Passief roken

VEERTIG JAAR rookte Grady Carter Lucky Strikes. Nu hij longkanker heeft moet producent Brown and Williamson aan Carter 750.000 dollar schadevergoeding uitkeren, zo bepaalde de Amerikaanse rechter vrijdag. Het is de tweede keer dat de tabaksindustrie op de knieën moet.

Eerder dit jaar moest de industrie - die er prat op ging nooit een rechtszaak te hebben verloren in de Verenigde Staten - al een gevoelige juridische tegenslag incasseren. Liggett (de vijfde tabaksfabrikant in Amerika) ging een schikking aan in een groepsgeding wegens aansprakelijkheid voor tabaksprodukten. Deze schikking had een bij uitstek praktische reden: het bedrijf is betrokken in een overnamegevecht en in de bijzondere omstandigheden van dit geval fungeert de getroffen schikking als een aantrekkelijke juridische verzekeringspolis.

Het bereikte vergelijk kwam intussen ook neer op een stilzwijgende erkenning dat nicotine een verslavend middel is. Recente onthullingen uit de binnenkamers van de tabaksindustrie doen vermoeden dat de sigarettenmakers dat eigenlijk ook best weten en zelfs een zekere manipulatie van hun produkten niet schuwen. Vooral dat laatste steekt. Dat een sigaret van tabak is (een grondstof die bepaalde natuurlijke risico's heeft), neemt niet weg dat het ook een gefabriceerd produkt is - met alle aansprakelijkheden van dien.

DE TABAKSINDUSTRIE mag dan tot voor kort goed hebben gescoord in de rechtszaal, enkele jaren geleden kende een Amerikaanse overheidsinstantie al wel een vergoeding toe aan de nabestaanden van een verpleegster die was overleden aan longkanker na jarenlang passief te hebben gerookt in de psychiatrische afdeling van een veteranenhospitaal.

In Nederland lokte de reclamecampagne 'Passief roken in perspectief' van sigarettenfabrikant Philip Morris een afkeurend oordeel uit van de Reclame Code Commissie. Er is van verschillende kanten geprotesteerd tegen de vergelijking die daarin werd gemaakt tussen passief roken en het eten van een koekje per dag en het drinken van gechloreerd water. De sigarettenfabrikant verklaarde dat het hem er alleen om was te doen een “brede discussie” op gang te brengen onder het motto “het lijkt wel of er bijna iedere dag opnieuw iets wordt ontdekt dat een zeker risico voor de gezondheid inhoudt”.

De Reclame Code Commissie vindt dat Philip Morris de diverse risico's verkeerd heeft weergegeven en noemt de advertenties misleidend. Het college erkent dat het hier gaat om reclame voor denkbeelden.

MENINGEN KUNNEN echter nog zo afstotelijk zijn, het blijft gevaarlijk een bepaalde opvatting in de ban te doen. Dat is geen vrijbrief om feiten te verdraaien. Philip Morris was overigens zelf al gestopt met de omstreden campagne. De reactie in Nederland was nog niets vergeleken met die in Frankrijk. Daar beval de staatssecretaris van Volksgezondheid de nationale commissie tegen het roken om een strafklacht tegen de sigarettenfabrikant aanhangig te maken.

Als Philip Morris de risico's van passief roken beoogde te relativeren, dan heeft zijn advertentiecampagne in elk geval averechts gewerkt. De gemoederen zullen op scherp staan wanneer de Tweede Kamer na de vakantie de nota Tabaksontmoedigingsbeleid van het kabinet bespreekt. Spitsvondigheden baten niet, al is over de principiële kanten van de keuze van riskante genotsmiddelen het laatste woord nog niet gezegd. En dat is op zichzelf een aanmoediging voor méér meningsuiting en niet voor minder.