Sarajevo pakt Moslim-rebel aan

De aanklacht tegen Fikret Abdic wegens oorlogsmisdaden kan een ernstige complicatie opleveren voor de verkiezingen van volgende maand in Bosnië: Abdic heeft een eigen politieke partij en wil daarmee aan de verkiezingen deelnemen. En de zakenman annex krijgsheer (met een eigen rijkje tijdens de oorlog), is in Bosnië nog steeds populair.

Dat is hij al sinds ver voor de oorlog. Abdic is de voormalige manager van Agrokomerc, het grootste voedselverwerkende bedrijf in het vroegere Joegoslavië. Dat bedrijf was gevestigd in Cazin, in de regio-Bihac, een van de minst ontsloten en een van de meest traditionele gebieden van het voormalige Joegoslavië. In 1987 kwam Abdic in opspraak toen bleek dat hij voor de lieve som van twee miljard gulden ongedekte waardepapieren had uitgegeven.

Het schandaal leidde tot de grootste bankcrisis in het bestaan van het vroegere Joegoslavië en, in het kielzog daarvan, tot een politiek schandaal dat talrijke politici, tot op het hoogste niveau (dat van het Joegoslavische staatspresidium) hun carrière kostte. Abdic zat tot 1990 in de gevangenis.

Dat deed niets af aan zijn immense populariteit. Abdic had als manager van het enige grote bedrijf in de regio Bihac het illegaal verkregen geld besteed aan de economische ontwikkeling van het achtergebleven en verarmde gebied en dat leverde hem de niet eindigende dankbaarheid van de bewoners op. In 1991 kreeg hij bij de verkiezingen voor het Bosnische staatspresidium de meeste stemmen - méér zelfs dan Izetbegovic, die alleen maar president werd omdat Abdic na een koehandel, waarvan de details nooit bekend zijn geworden, van het presidentschap afzag. Maar Abdic had wel zitting in het eerste staatspresidium van het onafhankelijke Bosnië.

Na het begin van de oorlog gingen de wegen van Izetbegovic en Abdic uiteen en werden beiden onverzoenlijke vijanden. De regio Bihac raakte door de oorlog afgesloten van de andere moslim-gebieden en Abdic ging in dit eigen koninkrijkje zijn eigen gang. Hij voelde niets voor de oorlog - hij voelde meer voor zaken: smokkel werd het toverwoord in Bihac. Abdic werkte daarbij - tot woede van Izetbegovic en zijn regering - innig samen met twee oorlogspartijen die zijn buren waren, de Bosnische Serviërs in het oosten en zuiden en de Kroatische Serviërs in de Kroatische Krajina, ten het westen en noorden van Bihac. Terwijl de rest van Bosnië brandde, bleef Bihac aldus lang buiten de oorlog. Het gebied werd een enclave, door Abdic bestuurd vanuit zijn 13de eeuwse kasteel in Velika Kladusa ten noorden van de stad Bihac. Terwijl de lokale bevolking hem als 'Papa Abdic' verafgoodde, werd hij wegens zijn samenwerking met de Serviërs in Sarajevo uitsluitend nog bestempeld als verrader.

Uiteindelijk bereikte de oorlog Bihac toch: nadat Abdic eenzijdig de autonomie van zijn 'West-Bosnië' gedoopt gebied had uitgeroepen, stuurde Sarajevo het Vijfde Leger - het leger met de beste commandant - op hem af. De strijd werd een jaar geleden beslist. Abdic werd met dertigduizend aanhangers verdreven. Zij vluchtten de grens met Kroatië over, naar de eenzijdig door de Kroatische Serviërs uitgeroepen 'Servische Republiek Krajina'. Duizenden aanhangers van Abdic bivakkeren daar nog steeds in kommervolle omstandigheden. De bescherming door de Kroatische Serviërs is verdwenen sinds hun 'Servische Republiek Krajina' een jaar geleden door het Kroatische leger werd opgerold. Maar Abdic' aanhangers durven niet naar Velika Kladusa terug te keren, bang als ze zijn voor wraak van de kant van het Bosnische regeringsleger.

Abdic heeft zich evenmin meer in Bosnië vertoond. Er loopt een arrestatiebevel tegen hem en Bosnië heeft al vorig jaar Kroatië om zijn uitlevering op verdenking van oorlogsmisdaden gevraagd (zonder overigens ooit antwoord op dat verzoek te krijgen). Tadeusz Mazowiecki, de eerste VN-rapporteur over de mensenrechten in ex-Joegoslavië, concludeerde al dat Abdic tijdens de oorlog krijgsgevangenen heeft mishandeld, hun voedsel heeft onthouden en hun tot dwangarbeid heeft gedwongen. De 57-jarige Abdic is overigens niet of nog niet door het Haagse VN-tribunaal in staat van beschuldiging gesteld.

Abdic woont tegenwoordig als zeer geslaagd zakenman - zijn Agrokomerc heeft veel filialen in Kroatië - onder bescherming van de politie in de Kroatische havenstad Rijeka en heeft het Kroatische staatsburgerschap. Hij ziet voor zichzelf echter nog wel degelijk een rol in Bosnië weggelegd. In februari betrad hij weer het politieke toneel. Hij richtte toen de Democratische Volkspartij (DNZ) op, waarmee hij aan de verkiezingen van 14 september wil deelnemen. Belangrijkste programmapunten van de DNZ: de bescherming van slachtoffers van de oorlog, verzoening en een welvarend Bosnië. De DNZ, die volgens Abdic inmiddels 20.000 leden heeft, werd geregistreerd bij een rechtbank in het Kroatische deel van Mostar.

In juli startte Abdic zijn Bosnische verkiezingscampagne in een hotel in Zagreb. Hij klaagde toen door Sarajevo te worden tegengewerkt en “illegaal te moeten opereren op grondgebied dat door Bosnische regeringsleger wordt beheerst”. Zijn leven is Abdic in Bosnië vermoedelijk niet zeker. In juni veroordeelde een Kroatische rechtbank vier Bosnische moslims en een Kroaat wegens samenzwering met het doel Abdic te vermoorden.

    • Peter Michielsen