Van Den Uyl naar Melkert (2)

François Mitterrand maakte en brak zijn partij. Helmut Schmidt wist het meestal beter dan de SPD en had een grote mond tegen de jonge Socialisten. Den Uyl miste het peilloos cynisme van de één en de zelfverzekerde arrogantie van de ander.

Onbetwistbaar leider van zijn partij, liet hij zich leiden. Le Roi Francois en Schnauze Schmidt waren groter dan hun partij. Ome Joop was de PvdA. Wat Ien van den Heuvel of de verschrikkelijke Max van den Berg ook serveerden namens het Partij-congres, Den Uyl slikte en betoogde verder. Het congres regeerde Den Uyl.

Tot nog toe moest minister Melkert van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet de steun van het PvdA-congres behouden, maar alleen die van partijleider Wim Kok. Samen met fractiegenoot Willem Vermeend koos Melkert in 1989 positie op de financiële rechtervleugel van de partij. Zo steunden zij Kok bij het bouwen aan zijn reputatie van solide minister van Financiën. Voor Melkert en Vermeend viel financiële wijsheid mooi samen met eigenbelang: beiden ontvingen in 1994 van Kok hun beloning en zijn nu bewindsman - weinig PvdA-Kamerleden uit de periode 1989-'94 kunnen hen dat nazeggen. Als lid van het Kabinet is Melkert gepromoveerd van waterdrager voor Kok tot diens rechterhand. Maar terwijl Wim Kok zich - beter dan Den Uyl - opstelt als minister-president van alle Nederlanders, is het nu Melkert die net als destijds Den Uyl heel goed oppast om niet te ver van de partijgenoten weg te lopen. Fractielid Karin Adelmund heeft vrienden bij het GAK: Melkert luistert. Partijvoorzitter Ruud Vreeman hecht aan een zware politieke rol voor de vakbeweging: Melkert volgt hem en buigt de passage in het Regeerakkoord terug over het minder vaak dwingend opleggen van CAO's. Vierentwintig uur per dag draagt Melkert fluwelen handschoenen in het bijzijn van de fractie, en vooral door zijn optreden is de PvdA nu de grote kampioen van rust in het middenveld, waar zoveel kaderleden van ABVA-Kabo en PvdA hun belangen hebben. Op korte termijn maakt dat hem populair in de eigen partij; op den duur kenmerkt zoveel aanpassingsvermogen meer de politicus dan de staatsman. Maar naast al die tactische slimheid heeft Melkert ook duidelijke ambities neergezet.

Toen Jo Ritzen in 1981 voor Den Uyl een banenplan maakte sprak niemand over 'Den Uyl-banen'. Nu zijn intussen al Melkert I, II en III te water gelaten, nadrukkelijk en opzettelijk verbonden met de naam van Ad Melkert. Wil Melkert daarom Den Uyl en Kok kunnen opvolgen dan moeten de Melkertbanen een succes worden. Dan mogen er geen wijken meer zijn in Rotterdam of Utrecht waar niet-werken of zwart-werken de norm is. Dan moet het ook makkelijker zijn om een eigen zaak te beginnen en personeel in dienst te nemen. Wint Melkert op die drie fronten, dan maakt hij serieus kans op de hoofdprijs in de Nederlandse politiek. Maar voor het zover is zal hij de confrontatie moeten aangaan met de AdelmundVreeman-vleugel van zijn eigen partij. De magere score van de banenplannen tot nog toe zou verbeteren zodra cliënten ook gewoon 38 uur per week mochten werken en kans zouden maken op een betere betaling dan het minimumloon. Nog steeds zou de maatschappij als geheel dan beter af zijn - veronderstellend dat ook banenpoolers nuttig werk doen - maar het mag niet van de vakbeweging die bang is dat gesubsidieerd werk dan te veel gaat concurreren met de posities van de FNV-leden. Een niet onterechte zorg, maar de remedie is een effectieve juridische procedure in geval van verdringing van ongesubsidieerd werk, niet een kunstmatige inperking van de kansen voor langdurig werklozen tot minimum banen van 32 uur. Zo komen langdurig werklozen ook nooit weg uit de armoede en de huursubsidie.

Wat de schrikbarende toestand betreft in dié stadswijken waar bijna niemand meer werkt, hangt succes niet alleen af van Melkert maar ook van de ministers Wijers (deregulering) en Zalm (belastingen). Melkert kan helpen door de Bijstandswet nog meer te decentraliseren en ook het sanctiebeleid een financiële verantwoordelijkheid te maken van de gemeenten. Laat de gemeentelijke belastingen maar omhoog gaan in Den Haag als men daar de moed mist om misbruik van uitkeringen grondig aan te pakken. En laten Katwijk en Noordwijk maar steeds aantrekkelijker worden voor burgers en bedrijven wanneer men daar de bijstand wel effectief, inclusief sancties uitvoert. Zoveel gemeentelijke vrijheid gaat echter in tegen de wens van veel PvdA'ers dat het parlement dit alles uniform voor het hele land moet regelen. Maar we weten dat de Tweede Kamer dat niet kan: de publieke opinie is verdeeld en bovendien hebben PvdA en GroenLinks er niet echt zin in. Het is niet nodig om dramatisch te doen over gettovorming in de grote steden, maar getto's liggen wel aan het eind van de slappe weg die een groot deel van de PvdA hier met GroenLinks bewandelt.

Tenslotte zou het opzetten van een nieuw bedrijf gemakkelijker zijn wanneer startende ondernemers niet direct waren gebonden aan alle dure CAO-afspraken in hun sector. Het Regeerakkoord bevatte daarover een afspraak, maar die heeft Melkert verbroken: een derde knieval voor de Adelmund/Vreeman groep in zijn partij. Zo werd een competent maar niet bijzonder bekend fractielid (Melkert had in 1994 opvallend weinig voorkeurstemmen) binnen twee jaar de minister die het best ligt bij zijn eigen partij. Politiek bekwamer dan mevrouw De Boer, moderner dan Pronk, beter luisteraar dan Ritzen, luistert hij te goed naar Adelmund en Vreeman, met als risico dat hij zijn kans op de hoofdprijs langzaam verspeelt. Adelmund en Vreeman willen de PvdA verankeren in het middenveld, maar als VNO en FNV samen de langdurige werkloosheid konden oplossen, was dat intussen wel gebleken. Als Haagse insider is Melkert onovertroffen, maar nu is het tijd voor een keuze (die voor de stuurman aan de wal niet moeilijk lijkt). Bestrijding van de werkloosheid is het doel; populariteit in de overlegcircuits niet meer dan een middel. Leuk dat VNO en FNV verklaren dat Melkert 'meevalt', of 'beter is dan zijn voorganger', maar daarmee heeft nog niet één werkloze een baan gevonden.

Evenals Melkert bewust afstand bewaart tot Jan Pronk, want diens ideologie is uit de tijd en zijn machtsbasis in het land is afgebrokkeld, zal hij meer afstand moeten nemen van de Adelmund-Vreeman vleugel: ook hun ideeën over de economische orde passen niet meer in een kennis-economie, en hun aanhang is in Den Haag wel nadrukkelijk aanwezig, maar moet niet worden overschat. Pronk hield vast aan de jaren zestig, Adelmund-Vreeman aan de zeventiger jaren toen de FNV de ambitie had om een permanente politieke partij te worden. Onvermijdelijk verandert de vakbeweging echter in een soort ANWB voor werknemers, die klaarstaat om belangrijke hulp te verlenen aan de leden maar geen brede politieke pretenties heeft. Adelmund en Vreeman zijn daarom geen betrouwbare gidsen naar de toekomst, en zeker niet om voor Melkert de richting aan te wijzen naar de hoofdprijs in de Nederlandse politiek.