Leiderschapskwestie blijft D66 kwellen

DEN HAAG, 12 AUG. Het is niet alleen staatsraad en voormalig kabinets-informateur Jan Vis die het partijleiderschap van Hans van Mierlo voor een komende periode in twijfel trekt. Afgelopen zaterdag zei Vis voor Radio 1 over Van Mierlo: “Als het nodig is, zal hij het zeker nog een keer doen. Maar ik denk dat het nodig is dat er iemand anders komt.”

Eind juli was D66-partijvoorzitter Wim Vrijhoef in een vraaggesprek met Vrij Nederland begonnen met het partijleiderschap en de opvolging ter discussie te stellen door zijn veto uit te spreken over een mogelijk lijsttrekkerschap van fractievoorzitter Gerrit Jan Wolffensperger voor de komende Kamerverkiezingen in het voorjaar van 1998. Afgelopen vrijdag was daar ook nog de voorzitter van de Jonge Democraten, Dennis Hesseling, die voor de radio zei dat het “goed zou zijn als er iemand anders kwam”. En hij noemde de namen van de Kamerleden Thom de Graaf en Roger van Boxtel.

Vis beschuldigde Wolffensperger van bezadigheid en “een soort tactisch gedrag” dat de partij geen goed doet. Als voorbeeld noemde hij de passieve houding van de fractievoorzitter vorig jaar september in het debat met D66-minister Winnie Sorgdrager (justitie) over de affaire-Van Randwijck. Ternauwernood kon toen worden voorkomen dat Sorgdrager aftrad na de kritiek uit de Kamer, inclusief de fractie van D66, over de afkoopsom voor de voormalige Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck.

Vis weet al wel wie Van Mierlo moet opvolgen: D66-minister Hans Wijers (economische zaken), die echter in het verleden heeft aangegeven niet beschikbaar te zijn voor die functie. Overigens is de mogelijke kandidatuur van Wijers als aspirant-partijleider al in november 1994 gesteld door: oud VVD-leider Hans Wiegel.

Wolffensperger reageerde gistermiddag “gekwetst” op de uitspraken van Vis: “Daar heb ik de pest over in en dat moet hij niet zo doen.” De fractievoorzitter beschouwt de affaire-Van Randwijck als een “incident” dat is afgedaan. Bovendien vindt hij dat zijn partijgenoot dit soort zaken “niet langs de band van de media” mag afdoen. “Dat is slecht voor de partij, dat is slecht voor de leider van de partij, dat is slecht voor degene die straks lijsttrekker moet worden en het is in dit verband ook niet leuk voor de fractievoorzitter.”

De Opvolgingskwestie achtervolgt D66 al sinds Van Mierlo in maart 1995 in een vraaggesprek met Elsevier weinig ambitie toonde voor een voortgezet leiderschap na deze kabinetsperiode. In dat gesprek zei Van Mierlo: “Voor zover iemand in D66 met die vraag (over de opvolging, red.) bezig is, moet hij er rekening mee houden dat ik in 1998 geen partijleider meer ben.”

Ook vorige zomer leidden uitspraken van een lid van de D66-adviesraad, Hans van der Werf, die zei dat D66 snel op zoek moest naar een nieuwe leider, tot opschudding in de partij. Toen waren het Vrijhoef en D66-fractievoorzitter in de Eerste Kamer, Ed. Schuyer, die de uitlatingen van het vrijmoedige partijlid als prematuur en niet aan de orde kenschetsten.

De affaire-Van Randwijck, die vorig jaar na het zomerreces volgde, zorgde echter voor een identiteitscrisis in de partij. Het kader vroeg zich in paniek af waar Van Mierlo geweest was tijdens het debat met Sorgdrager. De paniek werd nog versterkt door de vraag of Wolffensperger wel de juiste opvolger was. Op de achtergrond speelden vragen over het bestaansrecht van D66 en de koers van de partij.

Er rezen Existenz-vragen, zo analyseerde Van Mierlo op het congres in november vorig jaar. Bij die gelegenheid loste hij de crisis op door apodictisch te stellen: “Het leiderschap is geen probleem en de opvolging is niet aan de orde.” Dat stelde het congres toen tevreden, maar naar het zich laat aanzien was die tevredenheid van tijdelijke aard.

Ditmaal is het niet een betrekkelijk anoniem partijlid dat de leiderschapsvraag aan de orde stelt, maar zijn het prominente D66'ers die aandringen op wisseling van de wacht. Daaruit valt ook de heftige reactie van Wolffensperger te verklaren. Zijn kansen op een eventueel lijstrekkerschap, zo hij dat al ambieert, zijn drastisch geslonken.

De kwestie-Van Randwijck blijkt niet zo maar een 'incident', maar onderdeel van het 'examen kandidaat partijleider' en daarvoor is Wolffensperger gezakt.