Planbureau acht lagere belasting haalbaar

DEN HAAG, 12 AUG. Als het kabinet de belastingen verlaagt, kan de koopkracht voor iedereen in 1997 op peil blijven terwijl de economische groei toeneemt. Dit blijkt uit berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) ten behoeve van de begrotingsvoorbereiding.

Het kabinet vergadert komende donderdag voor het eerst sinds de vakantie over de begroting voor volgend jaar. De berekeningen van het CPB spelen daarbij een belangrijke rol. In juli rekende het Planbureau nog uit dat de koopkracht zonder nader beleid voor bijna alle inkomensgroepen met 1 tot 2 procent zou afnemen.

Deze koopkrachtdaling wordt veroorzaakt door tekorten bij de sociale fondsen, gevolg van verkeerde taxaties tijdens de kabinetsformatie. Deze tekorten moeten worden aangezuiverd via premiestijging. De eerste schijf van de inkomstenbelasting, waarin de volksverzekeringspremies (AOW, AWBZ) zijn verwerkt, zou daardoor stijgen van 37,5 naar 39 procent.

Het CPB heeft nu in opdracht van het kabinet een variant doorgerekend waarbij de premiestijgingen worden gecompenseerd door verlaging van de inkomstenbelasting met 2 procentpunt, ofwel 6 miljard gulden. Het tarief van de eerste belastingschijf komt daardoor uit op 37 procent. De extra koopkracht als gevolg van belastingverlaging leidt tot een kwart procent meer economische groei, aldus de berekeningen. In plaats van de voorziene 2,5 procent groei stijgt het bruto binnenlands produkt (de maatstaf voor de welvaart) met 2,75 procent.

Meer koopkracht en groei gaan echter ten koste van het financieringstekort. Bij ongewijzigd beleid zou dat in 1997 afnemen tot 2,5 procent. Als gevolg van de belastingverlaging van 6 miljard gulden neemt het financieringstekort toe tot 3,2 procent. Het EMU-tekort neemt eveneens toe van 2 procent bij ongewijzigd beleid tot 2,75 procent. Dit tekort wordt gehanteerd als maatstaf voor toetreding tot de Economische en Monetaire Unie (EMU). Behalve de tekorten bij de overheid worden hierbij de tekorten van de sociale fondsen meegerekend. De norm voor toetreding tot de EMU bedraagt 3 procent. Het kabinet zou daar met de belastingverlaging dus aan blijven voldoen.