Kalverstraat propt zich tot half elf vol

De winkels hebben de straat hun rug toegekeerd. Om half zeven 's ochtends is de Kalverstraat nog van ijzer. Hier en daar gaan de rolluiken en de tralies, die de etalages hebben behoed voor de Amsterdamse nacht, op een kier. De excrementen, zoals de enorme berg zakken bij McDonalds, van de dag tevoren worden buitengezet. Over een kwartier komt de vuilniswagen, daarachter de straatvegers en dan kan het leven weer beginnen.

Na zevenen draaien de eerste vrachtauto's de straat in. De VEZIB's (verzinkbare betonnen paaltjes, de lievelingen van wethouder Ter Horst), die alle verkeer uit deze voetgangerszone moeten weren, blijven tot half elf in de grond verzonken. Tot zolaat mogen de winkels worden bevoorraad.

Zoals elke grote stad is Amsterdam voor zijn levensonderhoud van het ommeland afhankelijk. Die afhankelijkheid neemt nog altijd toe, volgens T. Poot van de Stichting voor Economisch Onderzoek. Iedere dag komen uit alle delen van het land auto's, treinen en boten om de honger van de stad te stillen.

Dat legt een zware claim op Amsterdams infrastructuur. Daarom kondigde het college van B en W vorige week een verbod af op zwaarder vervoer in de binnenstad. Alleen als bedrijven kunnen aantonen dat ze hun spullen per se met grote auto's moeten aanvoeren, kunnen ze een ontheffing krijgen. Bedrijven als Blokker en Albert Heyn, die efficiënt bevoorraden, hoeven zich geen zorgen te maken, aldus G. Esselaar, projectleider van de dienst Binnenstad. Die krijgen een ontheffing. Andere vervoerders moeten aan de rand van het centrum overladen op kleinere auto's, de zogeheten stadsdistributie.

De Kalverstraat - met aan het ene uiteinde ervan de Nieuwendijk, aan het andere de Leidsestraat - is het spijsverteringskanaal van Amsterdam. Tot half elf is het volstoppen. Of zoals de chauffeur van Opzeeland zegt, terwijl hij dozen uitlaadt bij Sacha Shoes: “Elke centimeter magazijn die leegkomt, stouwen wij direct weer vol.” Daarna begint het grote verteren, tot de winkelsluitingstijdenwet een eind maakt aan de pret.

Een chauffeur van Van Duuren bv staat om acht uur kleding te lossen voor kledingzaak CoolCat. Hij heeft al een paar winkels op de Nieuwendijk achter de rug en moet nog op 45 adressen in Amsterdam spullen afleveren. Hij rijdt sinds acht jaar in de binnenstad, kent alle knooppunten. “Als je hier om tien uur of half elf pas aankomt, sta je verderop vast. Zeker als er een paar bredere auto's rijden.” Van Duuren, in het Westelijk havengebied, is gespecialiseerd in de distributie in de binnenstad. Zijn auto weegt precies 7,5 ton, precies de nieuwe norm.

In andere steden waar een dergelijk systeem is geprobeerd, is het mislukt en al weer afgeblazen: Maastricht, Arnhem, Utrecht. Volgens M. Eckhart, voor Van Gend en Loos coördinator van de stadsdistributie projecten, ligt dat aan de lakse houding van de betrokken gemeenten. Ze kondigden wel het verbod af, maar vergaten te kijken of vervoerders zich eraan hielden.

Hij heeft goede hoop dat het in Amsterdam beter zal gaan. In elk geval overlègt de gemeente met de transporteurs die bij de stadsdistributiecentra worden betrokken, zegt hij. “Ze moeten niet te soepel omgaan met vergunningen voor zwaardere auto's en hun poot stijf houden tegenover de bedrijven. En ze moeten niet alleen de eerste twee weken controleren.” Daarover heeft Amsterdam goede afspraken met de politie, bezweert Esselaar. “ Zeker voor de eerste aanloopperiode.”