Uitspraak Hoge Raad verruimt aftrekposten

DEN HAAG, 12 AUG. De Hoge Raad heeft de deur op een kier gezet voor aftrek van reiskosten naar en van een vakantiebestemming in het buitenland onder het mom van beroepskosten (aftrek van kosten van cursussen, congressen, seminars, symposia en dergelijke). Een marketing acquisitie-functionaris van een bedrijf in isolatiemateriaal, die aansluitend op een vakantie in Zwitserland gedurende ruim twee weken een talencursus Duits volgde in Luzern, mag zowel reis- als verblijfskosten en cursuskosten volledig aftrekken voor de inkomstenbelasting.

Staatssecretaris Vermeend van Financiën heeft in deze zaak in het stof gebeten. Hij ging in cassatie van een gelijkluidende uitspraak van het Amsterdamse gerechtshof. Met de belastinginspecteur was de staatssecretaris van mening dat de man, die zich beroepsmatig bezighield met het werven van orders in ieder geval de reiskosten niet kon aftrekken. Het was immers een vakantiereis. Bovendien had de werknemer best even kunnen wachten tot hij zich kon inschrijven voor een opfriscursus Duits in Nederland. Die zou zijn werkgever immers wel hebben vergoed; een cursus over de grens moest de werknemer uit eigen zak betalen. Op al die punten stelt de Hoge Raad de staatssecretaris in het ongelijk. Aan de aftrek is overigens wel een maximum gebonden van 3250 gulden. Als de totale kosten van reis, verblijf en cursus lager zijn, is de eerste duizend gulden aftrekbaar en het meerdere voor driekwart.

Ook een tweede uitspraak van de Hoge Raad betekende een nederlaag voor de fiscus. Volgens die uitspraak mag de belastinginspecteur niet langer consequent het rode potlood hanteren bij aftrekposten voor vakliteratuur die de genormeerde standaardlijsten voor de diverse beroepsgroepen te boven gaan. De Hoge Raad meent dat de beperking van de maximale aftrek tot wat op grond van onderzoek door de Fiod gebruikelijk is in een bepaalde sector, niet correct is. Dat is het gevolg van twee procedures die zijn aangespannen door ambtenaren van de Belastingdienst zelf.

Ook andere beroepsbeoefenaren, zoals medici en leraren kunnen nu uit onder de harde norm van de nog net acceptabele kosten voor vakliteratuur die de fiscus na 1 januari 1990 hanteerde. De Belastingdienst ging bij de standaardlijsten voor de aftrekposten tot dusver af op het “omvangs- en vergelijkingscriterium” dat in 1990 in de Wet op de inkomstenbelasting is opgenomen.

De Belastingdienst moet echter niet alleen een louter cijfermatige benadering hanteren bij de beoordeling van de aftrekpost, maar moet alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen, zo meent de Hoge Raad. (ANP)