Tweede Kamer bezorgd over milieu na arrest

DEN HAAG, 12 AUG. De Tweede Kamer is bezorgd over de gevolgen voor het milieu nu de Hoge Raad een ambtenaar die de milieuwetgeving overtrad, heeft vrijgesteld van strafvervolging. Diverse Kamerleden menen dat een wijziging van de Wet milieubeheer nodig is.

De Hoge Raad oordeelde onlangs dat een ambtenaar uit Boarnsterhim in Friesland niet kan worden vervolgd wegens overtreding van milieuvoorschriften, omdat de gemeente een openbaar lichaam is met een publieke taak.

Ambtenaren, aldus de Hoge Raad, zijn als uitvoerders van die bestuurstaken zo nauw verbonden met de gemeente dat tegen hen evenmin strafvervolging kan worden ingesteld. Uitvoerder en opdrachtgever zijn in dit verband volgens de Hoge Raad niet los te koppelen. Het openbaar ministerie heeft inmiddels veel milieuzaken opgeschort.

Volgens het Kamerlid Esselink (CDA) wordt hiermee de weg vrijgemaakt voor milieu-overtredingen door gemeenten en overheidsinstellingen. Immers, in de afweging tussen de negatieve gevolgen voor het milieu en het algemeen belang in de vorm van bijvoorbeeld de weliswaar onwettige, maar wel goedkopere lozing van afval, kan nu straffeloos worden gekozen voor het laatste. “De wet overtreden voor de goede zaak: dat kan van geen kant”, aldus Esselink.

Hij meent dat er ook “een morele kant” aanzit. “Je brengt overheden en overheidsinstellingen in een verleiding, waarin je ze als wetgever niet zou moeten willen brengen.”

Het Kamerlid Augusteijn (D66) noemt het “te gek voor woorden dat ambtenaren niet meer verantwoordelijk zouden zijn voor overtredingen van milieuregels.” Zowel Esselink als Augusteijn denken dat een wetswijziging nodig zal zijn. “Dit heeft de wetgever nooit bedoeld.”

Het ministerie van VROM heeft vooralsnog geen commentaar op het arrest. Ambtenaren zijn dit nu aan het bestuderen, aldus een woordvoerder.

De ambtenaar die door de Hoge Raad van vervolging is vrijgesteld, hoofd van de afdeling nieuwe werken van Boarnsterhim, gaf in maart 1993 opdracht 500 kubieke meter verontreinigd baggerslib in het Pikmeer te storten. Volgens de voorschriften moet een officieel afvalverwerkingsbedrijf dat slib verwerken. Een vergunning voor de lozing was er niet.

Milieu-officieren van justitie bezinnen zich op dit moment op de gevolgen van het recent door de Hoge Raad gewezen Pikmeer-arrest.

Volgens het landelijk openbaar ministerie wordt het door dat arrest erg lastig, zo niet onmogelijk om lagere overheden en ambtenaren te vervolgen die milieudelicten hebben begaan. Een woordvoerder van het landelijk OM stelt dat de milieu-officieren na de zomer zullen praten over een nieuwe koers, die door het arrest noodzakelijk is geworden.

Volgens de woordvoerder heeft het voor milieu-officieren voorlopig weinig zin om vergelijkbare zaken voor de rechter te brengen. “Er zijn veel zaken opgeschort. Wij bezinnen ons op de consequenties van dit arrest voor het vervolgingsbeleid. Het is aan de politiek om te bepalen of er iets aan de wetgeving moet veranderen.”

Met het Pikmeer-arrest schrijft de Hoge Raad een vervolg op het Volkel-arrest uit 1994. Daarin werd de Nederlandse overheid vrijgesproken van ernstige milieuvervuiling.

Op de vliegbasis Volkel waren grote hoeveelheden kerosine in de grond gelekt. De overheid is een openbaar lichaam dat een haar opgedragen bestuurstaak uitvoert in het algemeen belang en kan daarom niet worden vervolgd, zo oordeelde het rechtscollege toen.

Nu geldt dat ook voor individuele ambtenaren die in dienst van de overheid werken en verantwoordelijk zijn voor de overtreding van milieuwetten.