord die klagen over het gevaarlijke kruispunt achter hun huis of over die roekeloze buurjongen met zijn opgevoerde brommer. Ze luistert en overweegt of de klacht ernstig genoeg is om aan de regiocoördinator in Enkhuizen door te geven.

Soms moet Mariëlle officieel als VVN-lid optreden. Zoals die keer dat ze bij de Amsterdamse hoofdcommissaris Nordholt werd uitgenodigd. “Met je badge van VVN wordt je overal met open armen ontvangen”, is haar ervaring. “Je hebt status als je in de Intertraffic-stand zit. Jij kent het antwoord op de vraag en als je het niet weet, dan weet een collega het wel.” Toen ze afgelopen voorjaar met de klas van haar dochter Linda meeging op schoolreisje naar pretpark Hellendoorn maakte een klassemoeder het bovenluik van de bus open. Mariëlle vond dat onverantwoord, omdat de kinderen wel eens op het idee konden komen uit het luik te gaan hangen. 'Ik ben van VVN', zei ze resoluut tegen de verbaasde vrouw, 'en wat u daar doet, kan niet door de beugel.'

Nederland behoort met IJsland, Zweden, Noorwegen en Groot-Brittannië tot de top vijf van verkeersveilige naties. Veilig Verkeer Nederland is een van de weinige verenigingen ter wereld die zich zorgen maken over de risico's van de weggebruiker. Behalve de Verenigde Staten - waar de organisatie Mothers against Drinking and Driving bekendheid geniet - is er geen land met een vergelijkbare verkeerslobby van ANWB tot Pressiegroep Kinderen Voorrang! en Fietsersbond ENFB.

De Groningse hoogleraar toegepaste psychologie C. Vlek - gelieerd aan het Verkeerskundig Studiecentrum - beschouwt de overmatige aandacht voor verkeersveiligheid als een typisch Nederlands verschijnsel. “Nederland is een goed georganiseerd en geëxploiteerd land. Nederland is vrijwel af en het leven is er niet zo uitdagend meer. Alle aandacht gaat uit naar kwesties die nog niet in orde zijn en verkeersveiligheid is bij uitstek zo'n kwestie.”

Ondanks die bezorgdheid, zijn we buitengewoon gesteld op het gebruik van de auto, het belangrijkste vrijheidssymbool dat ons rest. Vlek: “De afgelopen drie decennia leerden we zo vaardig met motorvoertuigen omgaan dat we kampen met de illusie van onkwetsbaarheid. Bijna iedere automobilist vindt dat hij zelf veiliger rijdt dan de gemiddelde automobilist en dus overschat hij de veiligheid van zijn eigen rijstijl. Hij zal niet gauw bij een ongeluk betrokken raken, want hij zit immers zelf achter het stuur. Mij overkomt dat niet, denkt hij. Hij oefent controle uit en onderschat de risico's, omdat de voordelen - vrijheid en economisch gewin - zo groot zijn. Auto rijden is in zijn optiek niet gevaarlijk, totdat hij een slipper maakt.”

Veiligheidscampagnes en verkeersrestricties hebben volgens Vlek in het beste geval een kortetermijneffect. De weggebruiker wordt even op zijn verantwoordelijkheden gewezen en vervalt vervolgens weer in zijn vertrouwde, vrijmoedige rijstijl. “Na een ongeluk leg je de schuld niet gauw bij jezelf. Je denkt toch: Ik heb zo'n grote ervaring en mijn auto of fiets is in orde; die botsing lag aan de ander of aan de kwaliteit van de weg. Een korte alcoholvrij-actie of een vrijblijvende waarschuwing tegen te hard rijden op een 80-km weg helpen niet echt. Alleen strenge wettelijke maatregelen kunnen het gedrag van automobilisten blijvend beïnvloeden.”

Dat Veilig Verkeer Nederland ondanks het collectieve vrijgevochten verkeersgedrag zoveel leden en sympathisanten telt, heeft te maken met een maatschappelijk schuldgevoel. “Zoals we onze milieuschuld vereffenen met een lidmaatschap van Natuurmonumenten of Greenpeace”, zegt Vlek, “zo sussen we ons verkeersgeweten met VVN.”